Schubdier is een kieskeurige eter

Illustratie Irene GOede

Als je op safari gaat in Afrika, zie je geweldige dieren. Olifanten, neushoorns, giraffen, leeuwen, jachtluipaarden... Maar één prachtig dier zie je niet: het schubdier. Hij is het enige zoogdier dat geen haren heeft, maar schubben.

Op de Afrikaanse savanne, tussen de leeuwen, zoekt het schubdier naar mieren en termieten. Hij doet dat ’s nachts, en zo stilletjes dat mensen hem bijna nooit tegenkomen.

Daardoor zou je bijna vergeten dat er schubdieren bestaan.

Dat is jammer, want schubdieren zijn heel bijzonder. Er zijn maar acht soorten schubdieren in de wereld. Ze leven in Azië en Afrika. Op de vlaktes van Afrika woont ‘Temmincks schubdier’. Hij is een miereneter, net zoals de andere schubdieren. Tanden heeft hij niet, want die heeft hij niet nodig. Temmincks schubdier eet met zijn lange, dunne tong, die hij bijna 15 centimeter kan uitsteken. Daarmee slobbert hij mieren uit mierennesten, en termieten uit termietenheuvels.

Maar wat eet hij nou precies? Dat hebben biologen uitgezocht. Het was lang zoeken, op de droge en hete savanne, tot ze schubdieren vonden.

De schubdieren aten mieren en termieten, zoals de biologen al dachten. Maar de schubdieren lusten de meeste mieren en termieten helemaal niet! Er zijn maar vier of vijf soorten die ze lekker genoeg vinden.

Daar heeft een schubdier blijkbaar genoeg aan. Hij vindt op dat dorre land altijd wat te eten. En water heeft hij bijna niet nodig. Hij krijgt genoeg water binnen door mieren te verteren! En van de leeuwen en hyena’s heeft het schubdier geen last. Als ze hem willen opeten, rolt hij zich op tot een harde bal, net als een egel.

Toch gaat het niet zo goed met de schubdieren in de wereld. Bijgelovige mensen denken dat je van stukjes schubdier gelukkig en gezond wordt. Ze betalen wel vijfduizend euro voor een dood schubdier. Terwijl ze levend zoveel leuker zijn!