Piet Steenkamps eindeloze missie

De theologisch geïnspireerde weerstand tegen de vorming van het CDA vergde het uiterste van de vorige week overleden Piet Steenkamp, architect van de fusie.

Piet Steenkamp (links) en Dries van Agt op een CDA-verkiezingscongres in Kerkrade in 1982, twee jaar na de oprichting van de partij. Foto Hans van den Bogaard/ Hollandse Hoogte

En dan kwam de onvermijdelijke koektrommel op tafel. De koektrommel met door echtgenote Constance eigenhandig gebakken koekjes die pas open ging als de vergaderaars een akkoord hadden bereikt. Was het gelukt, dan wilde in eenzaamheid nog wel eens een gebed volgen.

Zo werkte de vorige week vrijdag op 90-jarige leeftijd overleden Piet Steenkamp in de jaren zeventig aan de vorming van het CDA, zíjn CDA: het samenwerkingsverband van de drie dominante christelijke politieke partijen dat er naar zijn diepste overtuiging moest komen, maar er desondanks zo moeilijk kwam.

Piet Steenkamp. Grondlegger, uitvinder, architect, bouwer, missionaris, hoeder van het CDA. Alle kwalificaties kwamen deze week in verband met zijn overlijden langs. Piet Steenkamp was het CDA, dat is zonneklaar. Onvermoeibaar en blijmoedig werkte hij aan de voor hem zo noodzakelijke fusie van de christelijke partijen. In totaal 980 keer – zijn vrouw hield het nauwgezet bij – bezocht hij bijeenkomsten in het land om zijn boodschap te verkondigen.

De leden in het land wilden wel, ‘we horen bij elkaar’, luidde hun roep, maar de bestuurders die moesten besluiten bevochten elke millimeter. „Ik werd er soms zo naar van, kon er gewoon niet meer tegen. De fabrikanten van slaapmiddelen zijn rijk geworden van mijn werk aan het CDA. Rijk!”, liet Steenkamp zich ontvallen toen de fusie eindelijk een feit was.

Het draaide om de Katholieke Volkspartij (KVP), Anti Revolutionaire Partij (ARP) en Christelijk Historische Unie (CHU). Drie partijen die na de Tweede Wereldoorlog gewoon de draad weer oppakten en elk voor zich op de oude voet doorgingen. Tot 1967 beschikten zij samen over een meerderheid in de Tweede Kamer. Toen zette het verval in. Vooral bij de KVP, de grootste van de drie, die tijdens drie verkiezingen in vijf jaar bijna halveerde: van 50 zetels in 1963 tot 27 in 1972. De protestants-christelijke ARP en CHU bleven redelijk stabiel.

Er moest wat gebeuren, een gevoelen dat na de eerste klap in 1967 vooral bij de KVP leefde. Tot die tijd was er wel eens vrijblijvend gefilosofeerd over samenwerking – in Duitsland was er met de CDU toch ook sprake van één grote christelijke partij, merkten partijbestuurders van de KVP op – maar de noodzaak ontbrak.

Theologiserend volk

In 1967 richtten de drie partijen de Groep van Achttien op waarnaar elke partij zes mensen afvaardigde om de mogelijkheden voor samenwerking te onderzoeken. Voor de KVP was dat onder anderen Piet Steenkamp, bekend als voorzitter van het Pastoraal Concilie, en lid van de Eerste Kamer. Op een partijraad van de KVP in 1968 maakte hij indruk met een emotioneel en persoonlijk betoog. „Och mijnheer de voorzitter. Wanneer houden wij in dit theologiserende volk toch eens op met elkaar voor het röntgenapparaat te zetten om de mate van christelijke inspiratie te bepalen”, zei hij.

En toen moesten de echte debatten over de ware betekenis van ‘het Woord’ en ‘de Schrift’ in het politiek handelen nog beginnen. Anno 2016 doen die discussies van toen bizar en hilarisch aan. Typerend is het verhaal over de bijeenkomst van afgevaardigden van de drie partijen waar geestdriftig werd gediscussieerd over het Koninkrijk. Totdat men er na een kwartier achter kwam dat de ene helft het had over het Koninklijk Gods en de andere helft in de veronderstelling verkeerde dat het ging om het toekomstig staatkundig verband van de Antillen in het Koninkrijk der Nederlanden.

Eindeloos kon er tot ongenoegen van Steenkamp – in 1971 voorzitter geworden van de Contactraad die de samenwerking verder moest concretiseren – worden gesproken over „de grondslag”. Was de Bijbel nu inspiratiebron of richtsnoer van de op te richten christen-democratische partij? „Het evangelie is een uitdaging, een opgave en een gave tegelijk”, probeerde Steenkamp. Te vrijblijvend vonden de protestantse preciezen van de ARP. Zij pleitten voor de „verplichtende norm van het evangelie zodat er geen sprake kan zijn van de gelijkwaardigheid van andere inspiratiebronnen”.

Verder dreigende electorale teruggang en onder leiding van de PvdA ingezette polarisatie dwongen midden jaren zeventig de christen-democraten hun theologische discussies opzij te zetten en te kiezen voor de macht door bundeling. Met een politieke plaatsbepaling in het midden. In de woorden van Steenkamp: „Het CDA is geen toeleveringsbedrijf voor links, maar ook geen schuiltent voor rechts.”