Paul Keres, ‘Poupou’ van het schaken

HANS REE

Bij elke aankoop bestudeer ik de munten van 2 euro die ik terugkrijg, niet omdat ik bang ben dat ze vals zijn, maar in de hoop dat er een met de beeltenis van Paul Keres bij is. Begin van dit jaar bracht Estland 500.000 van die Keresmunten in omloop. Het lijkt veel, maar het komt neer op een op de tienduizend van de 2 euro munten in de eurozone. Ik zie altijd maar die Duitse adelaar, nooit een Keres.

Paul Keres (1916-1975) was in Estland een nationale held. In de stoet van zijn staatsbegrafenis liepen 100.000 mensen. Hij is vaak de sterkste schaker genoemd die nooit wereldkampioen werd. In 1938 won hij het AVRO-toernooi, het sterkste toernooi aller tijden, in 1965 verloor hij een kandidatenmatch tegen Boris Spasski en tussendoor was hij vier keer tweede in een kandidatentoernooi. Eeuwige tweede, misschien bitter, maar hij klaagde nooit.

Karel van het Reve, die in 1948 met Max Euwe meeging naar Moskou voor het tweede deel van het toernooi om het wereldkampioenschap, beschreef later hoe de spelers en hun begeleiders op 1 mei vanaf een ereplaats naar de grote militaire parade op het Rode Plein keken. Keres, de Grote en Stille, moet met duistere gevoelens de Sovjettanks hebben bekeken die eerst in 1940 en na een Duits intermezzo nog een keer in 1944 zijn land bezet hadden. Toen de parade voorbij was zei hij alleen: „Laten we gaan bridgen.” Sommige schakers, en ik ben er één van, denken dat hij zich in dat toernooi van 1948 gedwongen voelde om vier keer te verliezen van Botwinnik, die toen wereldkampioen werd.

Keres stierf in 1975 in Helsinki. Hij was op weg van Vancouver in Canada, waar hij zijn laatste toernooi had gewonnen, naar huis, en daarom is er nu ieder jaar zowel in de Estse hoofdstad Tallinn als in Vancouver een Paul Keres Memorial. Het herdenkingstoernooi van 2016 in Tallinn werd gewonnen door Igor Kovalenko, een Oekraïener die voor Letland uitkomt en bij dit rapidtoernooi beroemdheden als Peter Svidler en Boris Gelfand voorbleef.

Igor Kovalenko - Alexander Motylev, Paul Keres Memorial, Tallinn 2016

1. c4 c6 2. Pf3 d5 3. e3 Pf6 4. Pc3 e6 5. b3 Ld6 6. Lb2 0-0 7. d4 Pbd7 8. Dc2 Te8 9. h3 Om 10. g4 voor te bereiden, maar hier is dit wel erg traag. Zwart had goed kunnen antwoorden met 9...e5. 9...b6 10. g4 Lb7 Krachtiger was 10...dxc4 en na 11. bxc4 heeft zwart dan 11...Lb7 12. g5 c5 met actief spel. 11. g5 Nu heeft wit zijn zin. 11...Pe4 Dit pionoffer was kennelijk de dubieuze bedoeling van zwarts vorige zetten. 12. Pxe4 dxe4 13. Dxe4 Lb4+ 14. Ke2 e5 Zwart heeft niet genoeg voor zijn geofferde pion en daarom gooit hij er nog een tegenaan. 15. Td1 De7 16. Lg2 a5 17. Pxe5 a4 18. Pxd7 Dxd7 19. Dc2 axb3 20. axb3 Le7 21. h4 f5 22. Lh3 Tf8 23. Ta1 Tae8 24. Ta7 Ld6 25. Kd1 Te7 26. h5 Dc8 27. e4 c5 28. d5 Db8 29. Txb7 Txb7 30. Lxf5 Met drie pionnen voor de kwaliteit plus aanvalskansen staat wit glad gewonnen. 30...Le5 31. h6 Lxb2 32. Dxb2 Df4 Maar nu heeft zwart toch allerlei dreigingen waardoor het lijkt of hij terug in het spel is.

Zie diagram

33. Lxh7+ Deze zet maakt aan alle onzekerheid een einde. 33...Kf7 Ook na 33...Kxh7 34. hxg7+ is het gedaan met zwart. 34. hxg7 Df3+ 35. Ke1 Het nauwkeurigst. Hij kan het zich veroorloven om met schaak zijn toren te laten slaan. 35...Dxh1+ 36. Kd2 Df3 37. g6+ Ke8 38. De5+ Kd7 39. gxf8D Dxf8 40. Df5+ Zwart gaf op. Na 40...Dxf5 41. exf5 beslissen wits vrijpionnen.