Onderschat de troost van verhalen niet

Voor haar boek Underdog – genomineerd voor de BNG Bank Literatuurprijs voor auteurs van 40 jaar of jonger – dook Elfie Tromp (1985) onder in de wereld van de hondenshows. „Een rashond is een kunstwerk.” 

Foto Andreas Terlaak

Afghaanse windhond

„Vind je dat ik op een Afghaanse windhond lijk? Dat heb ik wel vaker gehoord, vooral toen ik nog lang haar had. Het zal die spitse snoet zijn. Mijn moeder heeft een kennel met Afghaanse windhonden. Hele intelligente honden die je intens aankijken, sommige mensen worden daar verlegen van. En ze omhelzen je. Ze leggen hun poten op je schouders en trekken je naar zich toe. De ideale hond voor alleenstaande vrouwen. Mijn moeder, gelukkig getrouwd hoor, was aanvankelijk huiverig om Underdog te lezen, waarin ik de wereld van de hondenshows beschrijf. Ze kent mijn Wolkeriaanse fascinatie voor vieze details. Die anekdote over het aftrekken van die hond, dat is dus waar gebeurd. Too good to be true. Heel mijn puberteit heb ik mij verzet tegen de hondenshows. Ik vond het een wereld van ijdelheid. Waarom moest een hond mooi zijn? Waarom moesten zijn snorharen zwart geverfd? In dit boek probeer ik die wereld recht te doen. Het is een gesloten wereld, fokkers willen geen pottenkijkers. Maar hoe prachtig is het niet dat je de wereld iets moois wilt nalaten? Het fokken van rashonden is vergelijkbaar met het schrijven van een roman, het scheppen van een kunstwerk.”

Chinese naakthond

„Zelf wilde ik een naaktkat. Mijn moeder heeft me denk ik in het hondenkamp proberen te houden door me een Chinese naakthond cadeau te doen. ‘Goed voor je carrière’, zei ze. Ze had het hondje meegenomen van een hondenshow. Het droeg een roze tutu, was hysterisch, niet zindelijk en had een grote puist op zijn kont. ‘Waar je ook komt, met dit hondje zal iedereen zich je herinneren.’ De Chinese naakthond werd drieduizend jaar geleden in de bergen van China gefokt als beddenkruik. Omdat ze kaal is geeft ze via de huid goed warmte af.”

Alfateef

„Mijn moeder duidt de wereld met hondenmetaforen. Als ik gedoe had op school, zei ze: ‘Ja, dat komt omdat jij een alfateefje bent, dat valt moeilijk in de roedel van de klas’. Gek werd ik daarvan. Maar het is waar dat ik iemand ben die graag een groep leidt. Ik denk aan het welzijn van de groep. Confrontaties ga ik niet uit de weg. Ik ben een lastige vriendin. Veel vrouwenvriendschappen bestaan uit elkaars hand vasthouden en zeggen: o zo erg, echt erg wat jou is overkomen, ik heb ook iets meegemaakt, ook iets heel ergs. Ik wil niet dat mensen elkaar in hun ellende bevestigen, ik wil dat ze elkaar inspireren en scherp houden. Met bullshit heb ik weinig geduld.”

Maakbaarheid

„Dit boek gaat over mislukken. Over de illusie van maakbaarheid. Het leven is niet planbaar. Het is een grote struikelpartij, soms val je mooi, met een sierlijke boog, een andere keer kom je plat op je bek neer.”

Koddige autisten

„Het personage Rein in Underdog is een autist. Ik wilde afrekenen met het koddige beeld van de autist. Zelf heb ik acht jaar lang een huisgenoot gehad die sociaal autistisch was. Eén op één merkte je niets aan hem, maar in een groep waar de conventies en codes niet duidelijk waren, raakte hij in paniek. ‘Mijn moeder is verongelukt’, vertelde hij dan lachend. De autist is in zwang. Het begon natuurlijk met de roman Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon. Laatst had je de documentaire Het beste voor Kees. Ik weet: het is leuk om drie kwartier naar te kijken of een boek over te lezen, maar het is heel lastig om ermee te leven.”

Seksueel geweld

„Ik kom net terug van een korte vakantie in Marrakech. Een fascinerende stad, de geschiedenis voltrekt zich daar voor je ogen. Vrouwen in nikab lopen tussen meisjes die hun hairextensions als een tooi dragen. Maar voor Westerse, ontwikkelde vrouwen is die stad een kooi. Als ik alleen over straat liep, werd ik de hele tijd lastig gevallen, vastgepakt, opgewacht of ongevraagd de weg gewezen, naar een verlaten steegje. Als ik met een Marokkaanse vriend rondliep, waren ze heel respectvol. Hij hoefde maar een vinger op te heffen, of ze deinsden terug. Voor een alfateef is dat heel frustrerend. Ik heb me afgevraagd of ik in mijn column voor Metro over de gebeurtenissen in Keulen moest schrijven. Er is een probleem met mannen die in een repressieve moraal zijn opgevoed en dan alcohol gaan drinken, dat lijkt me duidelijk. Als de remmen dan losgaan, gaan ze ook helemaal los. Ik denk dat ze op individueel niveau geen kwaaie jongens zijn. Maar wat had ik moeten schrijven? Iedereen zit elkaar alleen maar op te hitsen. Er is geen enkele vluchteling die Metro leest. Voor de gemiddelde Nederlander, man en vrouw, is het heel normaal geworden om te dreigen met seksueel geweld. Ik hoef maar een column over Zwarte Piet te schrijven of ik heb ergens jeuk en er moet een banketstaaf in. Op straat voel je dat ook. De straat is van de mannen, hoor je nu zeggen. Maar de straat is van de kwaaie, laagopgeleide man. Hij neemt wraak. Wacht maar, laat hij voelen, jij kent dan wel het alfabet, maar ik heb mijn roede van vlees.”

Jeugdschizofrenie

„Als kind hoorde ik stemmen. Die droegen mij van alles op. Of ik terug wilde keren. Ze misten me. Ik moest het water in lopen. Of ik moest mijn vuist de hele tijd gesloten houden, anders zou ik hen, mijn vrienden, verliezen. Ik had nachtmerries, durfde niet alleen te slapen. Ik zag kleuren en vervormingen in gezichten. Maar in plaats van mij naar therapie te sturen en medicijnen te geven, zeiden mijn moeder en mijn tante: ‘je hebt een heel oude ziel, je hebt een gave: je bent een voorspeller’. Dat was heel mooi. Ik voelde me bijzonder, terwijl ik heel beangstigende en onbegrijpelijke dingen meemaakte. Mijn moeder heeft me ongelofelijk goed begeleid. Als kind had ze dezelfde ervaringen gehad. Ze sprak er heel open over met me. ‘Wat zeggen ze? Waar heb je last van? Je kunt ook wel eens ‘nee’ zeggen.’ Ik heb psychologie gestudeerd en analyseer het nu zelf als een lichte vorm van kinderschizofrenie. Dat komt vaker voor en het gaat vanzelf over.”

Joggingman

„Voor de VPRO ga ik een internetprogramma presenteren: Jogging man – het is een experiment, jonge kijkers kijken alleen nog maar naar vloggers hè. Al joggend interview ik. We nemen drie afleveringen per dag op, ik jog dan zo’n 25 kilometer per dag. Mensen zijn heel onbevangen als ze bewegen. Ze vertellen anders. Ik jogde bijvoorbeeld met een master of marathon. Hij was herstellende van borstkanker en had net zijn laatste chemo gehad, je kon zien dat zijn ene schouder een beetje hing. Hij vertelde dat hij zijn ziekte had doorlopen als een marathon. Hij keek nooit verder dan de volgende waterhalte. Ik ben een verhalenverteller, dat uit ik het best als schrijver, maar ik kan er ook andere vormen voor bedenken: presenteren, theater maken – die veelzijdigheid vind ik prettig. De troost van verhalen kan niet overschat worden.”

Blauw bont

„David Bowie is heel vormend voor mij geweest. Als puber ging ik extravagant gekleed, ik droeg pruiken, plakte bakkebaarden op. Ik had enorme lol in het uitdagen van het bestaande vrouwbeeld. Ik snap er niets van dat pubers zich nu kleden als mini-volwassenen. Dit is de tijd dat je blauw bont kunt dragen. Doe het! Als ik uitga, verkleed ik me nog wel, maar ik heb mijn flamboyante kant wat getemperd. Ik merkte dat het te veel afleidde van mijn schrijfwerk. Elk interview ging erover. Wat je nu ziet – deze vrouw in een keurige regenjas – is dus Elfie Tromp vermomd als schrijver.”