Column

Nepreferendum maakt iedereen een populist

Toen Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker vorige week in deze krant werd gevraagd naar het Europese associatieakkoord met Oekraïne, gaf hij zijn mening. Waarom niet: dit ligt op zijn terrein. De Commissie heeft hierover jaren in opdracht van EU-regeringen onderhandeld met Oekraïne – waaronder Junckers regering, toen hij Luxemburgs premier was.

Nu is het akkoord inzet van een geopolitiek conflict tussen Europa en Rusland. Als iemand weet waarover het akkoord gaat en wat er gebeurt als Nederlanders in april nee zeggen bij het referendum, is het Juncker. Hij antwoordde dat kiezers zich bewust moeten zijn dat zo’n nee „het evenwicht in Europa [kan] veranderen”.

De hel brak los. Bijna de hele Kamer viel over hem heen. Dat Geert Wilders twitterde over „intimidatie van de EU-elite” was voorspelbaar. Maar waarom reageerden zoveel VVD’ers, die hebben gepusht voor dit akkoord, even gestoken? En zoveel PvdA’ers? Alsof Hans van Baalen en Frans Timmermans nooit dronken van politiek geluk center stage op de Maidan hebben gestaan. Zelfs D66-leider Pechtold vond dat Junckers „politieke intimidaties” de kiezer niet zouden helpen.

Je kunt het hypocriet noemen: Nederlandse politici die even bezorgd zijn als Juncker dat het nee wordt in april, vallen hem aan omdat hij zegt wat zij denken. Deze reactie toont precies wat er mis is met onze democratie. En waarom we dit referendum überhaupt hebben.

Vroeger draaide in de politiek alles om partijen. Die hadden een visie over de inrichting van de samenleving en probeerden kiezers daarvan te overtuigen. Nu de economie wordt bepaald door groei in China, Duitse export of de prijs van een vat olie, maakt het weinig uit welk inhoudelijk programma de VVD of PvdA heeft. Die programma’s hebben ze dus nauwelijks meer. Partijen worden inwisselbaar. Het gaat steeds meer om personages die de kiezer ‘raken’ met meningen over softe issues als identiteit, gezondheid of geloof.

Het verandert het karakter van de democratie fundamenteel. Alles draait om vertrouwen en geloofwaardigheid, niet meer om inhoud. Individuele politici kunnen zo veel macht verzamelen; haast elke politicus is nu een populist die het gemoed van de burger bewerkt.

De politicus die dat het beste doet, krijgt de macht. Maar hoe voorkom je dat zo iemand te veel macht krijgt? Omdat we nog in het oude systeem leven – de representatieve democratie, waarin Kamerleden een periode volmacht hebben namens ons te beslissen – bestaat hier geen controlemechanisme voor. Dat is wel essentieel. Kijk naar de personencultus rondom politici als Le Pen, Wilders, Kaczynski, Orbán.

Als het referendum echt over het associatieakkoord zou gaan, rolde er een ja uit. Nederlanders weten hoe hun boterham belegd wordt. Waarom zouden ze heel Europa tegen zich in het harnas jagen? Maar het referendum gaat over iets anders: de relatie regering-burger. De burger vertrouwt de representatieve democratie niet meer, die inhoudsloos wordt. Hij wil directe democratie.

Aangezien hij die niet krijgt, grijpt hij het akkoord met Oekraïne aan om het zelf te organiseren. En bingo: Kamerleden die vóór het akkoord stemden, zijn te beroerd om het te verdedigen! Daarom kan de regering, zelfs bij een opkomst van 1 procent, het resultaat niet negeren.

Is het iemand opgevallen dat Juncker, in het niemandsland tussen twee democratische systemen, als enige politicus nog wél zegt wat hij werkelijk denkt?