Column

Na Paarshaat volgt vanzelf de wraak van de pechvogels

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: de groeiende leegte, in partij en coalitie, rond Mark Rutte. Ofwel: hoe Trump, Wilders et al. een politieke succesformule van veertig jaar opzij zetten.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Ik zag Eric Nordholt deze week terug op televisie, in Nieuwsuur. Wat een verademing. En wat een mooie illustratie van de hysterie, de nepdeskundigheid en de polarisatie in het huidige debat, waarin we, op dezelfde dag, een Kamervoorzitter van Marokkaanse afkomst kiezen en een opgehangen varken vinden op de plek waar opvang van asielzoekers gepland staat.

Eric Nordholt was twintig jaar terug Amsterdams hoofdcommissaris van politie. Ambtelijke deskundigen traden toen nog gewoon in de media op. IJdelheid was hem niet vreemd, maar je wist dat het hem ging om feiten, niet de politieke interpretatie ervan.

Zo sprak hij, toen nog PvdA-lid, begin jaren negentig al over allochtonen en hun oververtegenwoordiging in de criminaliteit. Dit vonden lang niet alle politici leuk, zij hoorden liever andere feiten, of wilden zelf op tv, maar het boeiende was: de deskundigheid van Nordholt bleef onbetwist.

Vergelijk dit met het debat nu. Zelden krijgt een hoofdcommissaris of andere topambtenaar nog ruimte zijn kennis met het grote publiek te delen. Hooguit mogen zij op persconferenties naast hun politieke baas zitten, zodat hun feiten altijd in een politiek daglicht staan.

De gevolgen zijn dagelijks zichtbaar. In praatprogramma’s wordt het gat gevuld met nepdeskundigen, wier voornaamste kwaliteit hun bekendheid is. In andere media, sociaal en traditioneel, telt nu elke mening, hiërarchie is zoek, het verschil tussen feiten en fictie vervaagt. Iedereen kan alles ‘benoemen’.

Zo is, mede door de verdwijning van topambtenaren uit de openbare ruimte, alle deskundigheid gedemocratiseerd. Het vormt de grondslag voor een feitenvrij en gepolariseerd opinieklimaat – waarin Rutte II aan zijn laatste etappe begint.

Bij die verkiezing van Arib kon je zien hoe moeilijk de Kamer het ermee heeft. Er zat een vervreemdend element in die happening – media vergrootten het erg uit – maar inzichtelijk was het ook: vooral de toelichting van Martin Bosma op zijn kandidatuur onderstreepte hoe groot de salonfähigheid van de PVV is geworden.

Vanuit vrijwel alle fracties lachten ze onbesmuikt mee met Bosma’s grappen, en wat me belangrijker leek: Kamerleden hadden amper nog behoefte hem op zijn halffeiten aan te spreken.

Voorbijkwam dat hij de Kamer „bang” zou vinden wanneer zij woorden, zoals nepparlement, verbiedt. Niemand die hem wees op het PVV-voorstel de Koran te verbieden. Voorbijkwam dat hij eerder een gefailleerd radiobedrijf leidde. Niemand die erop wees dat tot de zenders het „multiculturele” (zijn woord, in 2003) Colorful Radio behoorde. Voorbijkwam dat „opkomen voor minderheden” voor hem een „erekwestie” is. Niemand die hem op het voor de hand liggende wees.

Je kon zeggen dat hij toch geen kans had. Evengoed liet de niet-aanvalslust van andere partijen zien dat zij met de handen in het haar zitten.

Het besef is ingedaald dat de vluchtelingencrisis dit voorjaar ook via de EU niet ingetoomd kan worden, zodat de berusting grenst aan het wanhopige.

Het heeft twee gevolgen. Niemand moet het komende half jaar opkijken voor radicale nationale recepten vanuit de coalitie. Pleidooien om Griekenland uit Schengen te gooien. Een mini-Schengen. Niet-naleving van het Vluchtelingenverdrag. Verscherpte grensbewaking. Vertrek uit Schengen. Allemaal opties die al circuleren. En dan: zeker voor de VVD hoeft een val over vluchtelingen niet verkeerd te zijn, zeggen ze daar.

Tegelijk is het steeds lastiger samenwerking met de PVV uit te sluiten. De VVD verliest er potentiële kiezers door. Niet toevallig doorbrak Edith Schippers vlak voor de Kerst in de Volkskrant het taboe: in de partijtop weten ze dat zij bijna alles met Rutte afstemt. Al is het een puur theoretische discussie: geen VVD-prominent die in werkelijkheid aan regeren met Wilders moet denken.

Intussen leggen ze er zich in beide partijen bij neer dat dit land blijkbaar Paarshaat heeft. De lage waardering voor het kabinet, bijna vanaf het begin, heeft sporen nagelaten: kans op herhaling van samenwerking van VVD met PvdA, aangevuld met andere partijen, is minimaal.

Voor Rutte geldt dat veel mensen met wie hij als premier in 2010 begon, al zijn vertrokken, zoals Ivo Opstelten, of op punt van vertrek staan. Het is geen geheim in de VVD-top dat routinier Henk Kamp, nog informateur in 2012, aan zijn laatste ministerschap bezig is. Ook van Melanie Schultz van Haegen en Stef Blok wordt verwacht dat ze na dit kabinet de politiek verlaten.

Jeanine Hennis blijft. Edith Schippers vermoedelijk ook, maar zij laat collega’s weten dat zij geen trek in een nieuwe termijn op Volksgezondheid heeft. En dat haar belangstelling voor het partijleiderschap is gedoofd.

Halbe Zijlstra zou graag minister worden; nog een keer fractievoorzitter ziet hij niet zitten. Tijdens de bed-bad-broodcrisis, vorig voorjaar, vreesden enkele leden van de partijtop, vertelden ze me, dat Zijlstra met onmiddellijke ingang naar het bedrijfsleven zou overstappen.

Zo is de kans reëel dat komend jaar veel gezichten rond Rutte verdwijnen dan wel de luwte opzoeken. Het creëert een leegte rond de premier, het maakt de partij ook afhankelijker van hem. Intussen blijft hij van de huidige generatie leiders de enige die in staat is met alle andere partijen samen te werken; een cruciale eigenschap in een versplinterend partijenlandschap.

Tegelijk wacht de regeringspartijen, vooral de VVD, een groter dilemma. De populariteitsgroei van Geert Wilders en Donald Trump laat zien dat het succesrecept waarmee rechtse partijen sinds de jaren tachtig verkiezingen winnen, tegen zijn houdbaarheidsdatum aanzit.

De agenda van lagere belasting, verruiming van vrijhandel en korten op de verzorgingsstaat, lijkt politiek uitgewerkt. In de VS krimpt de middenklasse en het economisch herstel onder Obama levert amper inkomensgroei voor lagerbetaalden op.

Trump, en ook Wilders, verruilen de klassieke liberale agenda vooreen combinatie van bescherming van de verzorgingsstaat (vooral voor ouderen), scepsis over vrijhandel en nationalistische identiteitspolitiek: anti-immigratie, anti-islam.

Zo ontstaan de contouren van een nieuwe electoraal verbond, nationaal en mondiaal: cultureel conservatief en economisch defensief. De wraak van de pechvogels.

Je kunt sceptisch zijn over de electorale houdbaarheid van dit verbond – Trump en Wilders zijn tot nu toe een peilingensucces. Maar hun verdienste is dat zij een potentieel nieuwe kiezerscoalitie blootleggen, die alle traditionele partijen voor existentiële vragen plaatsen. Het zet de politieke logica van de laatste veertig jaar op zijn kop.

Maar ook onderzoek van het SCP duidt erop dat een expliciet verzet tegen verder bezuinigen op de verzorgingsstaat, óók voor rechtse partijen, een electorale winner met jackpotpotentie is. De eerste traditionele partij die deze garantie geloofwaardig afgeeft, kan zomaar een klapper maken.

Ook is voor alle traditionele partijen het dilemma hoe lang ze moeten blijven polariseren met PVV-gezinden. Wat dit betreft gaf Khadija Arib deze week het goede voorbeeld. Zij hield de deur voor de PVV open waar Wilders alweer een zwarte dag benoemde. Haar opdracht is de normaalheid van haar nieuwe rol, ongeacht haar afkomst, te benadrukken. De wereld verandert. Maar veranderingen benadrukken verbetert de wereld niet automatisch. Arib snapt dat.

Resteert de cruciale vraag hoe we een minder gepolariseerd en gefictionaliseerd opinieklimaat terugkrijgen.

Snel zal dit niet gaan, maar ingewikkeld is het ook niet. Als politici ambtelijke deskundigen weer kans gaven zich in het openbaar uit te spreken, en bereid zijn onwelgevallige feiten te accepteren, ontstaat waar zoveel burgers naar hunkeren: een overheid die niet om pijnlijke feiten heen danst.

Dit is, uiteindelijk, de beste bestrijding van alle polarisatie. In de jaren negentig hadden we mensen als Eric Nordholt, ook toen was er een vluchtelingencrisis, en het is echt geen toeval dat er toen veel minder polarisatie en wantrouwen was.