Mr. Davos houdt zelf helemaal niet zo van geborrel

Al 46 jaar brengt hij op het World Economic Forum bedrijfstop en toppolitici samen en, na kritiek, ook jonger en andersoortig spul. Hij peinst op zijn 77ste niet over pensioen.

Midden jaren zeventig, toen het World Economic Forum in Davos nog maar net bestond, vroeg initiatiefnemer Klaus Schwab zijn secretaresse of zij even Giscard d’Estaing wilde bellen. Even later verbond ze haar baas door. „Giscard d’Estaing”, zei een diepe stem aan de andere kant. In plaats van Olivier Giscard, directeur van de Parijse hogeschool INSEAD, had Schwab diens broer Valéry aan de lijn: de Franse president, rechtstreeks vanuit het Elysée. „Van schrik”, bekende Schwab jaren later, „heb ik de hoorn op de haak gegooid.”

Zulke dingen overkomen de 77-jarige Schwab allang niet meer. Komende week wordt het 46ste World Economic Forum in het Zwitserse ski- en kuuroord Davos gehouden, en de belangrijkste gasten nodigt hij nog altijd zelf uit. De gastenlijst van 2.500 man wordt tot op het laatst bijgewerkt en is niet openbaar. Maar vorig jaar wist Schwab veertig regeringsleiders te strikken, onder wie Angela Merkel, plus 64 ministers, onder wie John Kerry, dertig leiders van internationale organisaties zoals het IMF en de OESO, centrale bankiers en maximaal 1.500 toplieden van ’s werelds duizend grootste bedrijven. Ook dit jaar maken non-gouvernementele organisaties, kunstenaars, investeerders, academici en uitvinders hun opwachting, alsmede ‘Young Global Leaders’ op allerlei gebied die de gemiddelde leeftijd drastisch omlaaghalen en het Forum minder een old boys network maken. Weer gaat het gerucht dat de paus dit jaar komt; in 2015 zond de kerkvader een videoboodschap.

Het begon met conferenties

Het World Economic Forum is in de loop der jaren uitgegroeid tot een geoliede organisatie met vijfhonderd medewerkers, de meesten werkzaam in een getrapt glazen gebouw in Cologny, bij Genève, de rest in Afrika, Azië en Latijns-Amerika, waar jaarlijks tien regionale conferenties worden gehouden. Het budget bedraagt intussen 250 miljoen euro per jaar. Toch is het WEF grotendeels een eenmansbedrijf gebleven. Of liever: tweemansbedrijf, want Klaus Schwab doet vanaf het eerste Forum in 1971, toen hij 33 was, alles samen met zijn vrouw Hilde. Toen plaatste Schwab, een econoom en ingenieur die in 1938 werd geboren in het Duitse Ravensburg, een personeelsadvertentie in de Neue Zürcher Zeitung: hij zocht een assistente om conferenties te organiseren. Hij doceerde aan de universiteit in Genève. De assistente werd Hilde; ze trouwden korte tijd later. Op de conferenties wilde Schwab Europese bedrijven in contact brengen met Amerikaanse managementtechnieken. Schwab was er tijdens een jaar op Harvard van overtuigd geraakt dat bedrijven goed draaien als ze alle belanghebbenden bij hun strategie betrekken: klanten, overheid en medewerkers. Hij schreef er een boek over, dat de rest van zijn loopbaan in gang zette.

Schwabs eerste ‘European Management Symposium’ trok mensen uit het bedrijfsleven en daaromheen. Even later klapte het Bretton-Woods-systeem voor vaste wisselkoersen in elkaar, wat politieke schokgolven veroorzaakte. Toen kwam de oliecrisis. Daarop begon Schwab politici uit te nodigen voor zijn conferenties en doopte hij de bijeenkomsten om tot World Economic Forum.

Moeilijker om de wereld te verbeteren

Als eerste bood hij bedrijven en regeringen een internationaal platform en dit is nog altijd wat hij doet. Op de website staat dat het WEF „de wereld wil verbeteren”, door lieden uit diverse disciplines bij elkaar te zetten en naar elkaar te laten luisteren. In 1990, na de val van de Muur, bracht Schwab de Oost- en West-Duitse leiders Modrow en Kohl samen. In 1992 kwam Mandela, in 1994 waren Arafat en Peres aanwezig. Foto’s van die ‘Davos-momenten’ hangen in de gangen van het kantoor in Cologny. Vorig jaar wilde Schwab de Oekraïense en Russische leiders verzoenen. Alleen president Poroshenko verscheen. Ook belegde hij een besloten ‘sessie’ over de oorlog in Syrië. Wederom heeft hij, zo wil het gerucht, Poetin gevraagd te komen.

Zijn angst is dat leiders boos weglopen, zoals de Turkse premier Erdogan eens deed uit een panel met de toenmalige Israëlische president. De wereld verbeteren, zei Schwab in 2014 tegen The Wall Street Journal, wordt steeds moeilijker. Vroeger had je twee partijen die vochten of niet wilden praten. „Nu zijn er meerdere state actors en non-state actors. Daarom houden we meer besloten besprekingen dan vroeger.”

Schwab, die Engels spreekt op zijn Duits (,,Welkom to ze konferens’’), ‘is’ intussen Davos. En Davos is Schwab. Hij geniet daarvan. Voormalige en huidige wereldleiders tutoyeren hem en prijzen hem de hemel in, van Condoleezza Rice tot Kofi Annan. In het receptiecircuit schudt hij handen: „Zie ik je in China over vier maanden?”

Toch zijn er weinigen die hem goed kennen. Schwab is op zijn privacy gesteld. Hij haat cocktailparty’s. In zijn vrije tijd skiet hij crosscountry en beklimt hij bergen. „Ik heb de buitenkant ontmoet”, zegt een voormalige minister die anoniem wil blijven.

Zoals alles wat met elite en macht te maken heeft, ligt het WEF onder vuur, al sinds Seattle in 1999. Aanvankelijk waren alleen de duizend grootste bedrijven welkom. Vele hebben een WEF-‘partnerschap’: ze betalen een enorme contributie in ruil voor toegang. In 2015 werd de jaarbijdrage voor de topcategorie, de ‘strategische partners’, vanwege de crisis en de opwaardering van de Zwitserse munt verhoogd van 500.000 naar 600.000 frank. Er kwam geen bestuursvoorzitter minder om. Voor het bedrijfsleven blijft Davos een jaarlijkse hoogmis. Komende week zijn er ongeveer 200 bijeenkomsten, deels rond het overkoepelende thema: de vierde industriële revolutie en de gevolgen voor de samenleving en economie. Echte vips gaan er niet heen, tenzij ze op het podium zitten. Zij komen naar Davos om te netwerken op side-events in restaurants en chalets – zoals dat op alle conferenties gaat. Die achterkamertjessfeer roept weerstand op. Boris Johnson, de burgemeester van Londen, noemde het „een immense orgie van zelfadoratie”. Jarenlang werden er anti-conferenties georganiseerd en waren er demonstraties. Die zwollen aan tijdens de kredietcrisis: veel bankiers die zich aan derivaten hadden vertild en toezichthouders of ministers die dat niet hadden gezien, zaten in januari in Davos. Schwab was gevoelig voor die kritiek. Hij leek sommige bezwaren zelfs te delen, en begon jonge ‘leiders’ en ngo’s bij het Forum te betrekken. Dit jaar zijn er sessies met vluchtelingen, over ‘global values’, een workshop met cellist Yo-Yo Ma – en voor het eerst is er géén geplande ‘alternatieve conferentie’.

Vorig jaar klaagde Schwab, na klachten over 45 frank (41 euro) voor een cappuccino, dat de middenstand in Davos zijn gasten niet als „melkkoeien” moest behandelen. Ook nodigt hij geen mediasterretjes uit, laat staan Edward Snowden: „Die komen om gezien te worden of een boodschap af te leveren, niet om te luisteren.” Schwab spreekt geregeld zijn bezorgdheid uit over het „egoïsme” van de huidige generatie. Bedrijven worden „te veel winstmachines die mensen het gevoel geven dat ze op elk moment vervangbaar zijn’, zei hij tegen Le Monde. Mede daardoor, denkt hij, wijzen veel burgers mondialisering af. „De techniek is gemondialiseerd maar de politiek wordt steeds nationalistischer.”

Schwab is trots dat het Forum „als enige ter wereld géén plek is waar landen hun nationale belangen verdedigen”. Hij woont al vijftig jaar in Zwitserland en voelt zich Zwitsers. Zijn vader, die voor een Zwitsers turbinebedrijf werkte, reisde veel en was lid van de Rotary. Zoals veel oorlogskinderen huivert Schwab ervoor nationale identiteit te benadrukken. Zíjn identiteit zit in het WEF. Hij is zowel realist als idealist: realist, omdat hij werkt met het establishment, en idealist, omdat hij in de kracht van de dialoog gelooft.

De vraag rijst wie zijn opvolger wordt. Schwab had een Costa Ricaanse politica voor ogen, maar zij struikelde in eigen land over een bonnetjeskwestie. Velen denken dat Christine Lagarde, IMF-topvrouw en actief lid van de WEF-toezichtsraad, een voor de hand liggende opvolger zou zijn. Schwab laat niets los. „Ik ben een intellectuele kunstenaar”, zei hij eens. „En kunstenaars, zoals u weet, gaan niet met pensioen.”