Linda moet op zwart

Lelieblanke redacties zijn niet van deze tijd. Iets waar de ‘serieuze’ pers zich schoorvoetend rekenschap van lijkt te geven. Maar waar blijven de glossy bladen, vraagt lifestylejournalist Janice Deul midden in de Amsterdam Fashionweek. 

Janice Deul is een Surinaams-Nederlandse lifestyle journalist, co-auteur van Little Black Hair Book. Dit is een bewerking van een artikel op de site Pulpdeluxe.com. Bekijk de TED-talk van de auteur op YouTube.

Als het gaat om diversiteit in de media hebben ‘we’ het vooral over kwaliteitskranten, actualiteitenprogramma’s en opiniebladen. Op de redacties van lifestyle en fashionmagazines lijkt ‘meer kleur’ er niet toe te doen. Zelden zie je een hoofdredacteur van een hoogglanzend modeblad als spreker op een ‘diversiteit in de media’-congres of -event. Zelden hoor je zo’n fashionable en stijlvolle dame verkondigen dat ze meer diversiteit op haar redactie nastreeft. En zelden nemen vertegenwoordigers van lifestylemagazines actief deel aan de discussie die nu met name door de ‘echte’ opiniemakers wordt gevoerd.

Alsof het onderwerp de lifestylebladen niet betreft of hun doelgroep niet raakt. Hiermee plaatsen deze titels zichzelf buitenspel, diskwalificeren ze hun lezers en onderschatten ze hun eigen rol. Mode is een maatschappelijk fenomeen en voor de modebladen geldt hetzelfde. Mode gaat niet alleen over jassen en tassen, over hakhoogtes, roklengtes en de schoen van het seizoen. Het vertelt iets over de drager en over de tijd waarin we leven. Het kan – net als kunst – een manier zijn om een boodschap over te brengen, anderen wat te leren of hen te inspireren. Ook als het gaat om (zelf)acceptatie, inclusie en diversiteit, onderwerpen die in deze polariserende samenleving steeds meer trending zijn.

Titels als ELLE, Vogue en Linda. zijn de lifestylekronieken, de beeldbepalers, van deze tijd. Ze laten zien wat we eten, hoe we leven, hoe we over relaties denken - en ze tonen wat als ‘mooi’, ‘aantrekkelijk’ en ‘begeerlijk’ wordt beschouwd. Maar waar deze bladen perfect weergeven wat ‘helemaal van nu’ is op het gebied van bijvoorbeeld werk, sport en de lie-hiefde, slaan ze de plank veelal mis als het beauty en glamour betreft.

Het eenduidige, achterhaalde beeld (denk: blond (liefst), jong, slank en blank) dat men hier doorgaans van schetst, staat haaks op de realiteit. Fabulousness komt in vele vormen, maten en kleuren; kijk maar om je heen in een gemiddelde stad. Waarom zien we die diversiteit maar mondjesmaat terug als het om de glossies gaat? In een multicultureel land als het onze moeten ook de fashionmagazines een spiegel van de samenleving zijn. Niet alleen wat de modellen betreft, ook als het gaat om de professionals achter de schermen, van stylist tot redacteur.

Net als de zogenaamde ‘serieuze’ pers heeft de lifestylebladenbizz een kleurinjectie nodig. Dat is vereist om de homogene en vaak clichématige visie op schoonheid en blackness waarvan magazines keer op keer blijk geven, te doorbreken. Deze werkt controverses, excessen en uitsluiting in de hand. Daar moeten we niet te lichtvaardig over doen.

Qua looks spiegelen we ons aan wat we in de ‘populaire’ media zien. Coversterren zijn voor veel – jonge – mensen de rolmodellen van nu. Wanneer een toonaangevend lifestyleblad een zwart of Aziatisch model op de cover plaatst, heeft dat een enorme impact. Op de emancipatie van en beeldvorming rond verschillende etnische groepen, maar ook op het wereldbeeld van het witte publiek. Aldus bezien hebben glossy bladen veel meer invloed dan kwaliteitskranten of actualiteitenprogramma’s.

Mediamakers van Nederland, nodig dus ook een vertegenwoordiger van de lifestylebladen uit wanneer u weer eens een gesprek voert, een artikel schrijft of een item maakt over (het gebrek aan) diversiteit in het vak. En bladenmakers van Nederland, wees niet bang om aan introspectie te doen.

Volg het voorbeeld van uw collega’s bij tv en krant en meng u actief in de discussie. Diversiteit in de media is een onderwerp van maatschappelijke betekenis - net als mode an sich. We mogen dit niet laten kapen door de ‘serieuze’ pers, daar is het te belangrijk voor.