‘Ik ben beslist geen domineesvrouw. Nee!’

Dick Couvée (61) is directeur van de Pauluskerk in Rotterdam, zijn vrouw Annelie Couvée (60) zet zich in voor duurzaamheid van bedrijven. „Dick zegt altijd dat ik de ingenieur van de familie ben.” 

Dick Couvée (61) studeerde internationaal recht in Leiden en theologie. Hij werkte bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat voor hij in 1998 dominee werd. Sinds 2008 is hij directeur van de Pauluskerk in Rotterdam. Samen verdienen ze drie keer modaal.

Allebei een carrièreswitch

Annelie: „We hebben elkaar leren kennen bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Daar heb ik dertien jaar gewerkt, totdat Dick vroeg: wat vind je nou eigenlijk leuk? We hadden intussen drie kinderen. Op de Hogere Agrarische School dacht ik al: de landbouw zoals die nu is, daar kan ik me niet mee verenigen. Toen ben ik milieukunde gaan studeren in Leiden.”

Dick: „Ik ben eigenlijk jurist, ik heb volkenrecht gestudeerd. Aanvankelijk had ik gesolliciteerd voor het diplomatenklasje. Men wilde een ander soort buitenlandse dienst – niet alleen maar dubbele namen uit Leiden. Geleidelijk kwam ik erachter dat men dat wel zei, maar niet deed. Dus heb ik gesolliciteerd bij Verkeer en Waterstaat. Naast mijn werk heb ik nog een jaar theologie gestudeerd. Maar toen had ik besloten: predikant worden, dat doe ik niet. Mijn vader, mijn grootvader, iedereen in onze familie was predikant. Ik wilde iets anders doen dan de rest.”

Annelie: „Toen Dick en ik elkaar ontmoetten, was ik helemaal geen kerkganger. Wij hadden een enorm vrijgevochten gezin – flower power enzo. Mijn moeder was kinderboekenschrijfster en kunstenaar. Wij gaven vroeger feesten waar alles mocht. Er is weleens een jongen geweest die vroeg: ‘Goh wat een geweldig feest, dat weten je ouders zeker niet?’ Dan zei ik: ja hoor, die zitten daar. Dus het was heel vreemd voor mij om op een domineeszoon te vallen. Het gekke was dat jij toen hebt gezegd: ik ga een jaar niet naar de kerk.”

Dick: „In die periode lag ik met mezelf overhoop en wist ik niet wat ik aan moest met god en het geloof.”

Mond opentrekken

Annelie: „Toen we gingen samenwonen, ging ik met Dick mee naar de Leidse Studenten Ekklesia, een hele vrije geloofsgemeenschap.”

Dick: „En buitengewoon kritisch op de kapitalistische samenleving. Dat sprak mij heel erg aan. Voor mij is geloven niet iets wat tot de privésfeer hoort. Ik ben een gelovig mens, maar mijn ambt is een publieke functie. Daar hoort bij dat je je mond opentrekt als er iets niet deugt.”

Annelie: „Het milieudeel, de zorg voor de aarde, daardoor vond ik aansluiting.”

Dick: „Bij de kerk miste ik kritiek op armoe, de kloof tussen arm en rijk die steeds groter wordt. Dat de kerk geen kritiek levert op het feit dat zoiets als de Voedselbank überhaupt nog nodig is in het elfde, twaalfde rijkste land ter wereld. In 1992 ging ik weer theologie studeren.”

Annelie: „Ik had wel een roeping in de milieusfeer, maar we hadden intussen vier kinderen. Jij zag een probleem in de samenleving en je wilde daar wat aan doen. Dus stond ik erachter dat jij die zaterdagen zat te studeren en ik achter de korfbal en het zwemmen aan moest.”

Geen ijskasteters

Dick: „De Pauluskerk heeft geen leden, het is wel een geloofsgemeenschap. Mijn rol is een totaal andere dan die van mijn vader en grootvader. Ik ben niet alleen dominee, ik heb ook de leiding over alle medewerkers en vrijwilligers.”

Annelie: „Ik doe wat aan groen in de kerk en verder probeer ik Dick een beetje overeind te houden. Maar ik ben geen domineesvrouw. Nee!”

Dick: „Als jij dingen voor de kerk doet, dan doe je dat omdat je dat belangrijk vindt.”

Annelie: „Dick zegt altijd dat ik de ingenieur van de familie ben. Ik ben milieucoördinator geweest, nu werk ik voor Kiwa, een certificeringsinstelling op het gebied van duurzaamheid. Ik moet het hele land door, soms ook naar België. Drie dagen in de week ben ik op pad, van heel vroeg tot behoorlijk laat. Thuis werk ik de boel uit. Dick heeft ook kantoor aan huis, dus we zien elkaar vrij veel.

Dick: „Wij zitten allebei in onze eigen werkkamer, maar lunchen samen.”

Annelie: „Nee, wij zijn geen ijskasteters. Zullen we even wat eten, zegt Dick dan.”

Dick: „Dan gaan we ook even zitten en dan bidt Annelie meestal.”

Hé domineetje

Dick: „In de ochtend ben ik bezig met vergaderingen, management. Dan is er kerkcafé en ben ik samen met onze bezoekers: dak- en thuislozen, verslaafden, psychiatrische patiënten, vluchtelingen. Het is meer een gesprek van mens tot mens. De heilige boeken gaan open, dat kan de Bijbel zijn of de Koran. Die koppelen we dan aan de actualiteit. Maar het kan ook gaan over hun eigen actualiteit. Iemand is net vrijgekomen of heeft schulden. Tot mijn hartinfarct werkte ik de hele dag door, maar nu ga ik tussen de middag lopen. Je komt iedereen tegen: ‘Hé domineetje’. Als ik iemand zie zitten van wie ik denk: ‘Oh gut, jou heb ik al een hele tijd niet gezien’, dan stap ik eropaf.”

Annelie: „Een vroegere werkgever heeft weleens gevraagd wat ik toch met een dominee moest. Er zijn groepen die duurzaamheid alleen met groen invullen en er zijn groepen die alleen het sociale oppakken, maar het gaat juist om die twee samen. Dat vind ik het aardige van ons verbond.”

    • Rolinde Hoorntje