‘Ik begreep waarom het volk de wapens oppakte’

De oorlog in Colombia moet in maart voorbij zijn. Tanja Nijmeijer, die in de jungle onderdook en met FARC-rebellen de wapens oppakte, onderhandelt op Cuba mee over vrede. „Als iemand door mij heeft geleden, kunnen we daar gerust over praten.”

Tanja Nijmeijer: „Ik heb er schoon genoeg van om gebruikt te worden om de FARC maar zo negatief mogelijk neer te zetten.” Foto's Eliana Aponte

Ze heeft het bijna uit, De oorlog heeft geen vrouwengezicht van de Wit-Russische Nobelprijswinnares Svetlana Alexijevitsj. Tanja Nijmeijer pakt de Spaanse vertaling uit haar tas en legt het boek geestdriftig op tafel. Buiten klettert een tropische regenbui op het plaveisel. „Ik herken heel veel in dit boek”, zegt ze. „In een oorlog lopen dingen vaak dwars door elkaar, het is niet zwart-wit. Oorlog kun je niet begrijpen vanuit een vredesperspectief.”

Het is een thema waar Nijmeijer voortdurend op hamert tijdens het ruim twee uur durende gesprek in Havana. „Ik vind het goed dat er internationale wetten zijn die proberen een oorlog aan banden te leggen. Maar er bestaat geen oorlog waar geen burgerslachtoffers vallen. De beste manier om humaan oorlog te voeren, is door te stoppen met oorlog voeren, zei mijn commandant ooit. Dat is wat we nu aan het doen zijn.”

Tanja Nijmeijer (38) is innemend, maar op afstand. De vrouw die zich op 24-jarige leeftijd aansloot bij de FARC en zich jarenlang verschool in de Colombiaanse jungle, kiest haar woorden bedachtzaam. Nijmeijer is open en bereid op alle vragen te antwoorden. Ze is serieus en praat vurig, soms kijkt ze onderzoekend, maar bij bepaalde onderwerpen breekt haar gezicht open in een volle lach, zoals wanneer het over Nederland gaat.

„Ik heb gelezen dat op elk treinstation nu een piano staat. Dat zijn dingen die ik goed vind aan onze maatschappij en best eens zou willen zien.”

De bloedige burgeroorlog in Colombia duurt al meer dan vijftig jaar. Om daar een eind aan te maken zit Tanja Nijmeijer al bijna drieënhalf jaar op Cuba. In Havana onderhandelt ze als onderdeel van de officiële delegatie van de linkse rebellenbeweging FARC, de Fuerzas Armadas Revolucionarios de Colombia, sinds november 2012 met de Colombiaanse regering over vrede. Door de oorlog raakten vier miljoen mensen ontheemd, 400.000 Colombianen sloegen op de vlucht. Sinds 1964 vielen zeker 220.000 doden.

Het gesprek vindt plaats in het Palcohotel, dat grenst aan het congrescentrum waar woensdag een nieuwe onderhandelingsronde begon. Het gebouw ligt aan de westkant van Havana en is, zoals meer architectuur op Cuba, betonnen laagbouw in Sovjetstijl. Een paar tafels verderop zit een man van het communicatiebureau van de FARC, maar het gesprek is in het Nederlands en Nijmeijer praat vrijuit.

De onderhandelingen lopen voorspoedig. De partijen sloten al deelakkoorden op het gebied van landhervorming, de deelname aan de politiek van ontwapende rebellen en de strijd tegen drugshandel. In december zetten de partijen een handtekening onder het gevoeligste akkoord: de omgang met slachtoffers en de berechting van guerrillastrijders, militairen, paramilitairen en andere deelnemers van het conflict – het justitieakkoord.

Toch acht Nijmeijer de kans niet groot dat op 23 maart het definitieve akkoord er ligt waar de Colombiaanse president Juan Manuel Santos op hoopt. „We hebben nog veel moeilijke punten te gaan. Het kan dit jaar wel lukken, maar het is niet gezond om een tijdslimiet te zetten op een vredesproces. Het is belangrijk dat de onderhandelingen zorgvuldig zijn.”

Want de onderhandelingen gaan over veel meer dan het neerleggen van de wapens. De inzet is: het uittekenen van een nieuw land. En daar wil Nijmeijer het over hebben: „Wij willen een eerlijke verdeling van grond, gezondheidszorg en onderwijs voor iedereen. Dat wil de FARC altijd al, maar wij willen het nu via de politiek bereiken.”

Het is een belangrijke reden dat Nijmeijer nu wil praten met NRC. De Nederlandse pers heeft ze, zoals ze bij het eerste contact schrijft in een e-mail „een soort van opgegeven”. Want: „Ik heb er schoon genoeg van om gebruikt te worden om de FARC maar zo negatief mogelijk neer te zetten. Objectiviteit bestaat niet en de stigmatisering van mensen die positieve geluiden over de FARC laten horen, is nog steeds heel groot.” Nijmeijer wil „begrip kweken”, schrijft ze. „En de nadruk leggen op het vredesproces en de toekomst.”

Ze gebruikt veel Spaanse woorden. Aan het Nederlands moet ze wennen, hoewel ze sinds haar tijd op Cuba dagelijks contact heeft met haar ouders in het Twentse Denekamp. „Het is voor ons guerrillero’s niet makkelijk op Cuba, we zijn gewend aan de jungle. Hier leven we geïsoleerd, al is het voordeel het regelmatige contact met mijn familie”, vertelt ze. „Misschien komt het daardoor dat ik nu veel Twentser praat dan vroeger.”

Nijmeijer, die internationaal bekend werd nadat het Colombiaanse leger haar dagboek in 2007 buitmaakte na een aanval op het kampement waar ze verbleef, woonde jarenlang als guerrillera in de jungle. Bij haar aankomst in Havana in 2012 sprak ze haar ouders, die grootschalige zoektochten naar haar ondernamen, voor het eerst in zeven jaar. Over haar familie wil ze verder weinig kwijt. „Ik hou er niet zo van over hen te praten. Zij hebben hier niet voor gekozen, ik wel.”

In 2002 sloot Nijmeijer zich als guerrillera aan bij de FARC. „Toeval”, zegt ze nu, „het had ook elders kunnen zijn.” Als onderdeel van haar studie Romaanse talen en culturen in Groningen reisde ze in 2001 naar Colombia, waar de grote ongelijkheid en het conflict haar diep raakten. „Ik had echt geen affiniteit met wapens, maar toen ik aankwam in Colombia” – ze snuift licht, zoals je aan de lucht ruikt wanneer je net op een nieuwe plaats aankomt – „zag ik de sociale ongelijkheid en begon ik als vanzelf te begrijpen waarom dat volk de wapens opnam.”

Het Colombiaanse volk is niet uw volk, toch sloot u zich aan bij de gewapende strijd in hun land. Waar kreeg u begrip voor?

„Dat de FARC strijdt tegen het staatsterrorisme.” Dit woord gebruikt ze vaak; ze definieert het breed: „Staatsterrorisme is dat je in Colombia niet links of tegen neoliberale politiek kan zijn, zonder verdacht te zijn. Staatsterrorisme is de militarisering van de hele maatschappij: militairen binnen de universiteiten, militairen op straat. Staatsterrorisme is dat er jaarlijks honderden onschuldige burgers worden gedood, door toedoen van de staat. Ik zie het zo: als buitenstaander kun je op twee manieren meedoen. Je kunt bij een ngo gaan werken. Je kunt ook solidariteit betuigen aan een volk dat de wapens heeft opgenomen. Dat heb ik gedaan.”

De FARC heeft veel burgerslachtoffers gemaakt, vindt u dat gerechtvaardigd?

„Ik rechtvaardig het maken van burgerslachtoffers niet, ik rechtvaardig de reden dat het Colombiaanse volk besloot de wapens op te nemen. Er zijn inderdaad burgerslachtoffers gevallen door toedoen van de FARC. De FARC heeft fouten gemaakt. Dat geven we ook toe.”

Slachtoffers spelen een belangrijke rol in de onderhandelingen. Om tot het deelakkoord over de omgang met slachtoffers te komen, waren er ontmoetingen tussen slachtoffers, de FARC en de Colombiaanse regering, zowel op Cuba als in Colombia. Zo had de FARC in december een ontmoeting met slachtoffers van het bloedbad dat zij aanrichtten in het plaatsje Bojayá, in 2002. Bij een aanval op een volle kerk vielen daarbij 79 burgerdoden.

„Dat was een grove fout van de FARC”, zegt Nijmeijer. „Dat slachtoffers tegen ons hun verhaal hebben durven doen is heel moedig. Het is belangrijk om tot verzoening te komen in dit proces.”

Lange tijd wilde de FARC niet erkennen ook schuldig te zijn aan burgerdoden; met deze schuldbekentenissen is de beweging een nieuwe weg ingeslagen. Spijt betuigen en ‘herstelrecht’ – dat beoogt om daders en slachtoffers tot een beter begrip te laten komen – vormen volgens Nijmeijer een belangrijk onderdeel van de toekomstige vrede, zowel voor rebellen en leger, als voor de vele paramilitairen die actief zijn in Colombia.

Human Rights Watch heeft kritiek op het justitieakkoord, omdat het de straffeloosheid van daders zou bevorderen. Bent u het daarmee eens?

„Nee, zeker niet. In plaats van het straffen van de daders, staan slachtoffers centraal, en het herstel van de schade die hun is aangedaan. Gevangenisstraffen worden alleen opgelegd bij zware misdrijven, zoals het schenden van mensenrechten of het plegen van seksueel geweld. Voor de lichtere misdaden gelden amnestieregelingen, maar ook kunnen maatschappelijke straffen worden opgelegd van vijf tot acht jaar. Wie de waarheid niet vertelt, loopt het risico tot twintig jaar de cel in te gaan.

„Het opbouwen van een nieuw land doe je niet door de gevangenissen vol te stoppen. Bovendien is denken dat de gevangenis dingen goed maakt voor slachtoffers een beetje middeleeuws.”

In 2010 vaardigden de VS en Interpol een internationaal arrestatiebevel uit tegen Nijmeijer wegens betrokkenheid bij de ontvoering van drie Amerikanen, die tussen 2003 en 2008 werden vastgehouden door de FARC, nadat hun vliegtuig in de jungle was neergestort. Ze werden in 2008 bevrijd door het Colombiaanse leger, samen met onder anderen de Frans-Colombiaanse politica Ingrid Betancourt. Net zoals bij andere internationaal gezochte FARC-commandanten, werd Nijmeijers zogeheten red notice tijdelijk ingetrokken, zodat ze zich kon aansluiten bij de onderhandelingen in Cuba.

Zelf zegt ze onschuldig te zijn. „Toen het vliegtuig met Amerikanen neerstortte, had de FARC een vertaalster nodig, één keer. Zodat ze een video konden opnemen voor hun families. Ik ben één morgen mee geweest om te vertalen. That’s it.”

Het ging volgens Nijmeijer bovendien niet om burgers. „Het waren private militairy contracters [huurlingen, red.] met wapens, en met infraroodapparatuur om laboratoria en FARC-kampen op te sporen in de jungle”, zegt Nijmeijer. „Ze waren een verlengstuk van de Verenigde Staten, en de rol die zij speelden in het conflict in Colombia. Dus werden ze door ons behandeld als krijgsgevangenen, zoals het hoort.”

Vindt u dat het internationale arrestatiebevel tegen u moet vervallen?

„Het justitieakkoord geldt voor alle guerrillero’s en guerrillera’s, daar val ik ook onder. Maar [vorige week zondag] las ik dat er een guerrillero is uitgeleverd aan de Verenigde Staten, wegens dezelfde verdenking als die tegen mij bestaat. De VS zeggen dat ze hun arrestatiebevel niet gaan intrekken, maar ze staan wel achter ons akkoord. Hoe dat uitpakt is onduidelijk.”

U heeft ook ook aanslagen gepleegd waarbij slachtoffers zijn gevallen, zij het volgens u geen doden. Heeft u spijt van die aanslagen?

„Spijt wordt vaak opgevat als spijt hebben van de wapens opnemen, of spijt hebben van bij de FARC gaan. En ik heb nergens spijt van. Dat soort acties vallen allemaal binnen de rebellie.

„Als iemand heeft geleden door wat ik heb gedaan, kan die persoon gerust naar mij toekomen, dan kunnen we daarover praten. Ik zou nooit zeggen: ‘Het spijt me, maar ik zou het zo weer doen hoor.’ Nee. Maar wel zoals het met de slachtoffers van Bojayá is gegaan: het spijt ons, maar dit is de oorlog. Oorlog is iets vreselijks. Dat weten we allemaal. Daarom zijn we nu bezig die oorlog te beëindigen.”

De FARC wordt internationaal beschouwd als terroristische organisatie. Hoe kijkt u daarnaar?

„In Latijns-Amerika wordt de FARC alleen als terroristische organisatie gezien door Peru, Chili en Colombia, dat vind ik veelzeggend. De VS hebben de FARC op de lijst van terroristische organisaties gezet. De EU, die daar altijd achteraan loopt, heeft dat ook gedaan. Maar ik vind dat niet kloppen.”

Hoe zou u de FARC dan noemen?

„Een politiek-militaire organisatie. Het definiëren van een terroristische organisatie is een politieke beslissing. Staten kunnen ook terrorisme uitvoeren. Zie nu de Koerdische PKK in Turkije. Welke status hebben zij? En wie is er terroristischer: premier Erdogan of de PKK? En wie strijdt eigenlijk echt tegen IS? Dat zijn vragen die voor mij duidelijk maken dat er iets binnen onze wereldorde niet helemaal klopt.”

Zijn jullie, leger en FARC, tijdens de onderhandelingen nader tot elkaar gekomen? Van persoon tot persoon – als mens?

„Jawel. In het begin was het allemaal nog wat onwennig. Maar tijdens een kopje koffie praten we met elkaar. Over muziek, over Colombia. In de subcommissie over gender, waarin we de akkoorden herbestuderen op gelijke rechten tussen mannen en vrouwen, hebben we veel begrip voor elkaar gekregen. En een hele leuke relatie opgebouwd. Nou, leuk is misschien niet het woord. Maar we zijn bereid er samen uit te komen.”

In het Palcohotel lopen delegatieleden van de FARC vrijelijk rond, deze ochtend. Busjes brengen ze van het hotel naar de achtergelegen compound, waar ze wonen. Het ziet er ontspannen uit, maar echte vrijheid ontbreekt. De Cubaanse veiligheidsdiensten houden alle delegatieleden nauwlettend in de gaten, ongezien ontsnappen naar een afgelegen strand zit er niet in. „Zij zijn verantwoordelijk voor onze veiligheid”, zegt ze. „Als dat misgaat, kan dat wel eens een gevaar betekenen voor de vrede in Colombia.”

Wat gaat u doen als er straks vrede is?

„Ik wil terug naar Colombia. Ik zou graag op het platteland wonen, als onderwijzer werken. Ik doe graag iets met mijn handen.” Nijmeijer heeft er vertrouwen in dat het nog dit jaar tot een akkoord komt. „Ik wil eigenlijk hetzelfde doen wat de FARC altijd al doet. Gemeenschapswerk, maar dan zonder wapens. Ik wil zijn waar ik nodig ben.”