Hoe minder hoe meer

Toeristen reizen naar afgelegen plekken, waar drukte en stress niet zijn doorgedrongen. Alleen op de wereld als reisideaal.

Ik ontmoet Tomas en Hilde uit Keulen op het verre Mexicaanse Isla Holbox na elf uur vliegen, drie uur in een aftandse taxi, anderhalf uur wachten op de ferry die er bijna een uur over deed, plus nog een hobbeltocht in een veringloze buggy. Hij is yogaleraar, zij apothekersassistente. Ze gaan altijd zo ver mogelijk van huis. Hij om nieuwe yogamethoden te leren, zij om bij te komen „van al die chemische medicijnenrommel”. Het hotelletje heeft geen telefoon, wifi, minibar of televisie, maar wel holistische massages en allerhande ayurvedatherapieën. Hilde: „Hier komen we helemaal tot rust, terug naar de essentie van het leven, naar waar het wezenlijk om gaat, het welzijn van onszelf. Je merkt dan dat je helemaal geen spullen nodig hebt. ‘Hoe minder, hoe meer’, zeggen we altijd.”

Volgens de World Tourism Organization waren er in 2014 1,1 miljard toeristen onderweg, 5% meer dan in 2013. In 2010 waren het er nog ‘slechts’ 940 miljoen (en in 1950 25 miljoen) en voor 2030 zet het UNWTO de teller op bijna 1,9 miljard reislustigen.

Het is dus niet alleen druk op reis, het wordt almaar drukker. De aardbol groeit echter niet mee, dus waar is er nog plek? De bekendste vakantieoorden barsten uit hun voegen. Populaire reisbestemmingen als Barcelona, Venetië, Machu Picchu (Peru) en Angkor Wat (Cambodja) zijn zelfs bezig toeristen te weren, dan wel quota in te stellen. Reisorganisaties en vliegmaatschappijen bidden en smeken om wereldwijde vakantiespreidingen omdat men het tijdens piektijden bijkans niet meer aankan. Ondertussen is er de sterk opkomende hang naar rust en eenzaamheid, naar ver en afgelegen plekken waar drukte en stress nog niet zijn doorgedrongen en waar – bij voorkeur – geen wifi is, of anderszins moderne communicatiemiddelen.

„Hier is absoluut niets”, zegt Charlie Fallman trots over zijn hotel Alila Jabal Akhdar, op 2000 meter hoogte, in splendid isolation gelegen in de bergrotsen van Oman. De weg erheen is zo steil dat er zijdelings horizontale uitrijbanen zijn aangelegd voor auto’s die tijdens de afdaling dreigen om te kukelen. Met een beetje fantasie zou je hier Stanley Kubricks film The Shining kunnen naspelen, waarin Jack Nicholson, gek geworden van de stilte van het afgelegen hotel, vrouw en kind met een bijl achterna zit.

Dat doen we maar niet. Ik ben trouwens al druk in de weer een berggeit de toegang tot mijn kamer te ontzeggen.

Zelfs geen geiten

In het resort Ulpotha (Sri Lanka) komen zelfs geen geiten. Het is louter het domein van rijstverbouwers die, als het geen oogstseizoen is, toeristen ontvangen die op zoek zijn naar het Totale Niets. Ofwel (al naar gelang hoe men het bekijkt) het Complete Zijn. In de afwezigheid van wifi, elektriciteit en zelfs warm water, liggend op een grondmatras in een simpele hut, besteedt men hier zijn tijd aan yoga, holistische behandelingen, zelfexpressie, diverse dansklassen, en massagetherapieën waarbij compassie, zelfaanvaarding en warmte essentiële onderdelen zijn. Of men neemt gewoon een duik in het feeërieke en onbedorven meer. De wc’s en badhokken zijn voor gezamenlijk gebruik (als op een camping) en veraf gelegen, dus ’s nachts een plas doen vergt een lantaarn om door het pikkedonker de weg te vinden. Het eten is strikt vegetarisch en simpel.

Goedkoop is anders (vanaf zo’n 200 euro per dag), maar ja, „het mag wat kosten om helemaal niks te hebben”, grapt Marcello Murzilli, een pionier op dit gebied, die al in de jaren tachtig een soortgelijk oord opende in Mexico (Hotel Desconocido, ofwel: Onbekend Hotel). „Men verklaarde me voor gek toen ik ermee begon. Welke idioot zou er fiks betalen voor een plek in the middle of nowhere, waar niks is behalve een gezonde atmosfeer, simpel eten en alle ruimte om te dromen?”

Queeste naar eenzaamheid

Heel veel idioten dus, zoals nu blijkt. Zowat alle reisorganisaties en toeristenbureaus zijn het erover eens dat de queeste naar afgelegen eenzaamheid tot de belangrijkste reistrends van 2016 behoort. Lonely Planet voorspelt dat steeds meer geïsoleerde hotels de afwezigheid van eigentijdse communicatiemiddelen als grootste lokmiddel gaan gebruiken (hun toeristenmotto: ‘See you when I get back’). Booking.com noemt de nieuwe reiziger „avontuurlijke road warriors op zoek naar steeds verder gelegen plekken” en Thomson Tui, een van de grootste touroperators van Europa, omschrijft de groeiende belangstelling als „slow-it-down”, „terug naar toen er nog niks was” en een „tegengif voor de stress van elke vorm van technische vooruitgang”. Het lijkt erop dat we het zat zijn om 24 uur bereikbaar te zijn, en dat een of andere vorm van eenzaamheid het nieuwe ideaal is. Volgens de in The New York Times gepubliceerde 2015 Visa Global Travel Intentions Study, is het percentage soloreizigers in twee jaar gestegen van 15 tot 24%. Dus misschien hebben we ook nog eens genoeg van elkaar?

Het zijn niet alleen geïsoleerde hotels die zich verheugen in een stijgende belangstelling, maar ook complete landen. Hoe minder toeristen er komen, hoe geliefder: Kiribati bijvoorbeeld in Oceanië (met 5900 toeristen per jaar ’s werelds minst bezochte land), de Salomon eilanden (24.000), Micronesië (42.000) en Tonga (45.000) beleefden een gemiddelde toeristengroei van zo’n tien procent de afgelopen drie jaar. De vraag is hoe lang ze hun oorspronkelijke status kunnen behouden. Nu de toeristenindustrie de hang naar ver & afgelegen heeft onderkend, zal het niet lang meer duren voor ze het als commerciële melkkoe gaat exploiteren.

Precies zoals Lonely Planet heeft gedaan sinds hun eerste publicatie in 1973. Ooit begonnen als ontdekkingstocht naar onherbergzame gebieden, heeft Lonely Planet (intussen uitgegroeid tot ’s werelds grootste reisgidsuitgeverij) er sindsdien als geen ander toe bijgedragen dat de planet juist aanzienlijk minder lonely is geworden.

Voorbeelden hiervan dienen zich al aan: hoteltycoon Adrian Zecha zoekt op de Indonesische Banda eilanden (360 toeristen in 2014) naar een geschikte locatie voor een nieuw hotel en op het schier onbereikbare vulkanische eiland St. Helena (zo’n 3.000 kilometer buiten de Zuid-Amerikaanse kust, met 4.500 inwoners, 60 unieke vogelsoorten en Napoleon als beroemdste bewoner ooit) opent begin 2016 het eerste vliegveld, dat British Airways wekelijks zal aandoen. Het vrachtschip dat tot nu toe de enige toegangsmogelijkheid bood, gaat dan uit de vaart. ’s Werelds hoogste vliegveld opende twee jaar geleden in het verre westelijk gelegen Sichuan in China: het ligt 4.500 meter boven de zeespiegel in een onherbergzaam berggebied waar nog geen 30.000 mensen wonen. Tot nu toe was er alleen een bus die er twee dagen over deed. Nu hoopt de Chinese regering, mede dankzij de bouw van menig hotel ter plaatse, op een toeristenstroom van 280.000 (!) mensen per jaar.

Een koperen afweerschild

Ook dichterbij zien slimme hoteliers hun kans waar: als men dan zo nodig alleen en afgesloten van de wereld wil zijn, waarom dan niet ook hier die trend bij de lurven gepakt? Villa Stéphanie, onderdeel van het Brenners Park-Hotel in Baden-Baden, biedt gasten de mogelijkheid middels een druk op de knop de kamers compleet af te schermen voor welk communicatiemiddel dan ook, dankzij een afwerend koperen schild dat in de muren is aangebracht. Zegt Frank Marrenbach, CEO van de Oetkergroep waartoe het hotel behoort: „Connectiviteit is langzamerhand een verslaving geworden. Net als roken. We hebben soms hulp nodig om daar vanaf te komen. Wij geven hiermee dat steuntje in de rug.” Er bestaat zelfs een website (hotels-ohne-wlan.com) met hotels die bewust („vanuit holistisch uitgangspunt”, vermeldt de site) wifi buiten de deur houden. Misschien dat de Oetkergroep er goed aandoet de beroemde uitspraak van Greta Garbo, die ooit in hun hotels logeerde, als wervende slogan aan te nemen: „I want to be alone”.