Het lot van een Pakistaanse bruid

De 25-jarige Yasmeen uit Pakistan werd in Nederland om het leven gebracht. Haar man staat terecht, maar volgens nabestaanden draagt de hele schoonfamilie schuld. Leugens, zegt die.
Pakistaans-Nederlandse vrouwen demonstreren bij de Rotterdamse rechtbank, waar Adeel D. komende week terechtstaat wegens verdenking van moord op zijn vrouw Yasmeen. Foto Pieterjan Luyten

Als de grond steviger was aangedrukt was ze nooit ontdekt. Maar op de plek waar Yasmeen lag, 57 stappen van een bospad in Ruinen, oogde het zand wat losser en de bladeren onnatuurlijk. De politie ging graven en stuitte na 70 centimeter op een jonge vrouw met een trouwring om. Gevonden in een gat in Drenthe, 5.705 kilometer van haar geboortegrond.

Was ze in Noor Jamaal gebleven, dan had Baba haar vast beschermd. Baba Noor Jamaal, de wijze met magische krachten die alle problemen oplost. Wie niet luistert wordt de gemeenschap uitgezet. Ze had er gebeden tot de heilige Noori, of, desnoods, iemand betaald voor zwarte magie. Het dorp ligt tussen de rijst- en tarwevelden in het noordoostelijke puntje van Pakistan.

Yasmeen, moeder van twee kinderen, is 25 jaar geworden. Negentien dagen had ze ingepakt in de Drentse zandgrond gelegen toen ze op 12 februari vorig jaar werd gevonden. Ze is door verwurging of verstikking om het leven gekomen. Welk van de twee, daar zal de rechtszaak vanaf donderdag vermoedelijk voor het grootste deel over gaan. Haar man wordt verdacht van moord en het verbergen van een lijk.

Als Yasmeen op haar geboortegrond was gebleven, was het misschien niet zo ver gekomen. Wie weet was ze met een ander getrouwd. Had ze bij zijn familie gewoond in een groot vierkant huis dat mensen van de gegoede middenklasse bezitten. Vier verdiepingen rondom een tuin en op elke etage sanitair. Een bediende zou schoonmaken, koken, strijken, terwijl zij binnenshuis alle ruimte en vrijheid zou hebben en een schoonmoeder die kon helpen met de kinderen. Ze zou om vier uur thee drinken en elke avond samenkomen met de vrouwen in het dorp voor het verzorgen van elkaars haar en het horen van de laatste nieuwtjes. In Noor Jamaal weet iedereen alles van elkaar.

Maar de grootste huizen van het dorp staan leeg. En de beste huwelijkskandidaten zijn vertrokken. Mensen met geld, grondbezitters, zijn lang geleden geëmigreerd. Ze trokken naar Engeland, Canada, de VS en later ook naar Denemarken, Duitsland, Nederland. Ze namen in de loop der jaren steeds meer familieleden mee, zodat op de grootste huizen van Noor Jamaal nu een slot zit – de schoonmaker en de tuinman hebben er het rijk alleen. Alleen bij bruiloften en begrafenissen, een paar keer per jaar, komt iedereen weer even terug.

Yasmeen hád niet kunnen blijven. Haar vader was overleden aan een hartaanval. Ze had geen broers, geen bescherming. Ze woonde alleen met haar moeder en haar grootouders, ze waren afhankelijk van anderen. De achterstand kon alleen worden opgeheven door te trouwen. Binnen de familie, dat doet iedereen in het noordoosten van Pakistan. Bezit blijft zo in de familie. En je gunt het elkaar.

Een oom in Nederland, broer van haar overleden vader, bood aan te helpen. Hij stelde voor zijn oudste zoon Adeel, taxichauffeur in Rotterdam, te laten trouwen met Yasmeen. Beiden gingen akkoord en zo geschiedde.

De bruiloft in 2012 was in Pakistan en duurde dagen. Op een foto van die tijd poseert Yasmeen in een kleurrijke jurk met een glanzende dikke vlecht tot over haar heupen, naar Pakistaans schoonheidsideaal. Ze is volgehangen met familiegoud dat ze mocht houden. Normaal krijg je een uitzet mee, met meubels en al, maar bruiden die naar het buitenland gaan hebben meer aan goud. Na de bruiloft ging haar nieuwe schoonfamilie alvast terug naar Nederland. Yasmeen leerde in afwachting van een visum Nederlands niveau-2 in Noor Jamaal.

Vermist

Op 25 januari vorig jaar gaf Adeel zijn vrouw bij de politie op als vermist. Yasmeen zou na drie jaar Nederland met onbekende bestemming zijn vertrokken, zonder haar kinderen en met geld en kleren. Hij had geen idee waarom.

Mensen die Yasmeen kenden hadden zorgen over haar lot. Een familielid schakelde Shirin Musa in, oprichter van vrouwenorganisatie Femmes for Freedom, en die haalde de media erbij. Er verschenen verhalen dat ze bij haar schoonfamilie had geleefd in gedwongen isolement. Ze zou zijn vernederd en geslagen en door haar schoonmoeder als slaaf gebruikt. Ze zou een eigen woning hebben gewild met haar gezin. Pas een paar maanden voor haar dood, toen het echt niet meer ging, was die wens in vervulling gegaan.

Er gebeurde iets ongebruikelijks. Er kwam protest. Je bemoeien met andermans familie, dat doe je normaal niet in de Nederlands-Pakistaanse gemeenschap, zo’n 21.000 mensen. Je kunt verdriet aanhoren, maar bij dreigend conflict trekt iedereen zich terug. Kwestie van respect. Maar een vermissing als deze was in Nederland niet eerder voorgekomen.

Het begon met een groepje mensen dat flyers uitdeelde bij de moskee waar ook de schoonfamilie kwam, in de hoop meer over de vermissing te horen. Of dit uitdelen ook in burka kon, vroeg één van hen nog. Néé, zei Musa, die de vermissing zag als voorbeeld van verborgen leed van vrouwen. Genoeg Nederlandse Pakistani die volgens haar wel een voorbeeld daarvan kennen maar hun mond houden. Ze wil het taboe doorbreken, maar dan wel in openheid.

Het protest groeide snel toen een week later het lichaam van Yasmeen gevonden werd. Zo’n 25 vrouwen deden mee aan een bezetting van de moskee, die in hun ogen de vermissing niet serieus had genomen. Enkele honderden Nederlandse Pakistani betuigden in een stille tocht door Rotterdam hun steun en verhalen over de schoonfamilie leidden tot in Engeland en Australië tot afkeuring op Facebook.

Adeel werd gearresteerd. De politie had zijn taxi nagetrokken en vond twee afwijkende ritten richting Drenthe. Maanden later, in juni, begon hij te verklaren.

Goed, het huwelijk liep niet goed. Hij had de IND gemeld dat het huwelijk was beëindigd. Maar dit alles zou gebeurd zijn in een opwelling. Tijdens een ruzie zou hij Yasmeen bij de keel hebben gegrepen waarna zij achterover was gevallen op de bank. Nadat hij met de kinderen de woning had verlaten, zijn auto was gaan wassen en de kinderen zoals gewoonlijk ’s ochtends had afgezet bij zijn ouders, had hij Yasmeen bij terugkomst levenloos aangetroffen voor de bank. Twee vrienden hadden geholpen met verpakken, wegbrengen en begraven.

Was dit ‘gewoon’ een uit de hand gelopen ruzie tussen man en vrouw? Of speelde in deze zaak de schoonfamilie een rol, zoals anderen beweerden? Het openbaar ministerie onderzocht de feiten en omstandigheden maar vond geen aanwijzingen dat de familie van Adeel er iets mee te maken had.

Het protest laaide verder op. In oktober liepen tientallen Nederlands-Pakistaanse vrouwen, jong en oud, zwijgend over straat met in hun hand een foto van Yasmeen. Haar eigen moeder, overgekomen uit Pakistan, voorop. Een nicht in Engeland verzamelde driehonderd handtekeningen en riep justitie in Nederland op de zaak als méér te zien dan een simpele verdenking van moord. Bekijk het cultureel, was de boodschap, er is meer dan één dader.

De schoonfamilie was alle beschuldigingen zat. Het dossier was gegroeid tot twaalf ordners vol getuigenissen. Daaruit bleek niets van agressie van de schoonfamilie. Yasmeen was één keer door Adeel geslagen, bleek uit al haar sms-verkeer. Ze was er toen dat gebeurde zelf verbaasd over geweest. De familie voelt zich zwartgemaakt. Er was na de vondst van het lichaam een bord voor hun huis geplaatst met ‘moordenaar’. Er waren ramen ingegooid, een politiebusje had een week lang de straat bewaakt.

Bij de schoonfamilie

„Waarom doen ze dit?”, zegt de broer van Adeel thuis bij zijn ouders op de bank, een vijfpersoons beige hoekbank met groene ruit. De vloer in de woonkamer is van marmer, het behang decoratief en aan de muren hangt een tapijt met een afbeelding van Mekka tegenover een grote Philips-tv met de specificatiesticker er nog op. Full HD, 1000 HZ.

„Ze proberen ons zwart te maken”, zegt de broer. „De afstand met Noor Jamaal is groot, maar het lijkt hier soms net dat dorp.”

Het huis van de schoonfamilie, drie verdiepingen, staat in Charlois, een migrantenwijk in Rotterdam-Zuid. Het heeft een woonkamer voor mannen en vrouwen, een indeling die vaker voorkomt bij Pakistani in Nederland. De ventilator staat aan en om het half uur spuit een snufje luchtverfrisser de kamer in.

Het is zeven uur ’s avonds. De broer van Adeel is net thuis en heeft zijn stropdas nog om. Hij heeft een goeie baan. Uit de keuken komt in zilveren jurk met bijpassende slippers zijn moeder gelopen, de schoonmoeder van Yasmeen. Ze serveert koffie en thee, Earl Grey, en spritsen op een schaaltje. Ze spreekt slecht Nederlands en luistert vooral. Vader is aangeschoven in spijkerbroek en trui. Zijn Nederlands is prima, hij woont hier al langer, sinds zijn tiende. Toen hij kwam kon je niet anders dan de taal leren, zegt hij, er woonden toen nog zo weinig Pakistani. En Wieteke Drummen zit erbij, de advocaat van Adeel.

„Tuurlijk, Adeel heeft een fout gemaakt”, zegt zijn broer. „Maar laat onze familie in haar waarde. Het lijkt wel alsof we barbaren zijn. Ontspan! Dit is niet Pakistan, waar je je zaak kunt afkopen met goud. Hier geldt een rechtssysteem.”

Rustig slapen lukt de familie niet meer, zegt hij. Steeds is er de angst: welke verhalen worden nu weer over hen verspreid? De lol, de gezelligheid, de sfeer, alles is kapot. „Vroeger maakten we grapjes aan tafel. Nu zijn er altijd spanningen. Alsof je je vinger moet opsteken voordat je aan tafel iets mag zeggen. Dat is gewoon kút.” En bij elk verhaal in de media stellen zijn vrienden vragen: in wat voor wereld leven jullie Pakistanen? Klopt dit allemaal? „Maken jullie maar de keuze”, zegt hij dan. „Oordeel zelf.”

Huisvrouw

„Ik ben nu geen college girl meer, maar een huisvrouw.” Yasmeen zei het eens grappend tegen een familielid over de telefoon. Samen met haar man was ze ingetrokken op de derde etage bij haar schoonouders en haar twee zwagers. Ze bad vijf keer per dag.

Yasmeen, die in Noor Jamaal de middelbare school had afgemaakt, was zich bewust van haar bestemming. Een opleiding is voor veel Pakistaanse bruiden in Nederland geen optie. De verwachting is dat ze snel zwanger worden om de familielijn voort te zetten en intussen helpen in het huishouden. Schoonmaken, wassen, strijken, koken.

Of ze zich schikte in haar lot? Yasmeen was een eenvoudig, nieuwsgierig meisje dat had gehoopt in Nederland onderwijs te volgen, zegt familie. Sommigen omschrijven haar als ‘derweesh’, spiritueel. Ze schreef gedichten, maakte tekeningen in een schrift. Ze was ondernemend. „Kom we gaan iets doen, waarom zitten jullie zo?”

Haar eerste maanden in Nederland bezochten Pakistaanse families het huis om de bruid te bewonderen. Ze had het goed, zegt iedereen.

Ook Nazish, die in dezelfde straat woont en ook uit Noor Jamaal komt, kwam eens langs. Na vijf minuten was de gespreksstof op, ze kende Yasmeen niet. „Met de gezondheid van je oma gaat het niet zo goed”, zei ze. „Ze denkt veel aan je.” Maar toen ze afscheid namen liep Yasmeen mee naar beneden. „Kan ik je nummer krijgen?” Sindsdien bracht Nazish af en toe stiekem beltegoed waarmee je goedkoop naar Pakistan belt. Ze legde het na een teken van Yasmeen vanachter het raam op de eerste verdieping bij de vuilcontainer om de hoek, waar ze soms vijf minuten met elkaar praatten.

Zwanger

De problemen begonnen toen Yasmeen drie maanden zwanger was. Ze had een moeilijke zwangerschap, zegt de schoonfamilie, met veel overgeven.

En ze had aanpassingsproblemen. Het verschil in denken was groot, zegt vader. „Waar ze vandaan komt, daar lopen ze vijftig jaar achter.” In het huishouden had ze weinig trek, terwijl schoonmoeder smetvrees heeft en Adeel huismijtallergie. Vader: „Toen ze hier kwam kon ze geen thee maken. Ze had nog nooit gekookt in haar leven. Zij haatte koken.” Adeels broer: „Ze was enig kind, het ging bij haar altijd over ‘ik’. Maar als je samen leeft moet je ook delen.”

In de Pakistaanse gemeenschap kan het botsen met schoonmoeders, die baas zijn in huis. Terwijl in Pakistan jonge bruiden elkaar ’s avonds geruststellen bij het verzorgen van elkaars haar, „heb geduld, eens worden je kinderen groot en dan sta je sterker”, kennen ze in Nederland soms weinig anderen en woont iedereen dichter op elkaars lip.

Ja, ook zij kon botsen met Yasmeen, zegt schoonmoeder. Maar bij hen thuis is niemand de baas en vaak ging het tussen haar en Yasmeen ook „best goed”.

De relatie tussen Yasmeen en Adeel verslechterde. Hij dronk, tot haar ergernis. En terwijl zij worstelde in haar nieuwe rol, bleef Adeel, nu 27 jaar, de persoon die hij was. Een taxichauffeur met een onregelmatig leven die hield van uitgaan met vrienden. „Neemt Adeel je nooit mee naar de McDonald’s op het Zuidplein?”, vroeg een familielid eens over de telefoon. „Nee”, zei ze.

Yasmeen kreeg een kind en kort daarop nog één. Familieleden zeggen dat ze werden afgehouden van regelmatig bezoek. Een nicht had kleren voor het zoontje gestuurd. „Waarom”, zou de schoonfamilie hebben gezegd. „Alsof wij geen kleren hebben.”

Volgens de schoonfamilie werd niemand afgehouden van regelmatig bezoek en zijn cadeaus nooit afgekeurd. Alleen, niet iedereen wílde op bezoek komen. Oude familievetes speelden daarbij een rol.

De moeder van Yasmeen, met wie ze regelmatig belde, was er niet gerust op. Ze vroeg buurmeisje Nazish, toen die in Pakistan was, om op haar te letten.

Nazish vertelt dat ze met haar familie eens werd uitgenodigd op de verjaardag van het zoontje van Yasmeen. Ze mocht tot haar verdriet niet zelf de taart aansnijden en opeten. Toen de familie van Nazish daar wat van zei, volgde ruzie, waarop de hele familie weer vertrok. „Leugens”, zegt de schoonfamilie. „Nazish was wel uitgenodigd maar is helemaal niet gekomen.”

Een keer belde Yasmeen Nazish om te zeggen dat ze niet had mogen mee-eten met de pizza. Nazish liet toen stiekem pizza bezorgen. Een andere keer vroeg Yasmeen om mannenparfum, ze hoopte dat ze haar man daarmee blij kon maken. En toen ze elkaar eens voorbij waren gelopen op straat, zei ze „Nazish, Nazish, kom terug! Ik ben bang dat ze mijn kinderen afpakken. Ik wil weg.” Nazish dacht na over een oplossing en googlede op ‘huiselijk geweld’.

Nazish is degene geweest die „gif” in het leven van Yasmeen heeft gestrooid, zegt de schoonfamilie. Zij vertelde Yasmeen dat Adeel vriendinnen buiten de deur had, wat niet zo was. Maar hoe moet een meisje uit zo’n andere cultuur dat nou beoordelen? „Yasmeen was kwetsbaar”, zegt Adeels broer. „Ze had het gevoel dat ze geen eigen leven had.”

Een buurtbewoner zag Yasmeen vaak in dezelfde paarse jurk met de plumeau voor het raam terwijl haar schoonmoeder over straat zeulde met de kinderen.

Ja, zegt de familie, een schoonmoeder voelt zich verantwoordelijk voor haar kleinkinderen. Zij zijn haar toekomst, haar prinsen en prinsessen, die trek je de mooiste kleren aan. Maar Yasmeen, zeggen ze, had voor haar kinderen weinig oog. Adeels broer: „Ze hebben een hele gevoelige huid en als er een had gepoept zei mijn moeder: ‘Die jongen stinkt hoor, gelijk doen. Anders heeft ’ie rode plekken’. Dan had ze zo’n houding van ‘oh, waarom moet ik dat doen?’” Moeder: „Ze deed het wel, maar met moeite.” Adeels broer: „Mijn moeder bedoelde het positief, als een stukje feedback. Maar het voelde blijkbaar als een aanval.” Blijkbaar, want van Yasmeen zelf hoorden ze nooit commentaar, zeggen ze.

Politie voor de deur

Des te groter was hun verrassing toen op 18 september 2014 agenten voor de deur stonden. De bel ging, Yasmeen was net haar kinderen aan het verschonen. Gehaast liep ze met haar kinderen de trap af en ging met de politie mee.

Op het bureau wilde de politie het team ‘eergerelateerd geweld’ inschakelen, ze bood Yasmeen een plek in een blijf-van-mijn-lijfhuis. Maar dat wilde Yasmeen niet. Ze wilde ook geen aangifte doen, bang alle deuren naar een gelukkig huwelijk dicht te gooien. Wel gaf ze een verklaring: ‘Ik ben hier al drie jaar. Ik mag de taal niet leren, niet naar buiten. Ook veel geslagen door mijn man, geen letsel van. Laatste keer anderhalve week geleden.’ Ze toonde een briefje met daarop het telefoonnummer van familie in Amsterdam. Of ze daar naartoe kon worden gebracht.

Het was een vooropgezet plan. Yasmeen was de taal niet goed machtig en wist niet wat ze van de politie in Nederland verwachten kon. Ze had anderen advies gevraagd over wat ze moest zeggen om te worden geloofd. Iemand had toen de politie gebeld.

In het noordoosten van Pakistan haal je de politie er niet zomaar bij. Dan tref je iemand in diens eer en wint degene met het meeste geld. Die koopt de politie om. Ook in Nederland lost de Pakistaanse gemeenschap problemen liever zelf op. Mannelijke vertegenwoordigers praten met elkaar, vaak gesouffleerd door hun vrouw.

Maanden van heimelijk sms-contact was aan de politiemelding voorafgegaan. Met een nicht in Amsterdam sms’te Yasmeen vrijwel dagelijks in het Urdu. Ze vertelde over haar verdriet. 11 september 2014: „Een bediende in Pakistan heeft een beter leven, mag mijn kinderen niet voeden. Moeder zegt dat ik uit dit visnet moet komen.” 16 september: „Beter om dood te gaan dan het leven als mij door te leven.”

Een oom in Amsterdam zou al een paar keer met enkele oudere mannen zijn langs geweest bij de schoonfamilie om te praten over de problemen die Yasmeen ervoer. Ze zouden zijn weggestuurd, de schoonfamilie wenste geen bemoeienis. Daarna zou Yasmeen geen andere uitweg hebben gezien dan de politie inschakelen.

Voor de schoonfamilie kwam het politiebezoek totaal onverwachts. Natuurlijk, het boterde niet zo tussen Yasmeen en haar schoonmoeder, maar dat ze zich zo ongelukkig voelde hadden ze niet geweten. Als Yasmeen bij anderen haar hart uitstortte zei ze er altijd bij: zeg dit tegen niemand.

Voor de oom in Amsterdam kwam het net zo onverwachts. Dat zijn nichtje naar de politie was gestapt wist hij niet. Hij was in verlegenheid gebracht. De band met de familie in Rotterdam was al niet goed en zomaar Yasmeen opvangen kon niet. Dat zou de eer van de familie in Rotterdam aantasten, plaatste ook zijn familie in een kwaad daglicht en maakte het conflict alleen maar groter. Hij vreesde voor de veiligheid van Yasmeen, iemand van Rotterdam zou moeten zeggen dat opvangen in Amsterdam oké was.

Er volgde overleg en de schoonfamilie vond het prima. Yasmeen en Adeel kwamen bijeen om te zoeken naar een oplossing. Die vonden ze: een eigen huis. Zolang dat er nog niet was, bleef Yasmeen in Amsterdam.

Een maand later had de schoonvader een tijdelijk driekamerappartement gevonden, om de hoek. Het werd geverfd en de schoonfamilie voorzag het van bed, kast, koelkast, wasmachine, gordijnen en de helft van hun tienpersoonsbankstel. „Een eigen bankstel had zes weken levertijd.” De schoonmoeder beloofde niet in het appartement te komen en Yasmeen besloot het nog één keer in Rotterdam te proberen, hopend op geluk. Ze vertelt erover per sms aan haar nicht.

19 oktober 2014: „Gisteren heb ik erg leuk gevonden dat Adeel voor ons pizza en baklava meegenomen had.”

20 oktober: „Hij koopt geen spullen voor mij om thuis te koken. Zelf gaat hij naar het andere huis om te eten. Waarom doet hij zo?”

Er veranderde in de ogen van Yasmeen weinig. Adeel was nog steeds nachten weg en haar kinderen werden vaak ’s ochtends naar oma gebracht en ’s avonds weer terug. Adeel en Yasmeen hadden soms ruzie. Ze vertelt in sms-contact dat ze soms zo gek wordt dat ze hem iets aan zou willen doen. Ze vertelt ook dat ze bang is dat hij haar iets aan wil doen.

22 oktober: „Vandaag is haar [dochtertje] eerste verjaardag en die mag ik niet vieren. Adeel zal mij vandaag niet meenemen.”

5 november: „Er is geen zin om met hem te praten.” „Vandaag zou zijn hart zeggen dat hij mij moet doden.”

14 december: „Nu moet ik mijn leven huilend met hem doorbrengen. Dat doe ik, hoe dan ook.”

Haar nicht probeerde Yasmeen te troosten. Geef hem een beetje tijd, schreef ze over Adeel, dan komt het goed. Maar het kwam niet goed. Op 25 januari 2015 vloog Adeel zijn vrouw naar de keel.

Hij heeft echt wel geprobeerd goed met haar te leven, zegt de broer van Adeel. „Maar hij moest tijd besteden aan zijn vrouw, zijn werk en zijn andere familie, terwijl ruzie en haat van meerdere kanten hun relatie in kwam. Hij had nergens rust.”

Yasmeen is vorig jaar begraven in Noor Jamaal. Het hele dorp liep uit.