Europa heeft een mannenprobleem

Als gevolg van de migratiecrisis telt Zweden nu 123 zestien- en zeventienjarige jongens op elke honderd meisjes van die leeftijd. En dat is niet goed, schrijft Valerie Hudson. Bestudeer Canada!

Een geschatte miljoen vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika zijn in 2015 naar Europa gekomen. Dat heeft geleid tot een humanitaire crisis, waarbij één wezenlijk aspect nagenoeg onopgemerkt is gebleven: de geslachtsverhoudingen.

Volgens officiële tellingen zijn deze migranten namelijk onevenredig vaak jonge, ongehuwde, alleenstaande mannen. De geslachtsverhoudingen onder de migranten zijn zelfs zó eenzijdig (soms eenzijdiger dan in China) dat ze het geslachtsevenwicht in bepaalde leeftijdsgroepen in Europa ingrijpend kunnen veranderen.

Overheden die zich afvragen hoeveel migranten ze moeten toelaten, de Verenigde Staten incluis, zouden met dit ‘geslachtsevenwicht’ rekening moeten houden. Dat klinkt misschien seksistisch, maar jarenlang onderzoek heeft uitgewezen dat samenlevingen waarin mannen de overhand hebben, minder stabiel zijn. In dergelijke samenlevingen is de kans op meer geweld, oproer en vrouwenmishandeling groter.

Terwijl Europese samenlevingen vaak het hoogst ter wereld scoren als het gaat om geslachtsgelijkheid en stabiliteit en vreedzaamheid. Waarom zouden ze dit op het spel zetten?

Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) is 66,26 procent van de volwassen migranten die het afgelopen jaar in Italië en Griekenland zijn geregistreerd, mannen. Dat klinkt wellicht niet zo ingrijpend, maar dat is het wel – vooral als we kijken wie deze mannen zijn.

Meer dan 20 procent van de migranten zijn minderjarigen. De organisatie schat verder dat meer dan de helft van die minderjarigen die naar Europa komen (90 procent is man), alleenstaand is. Deze groep van overwegend mannen krijgt vrijwel zeker asiel, want ze zijn immers alleenstaande minderjarigen. Maar ze mogen geen vrouwen laten overkomen, vooral nu het Europees Hof voor de Rechten van de Mens onlangs heeft beslist dat EU-lidstaten niet verplicht zijn om de wettigheid van kindhuwelijken onder migranten te erkennen.

Om te zien hoe deze globale cijfers in specifieke landen doorwerken, en waarom er reden is tot zorg, moeten we naar Zweden kijken. De verhoudingen daar geven in vele opzichten een beeld van de algemene tendens in Europa.

Tot november 2015 bestond het aantal asielzoekers in Zweden uit 71 procent mannen, blijkt uit cijfers van de Zweedse overheid. Meer dan 21 procent van alle Zweedse migranten werd geregistreerd als alleenstaande minderjarigen, oftewel meer dan de helft van alle minderjarige migranten. Onder de niet-alleenstaande minderjarigen was de verhouding 1,16 jongen op elk meisje. Maar onder alleenstaande minderjarigen was de verhouding 11,3 jongen op elk meisje.

De situatie in Zweden bevestigt dus het IOM-cijfer: meer dan 90 procent van de alleenstaande minderjarigen zijn mannen. Gemiddeld kwamen in 2015 dan ook dagelijks zo’n 90 alleenstaande jongens Zweden binnen, in vergelijking tot acht alleenstaande meisjes.

Dat leidt in Zweden tot opvallend scheve verhoudingen. Meer dan de helft van deze alleenstaande minderjarigen is 16 of 17 jaar – of beweert dit te zijn. (Er is geen medische controle op de leeftijd van Zweedse asielzoekers en als aanvragers zeggen dat ze nog geen 18 zijn, krijgen ze speciale aandacht in de asielprocedure).

Meer dan driekwart van deze leeftijdsgroep is alleenstaand, en overwegend man. Uit de cijfers van de Zweedse overheid is op te maken dat in de loop van het afgelopen jaar 18.615 mannen van 16 en 17 jaar oud naar Zweden zijn gekomen, en 2.555 vrouwen van dezelfde leeftijd. Worden deze cijfers bij de bestaande aantallen 16- en 17-jarige jongens en meisjes in Zweden opgeteld (volgens het internationale register van het Amerikaanse Censusbureau zijn dat er respectievelijk 103.299 en 96.524), dan komen we in Zweden uit op totaal 121.914 mannen van 16 of 17 jaar en op 99.079 vrouwen van dezelfde leeftijd.

Dit leidt tot een verbluffende verhouding: zo bezien waren er eind 2015 in Zweden 123 16- en 17-jarige jongens op elke 100 meisjes van die leeftijd.

Houdt deze tendens in 2016 of nog langer aan, dan zal elke volgende groep van 16- en 17-jarige adolescenten even afwijkend zijn. Na verloop van tijd zal die afwijking dan een vaststaand gegeven van de hele Zweedse jongvolwassen bevolking worden. (Hans Rosling, Zweeds statisticus en oprichter van de Gapminder Foundation, deelt deze schattingen over de gewijzigde Zweedse geslachtsverhoudingen).

In China, lang het land met de scheefste verhoudingen ter wereld, komt de man-vrouwverhouding in deze leeftijdsgroep (zo’n 117 jongens op elke 100 meisjes) nu in de buurt van de Zweedse geslachtskloof. Wel wijken de verhoudingen in andere leeftijdsgroepen in China nog altijd meer af, want door de strenge geboortebeperkingen loopt de onevenwichtigheid in China door tot de geslachtsverhoudingen bij de geboorte. Zo’n afwijking kent Zweden niet.

Maar voor de sociale stabiliteit zijn de geslachtsverhoudingen onder jongvolwassenen misschien wel het wezenlijks van allemaal.

Tot nu toe lijkt alleen Canada in deze ontwikkelingen een reden tot bezorgdheid te zien. Naar aanleiding van eenzelfde scheve verhouding onder asielzoekers maakte de nieuwe liberale regering van Justin Trudeau eind november bekend met ingang van 2016 alleen nog vrouwen, niet-alleenstaande kinderen en gezinnen uit Syrië toe te laten. Alleenstaande minderjarige en volwassen mannen worden nadrukkelijk uitgesloten, tenzij ze tot de lesbische, homoseksuele, biseksuele of transgender gemeenschap behoren. Die uitsluiting zal vooral oudere tienerjongens en jongvolwassen mannen betreffen.

In de Canadese afweging kan de angst voor terrorisme heel goed een rol spelen, vooral na de aanslagen door migranten in Europa en de Verenigde Staten; het overgrote merendeel van de terreuraanslagen wordt immers uitgevoerd door alleenstaande jongvolwassen mannen. De meesten zijn ongehuwd, vrijwel geen van hen heeft kinderen. Islamitische Staat (IS) zou zijn mannelijke strijders zelfs ontmoedigen kinderen te nemen, want dan zijn ze vaker bereid tot zelfmoordaanslagen. Daarnaast worden weduwen van zelfmoordterroristen snel gedwongen om te hertrouwen, en om ook dan voorbehoedmiddelen te blijven gebruiken.

Maar misschien is de angst voor terrorisme niet de enige reden. Immers, maatschappijen met zeer scheve geslachtsverhoudingen zijn instabieler – ook als er geen jihadistische ideologen rond, zoals Andrea den Boer en ik in ons boek betogen. Uit tal van empirische studies blijkt dat er een duidelijk verband is tussen geslachtsverhoudingen en gewelds- en vermogensdelicten. Hoe sterker de scheefgroei, hoe erger de criminaliteit.

Ons onderzoek legt ook een verband tussen de geslachtsverhoudingen en het ontstaan van zowel gewelddadige criminele bendes als anti-overheidsbewegingen. Ook dat is logisch: als jongvolwassen mannen niet tot gezinsvorming over gaan (vooral jonge mannen die als gevolg van marginalisatie eerder asociaal gedrag kunnen vertonen), wordt hun onvrede verergerd.

Een bevolking waar mannen de boventoon voeren, heeft ook duidelijk negatieve gevolgen voor vrouwen. Misdrijven als verkrachting en seksuele intimidatie komen in sterk vermannelijkte samenlevingen vaker voor. En vrouwen hebben een beperktere mogelijkheid om zich vrij en zonder angst binnen de samenleving te bewegen. Bovendien stijgt de vraag naar prostitutie en dat zou een wel heel wrange uitkomst zijn voor Zweden, waar de baanbrekende Zweedse aanpak om prostitutie af te schaffen, werd bedacht.

Europa staat bekend om zijn vooruitstrevendheid inzake de rechten van de vrouw. Sommige Europese overheden bieden migranten zelfs vrijwillige lessen aan. Daar leren de migranten dat de behandeling van vrouwen in hun nieuwe omgeving soms ingrijpend anders is. Maar toch, als de geslachtsverhoudingen onder jongvolwassenen zo scheef zijn, bestaat de kans op een reële terugslag.

Daarbij, en dat blijft in de discussies over migratie vaak onzichtbaar, verkeren de vrouwen die achterblijven meestal in beroerde omstandigheden. In de ontheemdenkampen in Syrië en in de vluchtelingenkampen in Turkije, Jordanië en de omliggende landen leven gezinnen onder leiding van vrouwen in angst en armoede, ten prooi aan uitbuiting en misbruik.

De Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Margot Wallström beklemtoont terecht het ‘feministische buitenlands beleid’ van haar land. Maar kan Zweden zijn migratiebeleid nu echt als feministisch beschouwen?

Terwijl we in deze tijd vooral aandacht moeten hebben voor de humanitaire noden van de vluchtelingen die Europa binnenstromen, moeten de beleidsmakers in Zweden en andere landen ook stilstaan bij de langetermijngevolgen van een ongekende verandering in de geslachtsverhoudingen onder jongvolwassenen. De Canadese aanpak moet zorgvuldig worden bestudeerd en misschien door andere landen worden gevolgd. Immers, zijn de geslachtsverhoudingen in de landen van herkomst in evenwicht, dan is het toch vreemd om overwegend mannelijke asielzoekers toe te laten?

Antropoloog Barbara Miller betoogde het al: een normale geslachtsverhouding is een ‘publieke zaak’ en verdient daarom bescherming van de staat. Het zou een tragedie voor de Europese mannen én vrouwen zijn als Zweden – of elk ander Europees land – uiteindelijk zou worden opgescheept met de slechtste geslachtsverhoudingen ter wereld onder jongvolwassenen.