De vrouw geeft zich, de man neemt haar

Intimiteit is een groot goed. Dringt iemand die binnen, dan word je vernederd, schrijft Marjoleine de Vos in een beschouwing.

foto hollandse hoogte/ magnum/ jacob aue sobol

Er zijn geen handelingen die zozeer twee gezichten hebben als de seksuele: van opperste liefde tot uiterste vernedering. Een man die zijn vrouw in haar billen knijpt, kan daarmee een vrolijke lach of een warme toenadering veroorzaken, maar een vreemde man die een vrouw in haar billen knijpt, verricht een daad van agressie. Altijd.

Bij de interpretatie van dergelijke handelingen hangt alles af van de instemming van de vrouw. In eerste instantie. In tweede instantie kan de man die aanvankelijk toestemming had om haar aan te raken, die toestemming verspelen door zijn handelingen ruw, pijnlijk of onverschillig uit te voeren. Op die manier kan een vrijwillig begonnen vrijpartij ontaarden in een verkrachting, omdat met geweld genomen wordt wat niet langer gegeven wordt.

Mannen die een vrouw tegen haar zin betasten of ontkleden, vernederen haar. Helemaal als ze met meer zijn, dan zijn er immers ook nog toeschouwers die niet alleen zien wat er met haar gebeurt, wat haar afgenomen wordt, maar dat ook nog fijn vinden, het zelf ook willen doen, haar niet beschermen maar juist verder blootstellen

Het zijn twee betekenisvolle woorden: ‘nemen’ en ‘geven’. Ze zitten in ons spraakgebruik, in onze cultuur en ons denken, of we het nu leuk vinden of niet: een vrouw geeft (zich), een man neemt (haar). Daar zit een merkwaardige ongelijkheid in. Geeft een man zich niet? In de intimiteit wel, maar daarbuiten kennelijk niet, wat hij ook doet. Maar een vrouw wordt altijd genomen, met of zonder toestemming. Zij heeft niet dezelfde mogelijkheid om haar intimiteit af te schermen.

We vatten het woord ‘verkrachting’ altijd op als iets seksueels, maar verkrachting is een veel ruimer fenomeen. Het is het binnendringen in iemands intimiteit, in het gebied waarin iemand alleen is met zichzelf, in dat wat hij of zij als privé beschouwt.

De inbreker die in een huis de laden heeft open gerukt, een drol op het vloerkleed heeft gedaan, de mooie kopjes kapot heeft geslagen, heeft veel meer gedaan dan stelen. Die heeft de bewoner als het ware verkracht. Hij is daar geweest waar hij niet had moeten zijn, en heeft op plekken waar het veilig en privé was, schade aangericht. Zoiets tast het zelfgevoel van de overweldigde aan. Die moet opnieuw een eigen ruimte vinden.

Iedereen heeft wel eens de ervaring gehad dat iets wat je in vertrouwen vertelde of gaf, niet behoed werd: ineens weten mensen iets van je dat ze niet aangaat en dat ze in staat stelt om met verachting, medelijden of hoon naar je te kijken. Als vriendinnen over je geroddeld hebben bijvoorbeeld. Zo’n blik kan ook ontstaan als je een misstap hebt begaan die in de openbaarheid komt. Of als je vrienden weten dat je man je bedriegt, maar jij weet het niet.

Intimiteit is een groot goed. En dan bedoel ik misschien nog wel het meest het recht, en de behoefte, om dingen voor jezelf te houden, of alleen te delen met wie je daarvoor hebt uitgekozen. Dat hoeven helemaal geen grootse dingen te zijn. Sommige mensen willen niet dat iemand anders ziet hoe ze zichzelf wassen, de meesten van ons willen niet dat iemand anders ziet hoe we ons ontlasten, iedereen wil af en toe sowieso onbekeken zijn, vrij van de blik van andere ogen.

Ook in geestelijke zin, denken wat je denkt zonder dat iemand daar weet van heeft. Onzindingetjes doen. Of juist helemaal in iets opgaan, vreugde, schoonheid, verdriet, omdat er niemand bij is tegenover wie je je groot moet of wilt houden. Dat is allemaal je eigen intimiteit. En wie zulke dingen met iemand deelt, voelt grote intimiteit met die ene persoon. Als die geschonden wordt, voel je je verraden. Blootgesteld. Vernederd.

Verkrachting is een veel gebruikt middel in oorlogen. Denk aan Bosnië, waar veel vrouwen gruwelijk misbruikt zijn, denk aan de Russen in 1945, aan Rwanda tijdens de burgeroorlog, denk aan IS die Yezidi-vrouwen ontvoert en verkracht en sowieso vrouwen van ‘ongelovigen’ graag als slavinnen verkoopt. Het gebeurt in elke oorlog. Het zal wel iets heel primitiefs zijn: kinderen maken bij de vijand zodat die van zijn eigenheid wordt beroofd. De mannen vernederen door hun vrouwen te beschadigen en te onteren. Zulke dingen. Waarin je, al door het zo te zeggen, ook weer iets hoort dat de waardigheid van vrouwen aantast, nog los van het geweld: ze zijn niet zichzelf, ze zijn van iemand. Van hun ongelovige mannen. Van hun te vernederen familie of volk.

Een moeilijk punt is dat vrouwen nu eenmaal zwakker zijn dan mannen. Begeerde vrouwen met geweld nemen, is dus iets dat altijd is gebeurd en zal gebeuren. Denk alleen maar aan de ontvoering van Europa door Zeus. De jonge Aziatische prinses dacht met een mooie stier te spelen, maar ze werd ontvoerd en verkracht. Wij knipperen niet met onze ogen bij dat verhaal. Zoals iedereen het ook altijd doodgewoon vindt om mee te leven met de bijbelse Jakob die, nadat hij zeven jaar in Labans dienst had gewerkt om met Rachel te kunnen trouwen, na de huwelijksnacht haar oudere zuster Lea in zijn bed vond. Om Lea’s gevoelens in dezen bekommert zich niemand.

Even zo goed werd ook Jakob daar enorm vernederd: Thomas Mann beschrijft in Jozef en zijn broers schitterend de roof van Jakobs liefde. Hoe hij alles wat hij voelde voor Rachel in die huwelijksnacht aan Lea gaf, niet wetende in het donker dat zij niet de beminde was, en hoe hij de extase van die overgave dus bedrieglijk beleefde, want niet met degene met wie hij dacht te zijn. Dat is nooit meer goed te maken, het is een diepe wond die ook met verlies van waardigheid te maken heeft. Er is gespot met zijn intiemste gevoelens.

Wie het sterkste is, wie de macht heeft, moet de zwakkere beschermen, dat is wat beschaving betekent. Maar of we dat zó kunnen internaliseren dat de sterkere werkelijk vergeet dat hij sterker is, en de zwakkere als gelijkwaardig gaat beschouwen? Lang niet altijd. Wij vragen in ons deel van de wereld veel zelfbeheersing van de sterkere, we hebben weinig geduld met wie zijn driften niet kan beheersen. Dus tegen vrouwen zeggen: „Je bent zwakker en ik zal je respecteren, maar daag me dan ook niet uit! Bedek je! Anders is het je eigen schuld!” dat accepteren wij niet. Tegelijkertijd is hier een andere beweging ontstaan, onder het mom van vrijheid: de vrouwen worden geacht ‘bevrijd’ te zijn, seksueel willig. Ze hangen in hun ondergoed op grote billboards, ze dragen uitdagende kleding en koketteren daarmee. Niet met de bedoeling om elke man uit te nodigen, uiteraard niet, maar op de achtergrond speelt wel mee dat ze, omdat ze zelf kúnnen kiezen, ook zelf zúllen kiezen. Ze zijn geen onneembare vestingen. Ze zullen hun seksualiteit willen uitleven. Misschien wel met jou ...

En mannen reageren daar dom op, met grijpen en graaien, of dankbaar, met verleiding en bevrediging – en met vervolgens een dubbele moraal. Want ook die zo vrijgevochten Nederlandse mannen spreken onbekommerd over hoeren en sletten. Nog niet zo lang geleden hoorde ik jonge juristen, hoogopgeleid, geëmancipeerd enzovoort, onder elkaar spreken over ‘een afgelikte boterham’. Oordelen over seksueel gedrag zijn nog altijd helemaal niet ver weg.

Alles wat met seks te maken heeft, heeft op een of andere manier met intimiteit te maken. Hoeveel, dat ligt voor iedereen verschillend. Maar het is wel zeker dat het voor vrouwen veel moeilijker is, en dat is een in onze cultuur ingebakken fenomeen, om die intimiteit zelf af te schermen.

Dat gaat ten koste van haar waardigheid.