De puzzelstukjes liggen op hun plek

Hij werd kampioen met de jongste ploeg van de eredivisie, maar weigert de rode loper uit de rollen voor talent. „Soms moeten ze door de zure appel heen bijten ”, zegt de trainer van PSV.

PSV-trainer Phillip Cocu: „Op de training speel ik veel spelletjes met regels. Ik hou ervan als ze die regels optimaal gebruiken om een spelletje te winnen.” Foto Robin Utrecht

In het maken van een puzzel schuilt een metafoor voor het trainersvak. Het ene moment laten de raadsels zich eenvoudig invullen, het andere is het een vermoeiende zoektocht naar de oplossing. Een hersenkraker.

De vergelijking komt van Phillip Cocu (45). De bedachtzame trainer van PSV die de afgelopen jaren een steeds betere balans heeft gevonden tussen werk en privé. „Als trainer bestaat het gevaar dat je tot in het extreme bezig bent met je vak”, zegt hij. „Nog een training analyseren. Nog een wedstrijd terugkijken. Weer een trainingsvorm bedenken. Maar de vraag is: haal je dan meer uit jezelf of word je scherper en frisser als je het even laat rusten? Vandaar mijn vergelijking met een puzzel. Als je helemaal vastzit, kun je hem ook wegleggen. Drie uur later zie je de oplossing misschien wel. Werk kan heel de dag, maar niet op momenten dat je lekker met de kinderen bezig zou moeten zijn, een film kijkt of een boek leest. Ik denk dat ik daar nu een gezonde balans in heb gevonden.”

De trainer is de man die met de oplossingen moet komen. De leider, de ervaringsdeskundige. Maar ook de voormalig aanvoerder van PSV en 101-voudig international had tijd nodig om zich het trainersvak eigen te maken. De slechtste prestatiereeks in 42 jaar kwam in zijn eerste seizoen achter zijn naam. Zijn woede-uitbarsting op een open training die werd vastgelegd op camera? Niet des Cocu’s, zeiden critici. Toneel. Waarna al snel het beeld oprees van een hoofdtrainer die misschien minder grip op de spelersgroep had dan hij zou willen. Zij: grillige haantjes. Hij: de onwennige trainer. Wie stond er nu aan de top van de apenrots?

Meer dan tweeënhalf jaar later is dat vraagstuk verleden tijd. Ingehaald door successen. De landstitel in zijn tweede seizoen, twee clubrecords in dezelfde jaargang (aantal punten en overwinningen) en de overwintering in de Champions League in zijn derde seizoen, ten koste van onder meer de peperdure ploeg van Manchester United. PSV staat nu tweede. Drie punten achter Ajax, twee boven Feyenoord, waartegen zijn ploeg zondag de tweede seizoenshelft hervat. Cocu verwacht een spannende seizoensontknoping, waarin de titelstrijd pas op het laatste moment zal worden beslist.

Vorig seizoen lukte het hem om de jongste ploeg van de eredivisie (gemiddeld 22 jaar) naar het kampioenschap te loodsen. Met begin-twintigers als Memphis Depay, Jetro Willems, Jürgen Locadia, Jorrit Hendrix en Jeroen Zoet. Hij weet ze te raken, hoewel hij al snel merkte dat sommige talenten uit die nieuwe generatie worden achtervolgd door ongeduld. De onbegrensde wil om direct een grote jongen te zijn.

Wat zich bijvoorbeeld uit bij Locadia, zegt hij. De aanvaller drong begin dit seizoen aan op een vertrek omdat hij elders een basisplaats als spits wilde en een keer niet op de training verscheen. „Dat hij niet kwam, was een opeenstapeling van oorzaken. Niet alleen ongenoegen. Hij wil heel graag. Jürgen kreeg vorig jaar een ingelijst shirt uitgereikt vlak voor zijn honderdste wedstrijd voor PSV. Dan heeft hij met zijn leeftijd (22) toch al heel wat duels gespeeld. Op jonge leeftijd al bij een topclub spelen is ook niet voor iedereen weggelegd. Maar dat is niet zijn perceptie.”

Memphis Depay dan. De aanvaller die met zijn transfer naar Manchester United voor circa 30 miljoen euro de duurste speler werd die PSV ooit verkocht. „Hij had twee jaar terug een moeilijke periode. Memphis vond dat hij al beter en constanter was dan hij op dat moment werkelijk was. Spelers als hij volgen het gevoel dat ze op dat moment hebben. Maar een jaar later zeggen ze vaak: trainer, je had toch gelijk. We voerden daar gesprekken over. Maar soms helpt het ook om niks te zeggen. Om ze door de zure appel heen te laten bijten. Want er wordt geen rode loper uitgerold, waarbij wij hun nek masseren en zorgen dat ze PSV 1 halen. Dat is geen topvoetbal.”

Cocu verplaatst zich in zijn spelers

Anders dan hijzelf komen zijn spelers tot wasdom in een tijdperk waarin er nog meer schijnwerpers op hen zijn gericht. Rijdt Depay in een Rolls-Royce naar de training in Manchester, dan vliegt een foto daarvan binnen enkele minuten het internet over. De veelbesproken hoed die hij droeg toen hij zich bij het Nederlands elftal meldde, was misschien ooit een uiting van fatsoen, maar in de publieke opinie was de accessoire eerder een bevestiging dat de speler meer bezig was met zijn uiterlijk dan met zijn spel.

Een onzinnige discussie, vindt Cocu. „We beoordelen die jongen toch niet op het feit dat hij een sjaaltje of een hoed van een bepaald merk draagt? Het gaat erom hoe hij zich in de groep manifesteert en of hij zich aan de algemene regels houdt. Hoe dat bij United is, kan ik niet beoordelen, maar bij ons stond hij midden in de groep, was hij veel met anderen bezig. Sommige jongens zijn excentrieker. Je kunt hetzelfde zeggen over spelers die in een joggingbroek en op slippers aankomen: trek wat netjes aan.”

„Wij maken dat zo groot in Nederland. Het wordt met elkaar in verband gebracht nu hij even een moeilijke periode heeft. Maar dat is niet raar na zo’n overstap. Schiet hij er drie in, dan hoor je niemand over zijn auto. Dat is ook een beetje de voetbalwereld. Ik steek er mijn energie niet in.”

In plaats daarvan probeert Cocu zich in zijn spelers te verplaatsen. Zijn vriend en Ajax-trainer Frank de Boer noemde een getatoeëerde onderarm in het blad NUsport eens een teken van onzekerheid, maar Cocu zal eerder aan zijn spelers vragen waar de beeltenissen voor staan. Zo af en toe informeert hij ernaar. Zoals hij er soms ook bij stilstaat onder wat voor omstandigheden zijn spelers zijn opgegroeid. In weelde of in onrust, met of zonder vader. Veel waarde haalt PSV uit de persoonlijkheidstesten die spelers invullen. Heeft Cocu de pijnpunten niet gesignaleerd, dan doen de aan PSV verbonden specialisten dat wel. PSV heeft daarin stappen gemaakt, vindt hij. De club doet er alles aan zijn spelers te laten aarden.

Mentaal staat zijn ploeg er ook veel beter voor ten opzichte van de situatie in zijn eerste seizoen, waarin PSV op de valreep vierde werd. „Veel spelers kwamen uit een jeugdopleiding van een topclub en hadden daarin veel gewonnen. Ze waren het toptalent, alles zat mee. Maar dan komt er tegenslag. Toen bleek de groep nog niet zo gevormd dat ze dat konden opvangen. Daarin zijn we nu verder. De basis voor een hechte ploeg staat.”

In de tweeënhalf jaar die hij nu hoofdtrainer is, was er één speler met wie hij en PSV brouilleerden: Zakaria Bakkali. Aangemoedigd door zaakwaarnemers besloot de jonge Belg een nieuw contract van naar verluidt 400.000 euro per jaar niet te verlengen waarna PSV hem terugzette naar de beloftes. Over en weer was de ergernis groot, terwijl PSV altijd fier was met het dribbeltalent dat als tiener vanuit Luik naar Eindhoven was gehaald.

„Een tweeledig verhaal”, zegt Cocu. „In hun ontwikkeling mogen jonge spelers struikelen en fouten maken, maar op een gegeven moment moet je het wel laten zien. Daarbij was de entourage om hem heen zeker niet bevorderlijk. Er waren veel mensen die hem beïnvloedden. Hij had nooit rust. Erg zonde, want hij was heel talentvol. Maar we staan wel ergens voor als club. Dan moet je weleens met de vuist op tafel slaan. Ik denk dat dat duidelijkheid geeft voor alle andere spelers in onze jeugd. Er zijn ook jongens die in de fout gaan, maar vervolgens wel doorgroeien als de klik is gevallen.”

Onderbelicht aspect: winnen

De ontwikkeling van talent naar volwassen prof heeft de aandacht van Cocu. Hij ziet ook dat het opleiden van winnaars een onderbelicht aspect is in de Nederlandse voetbalopleiding. „Wij deelden jarenlang alles met anderen, waarna zij zich hebben ontwikkeld. Maar het kan geen kwaad dat wij ook om ons heen kijken. We kijken graag naar technisch goede voetballers, maar het gaat ook om mentaliteit, intrinsieke motivatie. Zonder kwaliteit red je het niet, maar dat wil niet zeggen dat je het wel haalt als je dat wel hebt. Wat heb je ervoor over om te winnen? Ik denk dat daar veel winst te behalen valt voor Nederland, om die gedrevenheid aan te wakkeren.”

„Op de training speel ik veel spelletjes met regels. Ik hou ervan als ze die regels optimaal gebruiken om een spelletje te winnen. Dat ze de mazen van de wet opzoeken en zeggen: maar dat heb je nooit gezegd, trainer. Het liefst heb ik ook nog dat ze de andere partij gaan zieken als ze gewonnen hebben. Dat herken ik uit mijn eigen periode. Na verlies op de training waren we helemaal ziek. Natuurlijk, ik wil ook mooi voetbal, maar aan het einde van de rit gaat het toch om winnen. En dat zit in veel culturen ingebakken, maar niet bij ons.”