De mystieke kracht van de Iceman

Foto Bastiaan Heus

U kijkt in de donkere ogen van de Iceman. Jean van Erp, geboren op een winterdag eind 1973 terwijl de ballen bij elkaar klosten op het biljart in het café van zijn ouders. Daar, in Heeswijk-Dinther, legde Jean in de jaren tachtig zijn eerste trekstoten op tafel terwijl grootheden als Christ van der Smissen en Rini van Bracht de legendarische Vlaamse driebander Raymond Ceulemans van de troon probeerden te stoten. Biljarters waren bekende Nederlanders die wekelijks optraden bij Studio Sport om het volk te kalmeren na alle opwinding van de voetbalsamenvattingen.

Afgaande op de sponsors die Van Erp, die dit weekend zijn nationale titel driebanden verdedigt, op zijn vest draagt, begint het driebanden wel wat te versnookeren. Terwijl het verschil zo groot is. Snookeraars zijn als romanschrijvers: doordenderend van de ene pot (een moord) naar het volgende frame (een liefde), honderden pagina’s lang. Nee, dan de driebander, die zijn doel altijd met een omweg moet benaderen. Langzaam drijft de bal door de ruimte, tot die met een kalme tik zijn bestemming bereikt. Zoals Wittgenstein zei: ‘Er is inderdaad het onuitsprekelijke. Dit toont zich, het is het mystieke.’

De Iceman speelt met de hand van God.

Tekst Foto Bastiaan Heus