De les van Professor Lepidus

Deze Kerst verkocht Albert Heijn weer wild zwijn. In 2014 verkochten ze dat niet, want wild zwijn komt uit Midden-Europa en er waren berichten over radioactiviteit in Duitse wilde zwijnen. Die hadden paddenstoelen gegeten waar nog radioactief cesium van de Tsjernobylramp van 1986 in zat en bij radioactiviteit nemen we geen enkel risico. Hoeveel kans op kanker geeft zo’n portie radioactief besmette ‘Wildschweinbraten’?

Ooit kon ik dat zelf uitrekenen. In 1977 volgde ik de cursus Stralingsdeskundige van het Instituut voor Toepassing van Atoomenergie in de Landbouw in Wageningen. De eerste week kregen we college over detectoren – Geigertellers en zo – en daarna mochten cursisten die dat aandurfden het geleerde in de praktijk brengen. Ik meldde mij aan.

In de kernreactorhal stond een bron van gammastralen. Een medecursist en ik zouden in kaart brengen hoe sterk de straling daarvan op diverse afstanden en hoogten was. Ik hield de teller boven mijn hoofd, op buikhoogte en bij de grond, las de ‘counts’ af en dicteerde die aan mijn maat, die ze opschreef. Vervolgens gingen we een stap dichterbij, weer meten. Naarmate we de bron naderden, liep de straling op. Ik wist dat die straling door mijn lichaam ging, mijn DNA beschadigde en mutaties veroorzaakte die tot kanker konden leiden. Maar ik voelde me veilig, want ik kon zelf berekenen hoe groot het risico was, en dat was minimaal.

De hele week hadden we gestudeerd op radioactieve straling, hoe je het meet, hoe het inwerkt op botten, klieren en organen en hoe je je ertegen kunt beschermen. Na die week vol rekenwerk wist ik precies wat de gammastralen in de reactorhal deden op mijn gezondheid: vrijwel niets. Daarvoor was de intensiteit te laag en duurde de blootstelling te kort. Dankzij onze natuurkundige en biologische kennis wist ik zeker dat het gevaar schijn was.

Deze zekerheid is wat mij als kind al tot de wetenschap aantrok. Ik pikte dat op uit jongensboeken als De vliegende Schotel van Professor Lepidus. Daarin bouwden Heintje en Robbie samen met Professor Lepidus een vliegende schotel. De professor bracht de jongens, en mij, tussen neus en lippen een hoop natuurkunde bij. Als Heintje zich angstig afvraagt of hun vliegende schotel bij het doorbreken van de geluidsmuur niet uit elkaar had kunnen spatten, antwoordt Professor Lepidus: ‘Neen, die fout kon ik niet maken. Elke formule, die ik opstel, controleer ik langs algebraïsche weg drievoudig. Eén fout kan ik maken, geen drie achter elkaar’. Dat is wat wiskunde vermag. Daarom blijven vliegtuigen in de lucht, waait een zendmast niet om en werkt uw smartphone.

De drievoudige zekerheid van professor Lepidus bleef mij bij. In dat reactorgebouw paste ik die zelf toe. In mijn verbeelding stond ik daar, in de woorden van Willem Frederik Hermans, ‘als zendeling van Huygens, Boerhaave, Edison en Einstein, als profeet van de enige menselijke bezigheid die hem in staat stelt zijn leven tastbaar te veranderen’. Alleen wetenschap kan dat.

Ik werd daaraan herinnerd toen ik de tentoonstelling bezocht over het Rome van keizer Constantijn, in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Wat stonden die mensen hulpeloos tegenover hongersnood, pest en overstromingen. De goden bij wie de vierde-eeuwse Romeinen hun toevlucht zochten, zoals Mithras, Isis en Jezus, boden troost maar geen bescherming. Wetenschap en technologie bieden die wel. Die vertellen ons bijvoorbeeld wat de gevolgen zijn als iemand in een kernreactorbassin valt. Dat was namelijk vraagstuk 2 van mijn examen voor stralingsdeskundige. Het denkbeeldige slachtoffer had een minuut in het water gelegen boven de blauw oplichtende uraniumstaven. Ik rekende uit dat hij daarmee 0,004 milli-sievert aan straling opliep. Dat is evenveel als de hoeveelheid extra straling die je oploopt als je van Amsterdam naar Londen vliegt. Niet erg dus.

En een atoombom? Van de bijna 600.000 inwoners van Hiroshima en Nagasaki kwamen er tijdens de atoombomexplosie en in de maanden daarna bijna 200.000 om, grotendeels door brandwonden en vallend puin en daarnaast door stralingsziekte. Van de 400.000 overlevenden was de helft zo ver weg van de bom dat ze weinig straling kregen, de andere helft kreeg gemiddeld een dosis van 240 milli-sievert. Van deze zwaar bestraalde overlevenden stierf tussen 1950 en 2000 13% aan kanker; zonder straling was dat 11% geweest. Hun kans om niet te sterven aan kanker was dus door de bom afgenomen van 89% naar 87%. Borstkanker was bij Japanse vrouwen zeldzaam. Normaal was daar 0,4% van hen aan gestorven, door de bom werd dat 0,5%, een toename met een vijfde. Twee glazen wijn per dag doet hetzelfde. Radioactieve straling is minder kankerverwekkend dan veel mensen denken.

Het effect van de radioactieve Wildschweinbraten heb ik niet berekend, dat heeft het Bundesamt für Strahlenschutz al gedaan. Het is minder dan de straling tijdens een vlucht van Frankfurt naar Gran Canaria. U had met Kerst 2014 dus zonder zorg wild zwijn kunnen eten. Natuurkunde bevrijd je van nodeloze angst.