Alleen Zweden heeft een probleem

Als gevolg van de migratiecrisis telt Zweden nu 123 zestien- en zeventienjarige jongens op elke honderd meisjes van die leeftijd. En dat is niet goed, schrijft Valerie Hudson. En dit schrijft The Economist dit weekeinde over Valerie Hudsons rekensom.

Heeft Valerie Hudson gelijk, vraagt het Britse magazine The Economist zich in de editie van dit weekend af. Inderdaad, er zijn de laatste tijd meer jonge mannen dan jonge vrouwen naar Europa gekomen. Van de 1,2 miljoen mensen die in de afgelopen twaalf maanden asiel aanvroegen, is 73 procent man, schrijft het blad. In 2012 was dat nog 66 procent.

Bovendien worden die mannen ook steeds jonger. Zo heeft Eurostat berekend dat 40 procent van de asielaanvragers in oktober 2015 tussen de 18 en 34 jaar oud was – in 2012 was dat 35 procent. In diezelfde maand vormden jongens, tussen de 14 en 17 jaar oud, 11 procent van de asielaanvragers. In 2012 was dat 5 procent.

Er is ook een maar, constateert The Economist. Want we moeten niet alleen naar de cijfers kijken, maar ook naar de herkomst van al die mannelijke asielzoekers. Zo is 60 procent van de mannelijke asielzoekers uit Algerije en Marokko tussen de 18 en 34 jaar oud. Voor andere groepen ligt dit percentage lager: Irakezen (48 procent), Syriërs (38 procent) en Afghanen (31 procent).

En dan nog iets, zo voegen wij er zelf aan toe. De mannen uit Algerije en Marokko maken doorgaans geen kans op een verblijfsvergunning – tenminste niet in Nederland. Al hoeft dat natuurlijk niet te betekenen dat ze Nederland ook daadwerkelijk verlaten.

Er zijn ook verschillen tussen de Europese landen onderling. Zweden bijvoorbeeld, nam volgens The Economist verhoudingsgewijs de meeste asielzoekers op: 3 op iedere 1000 inwoners (gemeten tussen september 2014 en september 2015). Daarom heeft het natuurlijk ook meer jonge mannelijke asielzoekers.

Maar Zweden staat niet model voor de rest van Europa. De landen die het hardst worden getroffen door de scheve verhoudingen, zijn landen met minder dan 10 miljoen inwoners. Zweden, Hongarije, Oostenrijk en Noorwegen zullen de grootste veranderingen in sekseratio zien – en dan nog alleen als ze alle asielaanvragen honoreren.

Duitsland, zo stelt het Britse blad gerust, hoeft zich al veel minder zorgen te maken. Accepteert dit land alle asielaanvragen tot oktober 2015, dan verandert de ratio van 106 jongens op elke 100 meisjes naar 107 op 100 (voor 14 tot 17–jarigen), en van 105 jonge mannen op 100 jonge vrouwen naar 106 op 100 (alle 18 tot 24-jarigen.

Europa heeft geen mannenprobleem, concludeert The Economist. Maar Zweden zou het wel eens kunnen krijgen.