Zelfs parlement Indonesië is te koop

De oud-voorzitter van het Indonesische parlement stelde een corrupte deal van vier miljard dollar voor. Het gesprek werd getapet. Setya zelf denkt dat hij er wel mee wegkomt.

Setya Novanto, vorig jaar, op een verkiezingsbijeenkomst van de Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump. Foto Lucas Jackson/Reuters

De deal die Setya Novanto afgelopen mei en juni in vijfsterrenhotels in Jakarta voorstelde was even eenvoudig als lucratief. Setya, op dat moment voorzitter van het Indonesische parlement, zou zijn ingangen en macht gebruiken om voor Freeport-McMoran de nieuwe vergunning te regelen waar de Amerikaanse mijnbouwer al ruim een jaar over onderhandelt met de Indonesische regering. In ruil moest Freeport-McMoran een vijfde van de aandelen in het Indonesische dochterbedrijf afstaan aan, zo zei Setya, hemzelf, een groep zakenlieden en de president en vicepresident van Indonesië.

Omgerekend naar contanten: vier miljard dollar voor een mijnbouwvergunning. Wat Setya Novanto niet wist, was dat Maroef Sjamsoeddin, de topman van Freeport in Indonesië, het gesprek opnam. De poging tot megacorruptie stond op band. De bewering van Setya dat hij namens de president sprak bleek onzin. Wat bleef hangen was het beeld van een machtig politicus die zijn ambt als parlementsvoorzitter als weinig meer zag dan een verdienmodel om puissant rijk te worden. Na lang politiek gesteggel moest Setya terugtreden als voorzitter. Maar hij mocht wel aanblijven als parlementariër namens zijn Golkar-partij.

Heel Indonesië associeert de 60-jarige Setya inmiddels met louche zaken en foute vrienden. Woensdag had hij moeten verschijnen voor een ondervraging bij de openbaar aanklager, maar hij kwam niet opdagen. Hij vindt dat de president zelf toestemming moet geven om hem te laten getuigen. Mogelijk leidt de zaak tot een strafrechtelijk onderzoek. Zeker is dat niet. Formeel is Setya geen verdachte maar slechts een ‘persoon van belang’.

Zelfs naar Indonesische maatstaven is de corruptiezaak enorm, terwijl het land wel wat gewend is. Deze week werd de oud-minister voor Religieuze Zaken veroordeeld tot zes jaar cel omdat hij een greep had gedaan uit het overheidsfonds waar bedevaartgangers sparen voor hun reis naar Mekka. Tegelijkertijd lopen er zaken tegen de oud-topman van het staatshavenbedrijf, die zich zou hebben verrijkt bij het gunnen van contracten voor de aankoop van hijskranen en tegen nog tientallen bestuurders van staatsbedrijven en regionale bestuurders.

Uit een rapport van de organisatie Indonesia Corruption Watch van vorig jaar blijkt dat Indonesische corruptieautoriteiten de afgelopen jaren gemiddeld vijf- tot zeshonderd fraude- en corruptieonderzoeken instelden, waarbij jaarlijks 1.300 verdachten betrokken zijn.

Weinig zaken gaan over grotere belangen dan de corruptie waartoe Setya Novanto bereid was. Freeport-McMoran is niet zo maar een buitenlandse mijnbouwer: het bedrijf heeft de rechten om de Grasbergmijn op Papoea te exploiteren. Daarmee heeft Freeport-McMoran ’s werelds grootste goudmijn en de op een na grootste kopermijn in bezit.

Maar Freeport-McMoran heeft een slepend conflict over het verlengen van de mijnbouwvergunning voor dochterbedrijf Freeport Indonesia. Indonesië wil meer verdienen aan zijn bodemschatten. De staat bezit al een minderheidsbelang van 10 procent van de aandelen in Freeport Indonesia. De regering vindt dat Freeport nog eens 10 procent moet afstaan aan de staat. Ook schrijft een nieuwe omstreden wet voor dat mijnbouwers hun ruwe ertsen in Indonesië moeten smelten en bewerken. Pas dan mag het worden geëxporteerd.

Het gesoebat tussen Freeport-McMoran en de Indonesische regering over de vergunningsvoorwaarden duurt al ruim een jaar. De ruzie was zelfs onderwerp van gesprek toen de Indonesische president Joko Widodo eind vorig jaar tijdens zijn staatsbezoek aan de Verenigde Staten ontvangen werd in het Witte Huis. Wat president Obama niet lukte – een positieve doorbraak voor Freeport-McMoran forceren – beloofde Setya wel te regelen.

Gestresst lijkt Setya niet. Vorige week vertoonde hij zich breed lachend en ogenschijnlijk onbekommerd op het congres van de Golkarpartij. Kritiek is Setya wel gewend. Zo kreeg hij vorig jaar hoon te verduren toen hij opeens in New York verscheen op een verkiezingsbijeenkomst van Donald Trump. „Setya Novanto is een van de machtigste mannen van zijn land en een groot man”, zei Trump op de bijeenkomst.

De twee schudden elkaar de hand, waardoor te zien was dat Setya een peperduur horloge droeg dat met zijn salaris onbetaalbaar zou moeten zijn. De kritiek was dat Setya Indonesië in het buitenland voor schut had gezet door zich op een naïeve wijze in te laten met een omstreden politicus als Trump.

De storm waaide echter over. En wellicht denkt Setya dat dit deze keer weer gaat gebeuren. Tot vorig jaar vreesden foute bestuurders de onafhankelijke anticorruptieautoriteit Komisi Pemberantasan Korupsi (KPK). De commissie botste hard met de Indonesische politieke elite toen onderzoekers een machtige politiegeneraal wilden vervolgen. Vervolgens werd de macht van de KPK ingeperkt. Setya moet nu voor de openbaar aanklager verschijnen, wat gezien wordt als een meer politiek gedreven instantie.

Bovendien denkt Setya dat er geen geldig bewijs tegen hem is. Opnames mogen volgens zijn advocaat alleen als bewijs dienen als ze zijn gemaakt door opsporingsautoriteiten en niet door mijnbouwdirecteuren die denken dat ze worden gechanteerd.

Hoe weinig zorgen Setya zich maakt, bleek op het congres van Golkar op Bali. Een van de agendapunten was het kiezen van een nieuwe fractievoorzitter. De vorige was namelijk voorzitter van het parlement geworden na het gedwongen aftreden van Setya. Na beraad werd duidelijk wie de partijtop voordraagt als fractieleider: Setya Novanto.