The times they are a changin’ (1) voor de popquiz

Popquizzen kennen een trouwe schare fanatieke deelnemers. Maar de popquiz heeft het moeilijk. Het muzikale landschap is veranderd. Of worden de spelers gewoon oud?

Foto's Merlin Daleman

‘De popquiz is het voetbalveld van de muziekliefhebber.” Paul Nederveen, bij het uitgaanspubliek beter bekend als dj St. Paul, is een fervent popquizzer. En een fan van de Bossche Popquiz, die afgelopen zondag na twintig jaar en dertig edities voor de laatste keer werd georganiseerd in Den Bosch. Op die extra grote editie, die voor de gelegenheid in de Brabanthallen plaatsvond, kwamen 340 deelnemers af (het wereldrecord werd in juni in Tiel gevestigd met 562 deelnemers).  

Onder hen dus ook Paul Nederveen, die bij zijn zes eerdere deelnames drie keer won. „In Den Bosch hebben ze met afstand de beste popquiz van Nederland”, zegt hij. „Dat komt door de liefde en het vakmanschap van de makers.” Ook de Belg Peter Grootveld was jaarlijks met zijn team Martha Wainwrong Ain’t Right in Den Bosch van de partij. „Wij spelen zo’n veertig popquizzen per jaar, voornamelijk in België”, zegt de dierenarts uit Gent. „Een goede popquiz is gevarieerd en moeilijk. Je hoort er dingen die je thuis nog eens gaat terugluisteren en hopelijk steek je ook nog wat op. Een goede popquiz heeft ‘Bohemian Rhapsody’ en ‘Waterloo’ niet nodig. Quizzen met dat soort vragen noemen we in België kermisquizzen, de ploegen uit ons circuit doen daar nooit aan mee.”

Aan popquizzen geen gebrek. Tussen Kerst en Oudjaar worden traditioneel talloze popquizzen georganiseerd, geïnspireerd door de Top 2000. Op quizagenda.nl staan elke maand zo’n vijftig popquizzen in Nederland vermeld, een groot deel daarvan is in cafés met een wekelijkse popquiz. En in mei is er de Popquiz Marathon. Die wordt tegelijkertijd op verschillende locaties in vijf steden gehouden.

Dan zijn er nog de pubquizen. Ook in iedere pubquiz zitten veel muziekvragen. Vaak moet er een nummer worden geraden of een platenhoes, zijn er wat videoclips zonder geluid en enkele losse vragen. Maar daar nemen de popquizliefhebbers geen genoegen mee. Zo’n soort quiz draai je volgens Paul Nederveen in een half uur in elkaar. De fanatieke quizzers willen iets extra. Ze willen originele, moeilijke vragen, en dan niet van het niveau: hoe heet de tuinman van de zus van de bassist van band X. Dat streven om origineel te zijn brak de Bossche popquiz op, zegt presentator en mede-organisator Maarten van Hooft. „We legden onze lat steeds hoger. We maakten filmpjes en lieten een muzikant een vraag stellen. Het publiek rekende hierop en wij wilden het steeds beter doen. Dit jaar maakten we in mei al ons eerste filmpje. Het kostte gigantisch veel tijd terwijl het allemaal liefhebberij is.” Dit jaar vroeg oud-voetballer en singer-songwriter Björn van der Doelen naar tien hits van oud-voetballers, kondigde Ivo Niehe tien nummers over Parijs aan en zong Herman van der Zandt in het decor van Met Het Mes Op Tafel ‘Piano Man’ van Billy Joel en vroeg hoeveel mannen er bij naam werden genoemd in het nummer2.

De organisatie worstelt daarnaast met wat ze zelf een „versplinterd muzieklandschap” noemen. Er komt te veel muziek uit in te veel verschillende stijlen. En ze zeggen geen zin meer te hebben dat allemaal bij te houden. Ze geven toe dat ze misschien wel te oud zijn geworden. De deelnemers klagen ook over te veel nieuwe muziek. Peter Grootveld: „Toen ik in de jaren zeventig muziek ging luisteren, kwamen er iedere week vijf tot tien nieuwe nummers in de Tipparade. Ik heb het gevoel dat het er nu vijf- tot zeshonderd zijn, het is niet meer bij te houden.”

Er komen ook steeds meer nichequizzen: met alleen vragen over de jaren tachtig, negentig of alleen ‘oldies’. Volgens Paul Nederveen is het gat tussen de underground bands en de hitparade veel groter geworden. Er is een kleine groep die heel veel muziek verkoopt en heel bekend is, en de rest belandt al snel in een niche. „Dat fascineert mij als dj. Tien jaar geleden waren de Arctic Monkeys underground, maar tegelijkertijd bij een grote groep bekend, nu is die underground steeds diffuser en obscuurder, terwijl de bovenlaag juist een trechter geworden is. Er komt veel uit, maar de hits komen altijd maar van Adele, Taylor Swift, Justin Bieber en Calvin Harris.”

Oefenen zonder internet

Traditioneel scoren de deelnemers die professioneel met muziek bezig zijn, zoals dj’s, platenverkopers en muziekjournalisten, hoog in popquizzen. Hoe moet je anders weten wie er stierven in Flat 12, 9 Curzon Place, Shepherd Market, Mayfair, Londen en van wie dat appartement was 3. Wie zoals Peter Grootveld dierenarts is, moet in zijn vrije tijd oefenen. Al zegt hij bijna alleen nog maar in de auto nummers te raden. Zijn teamgenoot Marc oefent nog wel, die heeft geen baan en geen internet. Als hij op de radio een onbekend nummer voorbij hoort komen, belt hij met Grootveld die alle informatie voor hem opzoekt die door Marc in zijn fotografisch geheugen wordt opgeslagen. Noem je geboortedatum en Marc somt de muzikanten op die op dezelfde datum zijn geboren of overleden.

De popquiz is het domein van mannen van middelbare leeftijd (hooguit 15 procent van de deelnemers in Den Bosch vrouw). De mannen drummen enthousiast in de lucht mee met hun favoriete nummers. „Wellicht heeft het met testosteron te maken”, zegt deelnemer Lonneke van Dongen. Teamgenoot Arnoud van der Pol: „Of mannen vinden het interessanter om een spelletje te doen wie de meeste nutteloze feitjes kan onthouden.” Bij het oplezen van de goede antwoorden tussen de rondes in, geven veel mannen elkaar high fives als ze een moeilijke vraag goed hebben beantwoord.

Koffie, bier en meegebrachte koeken

De Belgen worden derde. Ze balen dat ze in de categorie ‘Dood in 2015’ uiteraard wel het nummer ‘Love Me Do’ van The Beatles herkenden, maar niet konden opnoemen welke dode 4 daarbij hoorde. Peter Grootveld: „Ik vermijd altijd quizzen met wat wij solo’s noemen. Dat zijn rondes met onderwerpen die alleen de quizmaster interesseren. En meestal weet het lokale team daar ook alles van. Voor mij moet het gezellig zijn.”

Ook de organisatie is voor Grootveld van belang. Hij moet de muziek goed kunnen horen, alles moet vakkundig zijn voorbereid (zoals hij zelf ook goed is voorbereid met een stempel met de teamnaam zodat ze die naam niet boven ieder blaadje meer hoeven in te vullen) en hij geeft de voorkeur aan wat hij eigenzinnige quizzen noemt, met nummers die hij niet in iedere andere quiz al hoort.

De Bossche popquiz duurt de hele middag. De deelnemers leven op bier, koffie en meegebrachte koeken. Het team van Nederveen, We !!! Imaginary Boys, wordt deze keer tweede, met 80 procent van de vragen goed, en toch nog 26 punten minder dan winnaars 0% ISIS. Maar meedoen is hier niet belangrijker dan winnen. Voor Paul Nederveen telt alleen de eerste plek. Op zijn blog schreef hij al eens dat hij „geen aan te prijzen gezelschap” is op zo’n middag. Hij houdt zijn armen om zijn antwoordformulier, reageert geïrriteerd als zijn teamgenoten hem verkeerd corrigeren en juicht uitbundig - „als Willem-Alexander” - bij een goed antwoord op een moeilijke vraag.

Met het verdwijnen van Den Bosch ligt het veld open voor een nieuwe beste popquiz van het land. Volgens Nederveen betaalt de moeite die de organisatie ervoor doet zich uit: „Om met de New Radicals te spreken: you get what you give.”