Superheldere supernova stelt astronomen voor een superraadsel

Bijna vier miljard jaar geleden vond in een ver sterrenstelsel een kolossale explosie plaats. Het licht ervan bereikte de aarde pas op 14 juni vorig jaar, en bezorgt astronomen sindsdien de nodige hoofdbrekens. Voor een ‘gewone’ supernova-explosie was gebeurtenis ‘ASAS-SN-15lh’ namelijk veel te helder.

Supernova’s zijn ontploffende sterren. ASAS-SN-15lh dankt zijn opvallende aanduiding aan het All Sky Automated Survey for SuperNovae-team (ASAS-SN), dat de hemel met twee kleine, geautomatiseerde telescopen afspeurt naar deze sterexplosies. Gemiddeld levert dat om de dag een treffer op.

Doorgaans detecteert ASAS-SN supernova’s in sterrenstelsels op maximaal 350 miljoen lichtjaar van de aarde. Maar ASAS-SN-15lh behoort tot de klasse van ‘superheldere’ supernova’s waarvan het bestaan pas sinds een jaar of twintig bekend is. Vandaar dat hij ondanks zijn enorme afstand van 3,8 miljard lichtjaar kon worden opgemerkt.

Zelfs binnen de categorie van superheldere supernova’s is ASAS-SN-15lh een buitenbeentje. Hij was meer dan tweemaal helderder en hij produceerde minstens tien keer zoveel licht als alle sterren van ons Melkwegstelsel bij elkaar. En dat is moeilijk verklaarbaar.

Volgens de meest gangbare theorie ontlenen deze supernova’s hun energie aan zogeheten magnetars. Het idee is dat bij zo’n supernova-explosie de kern van de ster instort tot een rondtollende neutronenster – een ongeveer 20 kilometer grote bal van (voornamelijk) neutronen – met een extreem krachtig magnetisch veld. Theoretisch zou zo’n magnetar de energieproductie flink kunnen opvoeren.

In Science laten de astronomen echter zien dat dit model tekortschiet om de enorme helderheid te verklaren. Dat kan betekenen dat de ontploffende ster meer massa had dan astronomen voor mogelijk houden. Of dat het een heel ander soort explosie is geweest.