‘Seb Coe was amper op het bondsbureau’

Sylvia Barlag, voormalig meerkampster, zit bij de council, het hoogste IAAF-orgaan. „Ik denk echt dat Coe van niets wist.”

IAAF-voorzitter Sebastian Coe tijdens de persconferentie in München waarbij Dick Pound zijn tweede rapport over corruptie en doping in de Russische atletiek presenteerde.

Hoe kan het dat voorzitter Sebastian Coe in zijn oude rol als vicevoorzitter van de wereldatletiekbond IAAF niet op de hoogte was van de corruptiepraktijken van zijn voorganger, de Senegalees Lamine Diack? Die vraag is voor Sylvia Barlag, het Nederlandse lid van het hoogste bestuursorgaan, de council, minder prangend dan voor buitenstaanders. Zij: „Ik denk echt dat Coe van niets wist.”

Is verklaarbaar dat Coe buiten alle frauduleuze praktijken van de toenmalige voorzitter werd gehouden?

Sylvia Barlag: „Ja, want de council vergadert hooguit drie keer per jaar. De board (bestuur), waar Coe deel van uitmaakte, komt voorafgaande aan zo’n vergadering bijeen, niet vaker. Bovendien denk ik niet dat Coe destijds nauw betrokken was bij de dagelijks gang van zaken op het bondsbureau.”

Is dat niet vreemd?

„Als zaken niet openlijk worden besproken, hoe hadden wij als leden van de council dan van duistere praktijken op de hoogte moeten zijn? Het zit mij dwars dat maar lukraak wordt geroepen: ‘Jullie hadden het toch kunnen weten.’ Zo was het niet. Financiële fraude werd buiten de boeken gehouden. Daarnaast kregen wij twee keer per jaar een overzicht van de gesanctioneerde atleten. Dan weet je toch niet welke gevallen onder de pet worden gehouden. Ik zou bij god niet weten hoe ik van de betreurde feiten had moeten weten. En dat geldt, denk ik, ook voor Coe.”

Was er nooit sprake van argwaan?

„Jazeker, vooral op het gebied van behoorlijk bestuur. Als council hebben we een verklaring gevraagd voor de aanwijzing van het WK indoor in 2018 aan Birmingham en het WK outdoor in 2021 aan Eugene zonder dat er een kandidaatsprocedure is gevolgd. Daar werd dan omheen gepraat. Er waren meer van dergelijke zaken. Wij wilden dat daar een eind aan kwam en dat de regels van good governance gevolgd zouden worden. Hetzelfde gold voor benoemingsprocedures. Wij hebben bijvoorbeeld ooit vragen gesteld over de aanstelling van Diacks zoon Papa Masada als marketingmanager van de IAAF. Daar is toen niet over gerapporteerd. Je kreeg ook nauwelijks kans om daar in een later stadium vragen over te stellen.”

Wat is uw mening over het tweede deel van het WADA-rapport?

„Eerlijk gezegd vind ik dat in vergelijking met deel één van het rapport niet idioot veel nieuws naar boven is gekomen. Als voorzitter Dick Pound van de onderzoekscommissie dan zegt dat de IAAF van misstanden op de hoogte hadden kunnen zijn, wie bedoelt hij dan eigenlijk? Ik vermoed de vicevoorzitters. Die hadden inderdaad kritischer kunnen zijn. Maar ik weet hoe moeilijk het was antwoorden op vragen te krijgen, hoe vaak om de hete brij heen werd gedraaid. Je werd amper geïnformeerd, tenzij je goede ingangen had op het bondsbureau.”

Is voorzitter Coe de juiste persoon om de IAAF te hervormen?

„Ja, dat denk ik zeker. Als voorzitter heeft hij een goede start gemaakt. Coe moet alleen geen vertrouwenskliek van Britten om hem heen gaan verzamelen. Hij moet voldoende weerwoord creëren.”