Rotterdam-Zuid is niet het einde van de wereld

De sportschool op Zuid biedt kinderen meer dan sport: begeleiding bij hoe je functioneert in de samenleving.

Taekwondo-leerling Zakaria El Mahi (6) op de mat van sportschool Abdel Kwam in Hillesluis. Foto Rien Zilvold

Voeten uit elkaar, steun op je handen voor je. Niet op je knieën, kont naar achteren. Kom op, je kunt het. Je kunt het! Twintig kinderen dartelen in witte pakjes op een grote mat in taekwondoschool Abdel-Kwan in Hillesluis op Zuid. Jongens en meisjes tussen de 6 en 8 jaar. Gezet, dun, donker en licht.

Vanavond is hier een bijeenkomst met zo’n 30 van hun ouders. Ze praten over opvoeding en hoe het is om ouder te zijn op Zuid. De avond is geïnitieerd door het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ), dat het tij op Zuid wil keren: betere schoolresultaten, minder uitkeringen, aantrekkelijker wijken. En stabiele gezinnen. „De helft van wat kinderen leren als ze 12 zijn, leren ze thuis”, zegt NPRZ-directeur Marco Pastors.

Abdel-Kwan is niet zomaar een sportvereniging. Op het prikbord in de gang prijken foto’s van kinderen in taekwondotenue, soms een beker in de hand. Burgemeester Aboutaleb staat ook op een van die foto’s, net als zanger Stromae en voetballer Van Persie. Zelfs de koning staat erop, vrolijk lachend tussen de taekwondopakjes.

Toen Abdessamia Maghnouj (37) in 1998 – het jaar dat hij vanuit Marokko naar Nederland kwam – Abdel-Kwan oprichtte, merkte hij dat zijn leerlingen méér zochten dan sport. Begeleiding, een antwoord op de vraag hoe je functioneert in deze maatschappij. Ze hadden behoefte aan een andere wereld dan die van thuis.

Veel kinderen en ouders vertellen sindsdien uit zichzelf hun problemen aan Maghnouj. Hij geeft advies waar hij kan, soms schakelt hij hulp in. Het vertrouwen in hem is groot. In 2012 ging hij met een groep kinderen naar Korea, inclusief vier minderjarige Marokkaanse en Turkse meisjes. „Een moeder kwam naar me toe: Abdel, ga je naar Korea? Hier is mijn dochter.”

Vandaar dat de bijeenkomst hier is, in Hillesluis, een van de zeven ‘focuswijken’ – wijken die slechter presteren dan de rest van Zuid. Er zijn zelfs vaders bij; een uitzondering, weet organisator NPRZ.

„Opvoeding wordt weleens verward met voeding”, zegt een vader. „Maar het is meer dan dat. Het gaat om pilaren neerzetten.”

Een moeder: „Betrokkenheid is belangrijk. Het klinkt ouderwets, maar ga na schooltijd met je kind aan tafel zitten en vraag: hoe was het?”

Tweetaligheid is voor veel ouders een dilemma. Ze willen hun kind Arabisch bijbrengen, maar dat lukt niet. Een moeder: „Als ouder kun je op een gegeven moment niet anders dan meegaan met je kind, dat liever Nederlands praat. Ook omdat je zelf Nederlands denkt. Maar dan kom je bij je ouders in Marokko, en is het: oeps.”

Er is één Turkse vader die vindt dat hij het Nederlands niet goed beheerst. „Een groot minpunt bij de opvoeding.” Hij vraagt zich ook af of kinderen van Zuid wel genoeg kansen krijgen. Een vader reageert: „Veel ouders hier hebben een achterstandspositie. Maar u moet geen slachtofferrol spelen. Ook al beheerst u de taal niet, u kunt uw kind wel leren dat taal belangrijk is.”

Ook het gebrek aan sportverenigingen op Zuid komt aan bod. „Sport bindt”, zegt Maghnouj. „En dat is wat nodig is in deze wijk en deze tijd. Wij willen dolgraag concurrenten.”

Klopt, zegt Pastors. Maar als je kind graag op voetbal wil, dan vind je echt wel wat. „Noord is ook weer niet het andere eind van de wereld hè. We zitten hier in Rotterdam, het is geen Zeeuws-Vlaanderen.”