Rotterdam, blijf alsjeblieft een ‘never ending story’

Laten we het jubileum van 75 jaar wederopbouw daarom aangrijpen om het debat te voeren over de volgende stadsopgave, schrijven Jacques Börger en Eeva Liukku. Die gaat nu over samenleven in plaats van bouwen.

Rotterdam is koud, zakelijk, onherbergzaam, lelijk en ongezellig. Dát zeiden de Rotterdammers die sociaal psycholoog Rob Wentholt sprak voor zijn onderzoek naar de binnenstadsbeleving van Rotterdammers. In 1968, welteverstaan.

Dit jaar gaan we in Rotterdam de stad vieren na 75 jaar wederopbouw in de culturele manifestatie Rotterdam viert de stad! Museum Rotterdam opent in de nieuwe locatie met De nieuwe stad! een grote expositie over de na-oorlogse stad. Dat vonden we een goede reden om opnieuw de balans op te maken. Want wat vieren we eigenlijk dit jaar en waar moeten we nog aan werken? Dit vroegen we aan 100 Rotterdammers, in een nieuw stadsbelevingsonderzoek geïnspireerd op Wentholt.

Rotterdamse bestuurders en citymarketeers jubelen erop los de laatste jaren. Ze pakken, begrijpelijk, breed uit met de prijzen en internationale media-aandacht die de stad ten deel vallen. De hashtag #trotsoprotterdam domineert de tijdlijnen op sociale media.

Aangeharkt speelterrein

De deelnemers uit ons onderzoek erkennen deze opleving van de stad en delen de trots. De grote onvrede die Wentholt eind jaren zestig signaleerde bestaat niet meer. Maar het kan altijd beter. Want de binnenstad dreigt wel steeds meer een net aangeharkt speelterrein te worden voor toeristen en jongeren. Wijkbewoners, ouderen en minder validen voelen zich er minder thuis. We moeten geen Amsterdam worden dat de binnenstad laat domineren door toeristen. Rotterdam moet wel van ons blijven!

Maar, wie is ‘ons’? Dat is een vraag die niet zo makkelijk te beantwoorden blijkt. Er wordt een toenemende segregatie gesignaleerd in ons onderzoek; zowel geografisch, cultureel en sociaal. Er is een grote mentale afstand tussen het centrum en Rotterdam Zuid. De deelnemers in ons onderzoek zijn trots op de diversiteit van de Rotterdamse bevolking, maar vinden dat die in de beleving van de binnenstad nog niet genoeg zichtbaar is en dat de bevolkingsgroepen nauwelijks mengen. Jongeren noemen racisme als onderdeel van hun stadsbeleving. Kortom, diversiteit draagt bij aan de kosmopolitische uitstraling van Rotterdam, maar we moeten ervoor waken dat het slechts een marketinginstrument is.

Ruimte voor kritiek

Dat Rotterdam nooit af is, wordt als een positieve eigenschap gezien in ons onderzoek. Ruimte voor kritiek en verbetering hóórt bij de stad. Rotterdam moet altijd een ‘never ending story’ blijven.

Dit jubileum jaar moeten we daarom aangrijpen om niet enkel een feestje te vieren, maar óók om het debat aan te gaan over de stadsopgave van de komende opbouwperiode. Wat ons betreft ligt die opgave, nu de stad fysiek aantrekkelijke en vol gebouwd is, bij de vraag hoe we hier met elkaar samenleven.