Lage olieprijs dwingt Poetin tot snoeien

Gazprom draait verlies. De staatsbegroting voor 2016 is nu al passé. Premier Medvedev moet extra bezuinigen en waarschuwt voor erger.

De overheidsbegroting van Rusland heeft nog geen maand stand gehouden. De dalende olieprijs en de structurele problemen van de economische basis eisen hun tol. Volgens minister Aleksej Oeljoekajev van Economische Zaken zijn nieuwe bezuinigingen onvermijdelijk.

De regering gaat een begroting opstellen die uitgaat van een olieprijs van 25 dollar per vat. Op 22 december ondertekende president Poetin het staatsbudget voor 2016. Die begroting ging uit van een prijs van 50 dollar per vat. Drie weken later is dit budget al niet meer relevant voor de regering. De olieprijs daalde donderdag tot iets meer dan 30 dollar per vat. Vandaag maakte Gazprom, het grootste gasconcern ter wereld, bekend dat het sinds juli vorig jaar verlies lijdt.

Volgens experts is herstel niet in zicht. Oeljoekajev denkt zelfs dat de olieprijs „decennia” laag zal blijven. Omdat Poetin tot nu toe niet bereid of in staat was tot hervormingen van de economische structuur, is de Russische schatkist nog altijd voor meer dan de helft afhankelijk van de export van olie en aardgas.

Oeljoekajev was gisteren niet de eerste die alarm sloeg. Premier Dmitri Medvedev en minister Anton Siloeanov gingen hem woensdag voor. Op een symposium in Moskou waarschuwde Medvedev dat Rusland niet lang kan interen op zijn reserves en zich moet voorbereiden op nog „slechtere scenario’s” dan in 2015. De crisis doet zich ook in de maatschappij voelen. Volgens Medvedev neemt het aantal werknemers dat niet op tijd loon krijgt uitbetaald, gestaag toe.

Snoeien in het staatsapparaat is nu onvermijdelijk, zei de premier. Als de olieprijs daalt tot 25 dollar loopt het financieringstekort van nu 2,6 procent op naar 7,5 procent. Tot vorig jaar genoot Rusland een decennium bijna onafgebroken van budgettair overschot. In 2015 liep het tekort op tot 2.000 miljard roebel, tegen de huidige wisselkoers 25 miljard euro.

De roebel is in de eerste week na de kerstvakantie navenant minder waard geworden. Eén euro kost nu 84 roebel. Volgens een grote Russische bank zal de koers naar 100 dalen, als de olieprijs richting 20 dollar zakt.

Van alle olie- en gas producerende landen uit de voormalige Sovjet-Unie heeft de roebel het meest te lijden onder de lage olieprijs. Maar de crisis is niet uniek. In Kazachstan en Azerbajdzjan nemen de tenge en manat in waarde af. In Azerbajdzjan heeft de regering de wisselkiosken op straat verboden. Deze kiosken waren afgelopen twee decennia gemeengoed. Valutahandel mag er voortaan alleen door banken worden gedaan.

De crisissfeer in Moskou neemt zo’n hoge vlucht dat de premier en andere regeringsfunctionarissen het deze week nodig vonden om expliciet te verklaren dat de toestand niet doet denken aan 1998. Dat jaar daalde de olieprijs tot onder 10 dollar. Omdat de staatskas toen geen financiële buffers had, kon de overheid in de zomer van 1998 niet meer aan haar financiële verplichtingen voldoen. In zijn ontkenning van een analogie met 1998 zei Medvedev dat er een voordeel kleeft aan de huidige begrotingscrisis. Rusland kan eindelijk genezen van de ‘Hollandse Ziekte’. Daarmee doelde hij op het gebruiken van olie- en aardgasbaten om de verzorgingsstaat in stand te houden. Met tussenpozen lijdt Rusland al sinds de jaren zeventig aan ‘Hollandse Ziekte’.