Kunst heeft geen engagement nodig

De hedendaagse beeldende kunst bereikt geen groot publiek. Ten onrechte, vindt filosoof Maarten Doorman, die er het Rijksmuseum voor zou willen leegmaken. Maar vanwaar toch dat engagement?

Roy Villevoye: The Clearing (2010), figuren van kunsthars, siliconen, menselijk haar en textiel Foto Museum de Fundatie in Zwolle

‘Het Rijksmuseum moet dicht.’ Met deze zin begint Maarten Doorman zijn studie De navel van Daphne over engagement en hedendaagse beeldende kunst. Wil hij werkelijk dat het museum sluit? Nee, bij nader inzien blijkt het slechts ontruimd te moeten worden. Wat er nu in tentoongesteld wordt dient plaats te maken voor hedendaagse beeldende kunst. Niet omdat die werkelijk beter is dan de oude spullen die er nu instaan, maar omdat hedendaagse kunst daar meer op zijn plaats zou zijn, aangezien ze over ónze samenleving gaat en niet over die van eeuwen geleden. De Rembrandts en Vermeers moeten daarom maar naar elders verhuizen.

Het is een wat omslachtige manier om duidelijk te maken dat de hedendaagse kunst niet de plaats in de samenleving heeft die haar volgens Doorman eigenlijk toekomt. De provocatie komt dan ook niet echt aan. De stem van de hedendaagse beeldende kunst draagt, ook als die geëngageerd is, niet ver en dringt nauwelijks door tot de samenleving, en als hij al wel wordt gehoord, wordt er niet naar geluisterd. Doorman weet dat ook wel, het is juist een deel van het probleem dat hij bij de horens wil vatten.

Strovuur

In De navel van Daphne vraagt hij zich af hoe het met het engagement in de kunst is gesteld nu de traditionele avant-garde is uitgeblust en het strovuur van het postmodernisme is gedoofd. Voor veel kunstenaars en de dampkring van theoretici en curatoren die hen omringt is een dergelijk engagement, een erfenis van voorgaande eeuwen, bijna verplicht. Maar wat als niemand er belangstelling voor heeft, omdat kunst meer is dan een boodschap alleen? ‘Hoe kunnen dubbelzinnige kunst en ondubbelzinnig engagement […] ooit samengaan’, vraagt Doorman zich af.

De wortels van het hedendaagse engagement gaan terug tot de Romantiek, maar: ‘niet alleen de maatschappelijke autonomie van de kunstenaar stamt uit de tijd van de romantiek, ook de autonomie van de kunst zelf.’ Die autonomie leidde in de negentiende eeuw tot kunst omwille van de kunst zelf, de veel gesmade art pour l’art. Toch blijkt die minder onmaatschappelijk dan wel wordt gedacht. Soms bekruipt je bij lezing van De navel van Daphne het gevoel dat deze kunstenaars een groter en ingrijpender invloed op de samenleving hebben uitgeoefend dan hun sociaal en politiek bevlogen kunstbroeders. Doorman komt tot de slotsom dat het zonder de romantisch geïnspireerde autonomie van de kunstenaar niet gaat. ‘Hoezeer kunstenaars zich er in de afgelopen twee eeuwen ook tegen hebben verzet, steeds gaat het in de kunsten impliciet nog om vormen van expressie, om verbeeldingskracht, om het overschrijden van grenzen, om de kunstenaar […].’

Maar autonomie is niet hetzelfde als l’art pour l’art. Ze heeft twee gedaantes: ‘die van de totalisering en die van de verabsolutering, van betrokkenheid op de wereld en die van het isolement in l’art pour l’art.’ En verderop: ‘Kunst staat buiten de wereld en omarmt haar soms zo hevig dat ze er even mee samenvalt.’ Niettemin blijft ze zichzelf, dubbelzinnig en met een blik op de wereld die we nog niet kennen. ‘Waar kunstenaars hun identiteit als kunstenaar uitleveren aan de markt, de overheid of aan ideologie, daar verdampt de kunst en verdwijnt ze in de nevelen van de tijd,’ besluit Doorman. Maar wat als je een betere wereld wilt, dan is het toch juist verstandig om van de mogelijkheden van de markt gebruik te maken? Doorman gelooft er niet in. Markt, reclame en design zijn er niet om de wereld te verbeteren, het heilige doel is nooit belangrijker dan de kunst – al zegt hij dat laatste niet met zoveel woorden, toch komt het erop neer. De navel van Daphne is geschreven door iemand die de hedendaagse, weldenkende kunst een warm hart toedraagt – zo warm dat je je bij lezing wel eens afvraagt of de auteur wel voldoende afstand tot zijn onderwerp heeft genomen.

De maker

Doorman beschouwt kunst traditioneel vanuit het standpunt van de maker, volgt wat deze denkt, wil en doet; de ander, de toeschouwer, het publiek voor wie geëngageerde kunst bij uitstek bedoeld is, blijft buiten beeld. Wie en, beter nog, wat bereik je eigenlijk met geëngageerde kunst? Is kunst wel in staat een samenleving te mobiliseren als ze niet alleen maar activistisch wil zijn? Vragen die maar zijdelings aan bod komen.

De auteur heeft de autonomie van de kunstenaar gered van de altijd wat simplistische verwijten van critici die vinden dat de kunst zich moet overgeven aan het engagement. Dat is een verdienste. Een andere verdienste is dat Doorman het engagement-debat van het begin tot heden in kaart heeft gebracht, ook al blijkt daaruit dat er niets nieuws onder de zon is. Gelukkig bedient hij zich daarbij niet van het gewichtigdoenerige bargoens dat onder curatoren en kunsttheoretici verplicht schijnt te zijn, maar van helder, begrijpelijk Nederlands. Dat is een bijkomende verdienste.