Jakarta komt met schrik vrij

Een amateuristische aanslag in het hart van de Indonesische hoofdstad kostte gisteren aan zeven mensen het leven, onder wie vijf daders. Een Indonesiër zou de aanslag vanuit Syrië hebben beraamd.

Politieagenten vlak na de aanslag in Jakarta. Later op de dag raasde het verkeer weer over het kruispunt waar de aanslag en het vuurgevecht plaatsvonden. Foto Bay Ismoyo/AFP

Nu de adrenaline wegebt en het verkeer weer over het kruispunt raast waar eerder op de dag twee lichamen lagen, komt het besef: dit was een amateuristische aanslag.

De terreurgroep Islamitische Staat had aangekondigd een „concert in Indonesië” te zullen verzorgen. Er klonken ook harde knallen in het vuurgevecht met de politie. Maar uiteindelijk stierven vijf aanslagplegers en slechts twee burgers: een Canadese VN-medewerker en een Indonesische agent. Wel raakten meerdere mensen gewond, onder wie een Nederlander die bij de VN werkt. Hij zou voor zijn leven vechten.

Hoe triest het ook is dat even koffie halen bij Starbucks zo afloopt, de aanslag in Jakarta donderdag was geen Parijs, San Bernardino of Istanbul. Uiteindelijk waren de bommen van de terroristen te amateuristisch en hun handpistolen te licht.

Ook al bleef een bloedbad uit, de aanslag op Jalan Thamrin, in het zakendistrict van Jakarta, waar veel diplomaten, zakenmensen en journalisten zich ophouden, is hard aangekomen in Indonesië. De geblakerde muren van Starbucks laten zien dat het geweld nu ook het hart van Zuidoost-Azië heeft bereikt. IS heeft de aanslag opgeëist. „Soldaten van het kalifaat” hebben „burgers van de kruisvaarderscoalitie” getroffen, aldus een verklaring op internet.

De autoriteiten dachten dat er in Indonesië geen terroristische groeperingen meer waren die een serieuze bedreiging vormden. Natuurlijk heeft het land een geschiedenis van terreur. In 2002 vielen ruim tweehonderd doden bij aanslagen op discotheken op vakantie-eiland Bali. In 2009 vielen negen doden, onder wie twee daders, toen bommen afgingen in twee luxehotels in Jakarta. Ook in de jaren daartussen vond sporadisch geweld plaats, gepleegd door organisaties als Jema’ah Islamiya, die banden had met Al-Qaeda. Maar dit soort groepen is hard aangepakt.

De speciale eenheid Densus 88 heeft de belangrijkste kopstukken opgepakt of, in veel gevallen, doodgeschoten. Natuurlijk zijn er nog wel groepen met gewelddadige en extremistische gedachtes, zoals de Oost-Indonesische Mujahedeen van Santoso, volksvijand nummer één. Hij houdt zich op in het immer onrustige Poso, op het eiland Sulawesi. Maar hij wordt opgejaagd door het leger en zou nauwelijks de tijd of mogelijkheid hebben een aanslag te plegen.

Nu blijkt dat de tijd van aanslagen weer terug is. Indonesische media als Kompas hebben al een naam: Bahrun Naim. Hij zou de aanslag van gisteren hebben beraamd. Hij komt uit Surakarta, een Javaanse provinciestad die door veel Indonesiërs wordt gezien als een broeinest van radicalisme. Hij werd in 2010 tot twee jaar cel veroordeeld wegens illegaal wapenbezit. Na zijn vrijlating zou hij in Syrië zijn beland bij IS. Vanuit Raqqa zou hij de schietpartij in Jakarta hebben bevolen, uitgevoerd door Indonesiërs. „Hij beraamde dit al een tijd”, zei politiechef Tito Karnavian gisteren.

Of de daders ook training buiten Indonesië hebben gehad, is nog ongewis. De overtuiging van de politie dat Bahrun Naim betrokken is, laat zien dat ook Indonesië kampt met de problematiek van Syriëgangers.

De autoriteiten schatten dat enkele honderden Indonesiërs zijn afgereisd naar Syrië en Irak. Hoeveel er zijn teruggekomen, is niet bekend. Soms duiken verhalen op in de media over teleurgestelde jihadisten. Ze wilden strijden voor het kalifaat. Maar eenmaal aangekomen werden ze als voetveeg behandeld en mochten ze vooral rotklusjes opknappen.

Mocht Bahrun Naim inderdaad zijn opgeklommen in de rangen van IS, dan moet het beeld worden bijgesteld. Dat baart de Indonesische autoriteiten grote zorgen. Zeker als de banden tussen terreurcellen in Indonesië en ervaren jihadisten in Syrië en Irak nauwer zijn dan tot nu toe werd verondersteld.

Ondanks de eerste serieuze aanslag in Jakarta in zes jaar tijd, stonden donderdag tegen zonsondergang in een straatje achter het warenhuis Sarinah, waar de aanslag plaatsvond, de stoeltjes op straat. De saté lag op de grill, zoals elke avond. De klokken van de Sint-Theresiakerk luidden, zoals elke avond. Duizenden auto’s en tienduizenden brommers stonden hutjemutje op elkaar gepakt op Jalan Thamrin, zoals elke avond. Zo snel laat Jakarta zich niet gek maken.