Chipfabrikant Intel is de pc al bijna vergeten

De inkomsten van pc-chips lopen terug en Intel miste de mobiele revolutie. Maar het bedrijf levert wél 98 procent van alle chips voor servers.

Op techbeurs CES toonde Intel hoe je sporters live kunt volgen via kleine chips met draadloze sensoren. Die markt groeit sneller dan de traditionele pc-tak.

Drones die op eigen houtje obstakels omzeilen, robots op twee wielen en rondvliegende sporters vol sensoren: Intel haalde vorige week op de Consumer Electronics Show (CES) in Las Vegas al het technologisch spektakel van stal.

Zo wil de Amerikaanse chipfabrikant aantonen dat het bedrijf springlevend is, ook al lopen de inkomsten uit chips voor pc’s terug en slaagt Intel er niet in wezenlijk marktaandeel te veroveren in tablets en telefoons. Bij de presentatie op CES leek Intel de personal computer al bijna vergeten, maar het is wel Intels grootste omzetmaker. Vooralsnog dan, want de chipfabrikant ziet meer toekomst in processors voor datacentra (grote hallen vol servers) en voor in allerlei sensoren die met internet zijn verbonden.

1. Hoe erg is het met de pc-markt gesteld?

Intel stond 35 jaar geleden aan de basis van de computerrevolutie toen het de eerste chip voor de IBM-pc leverde. De groei is voorbij: in 2015 daalde het aantal verkochte pc’s met 8 procent. Intel verkocht in de eerste negen maanden van 2015 liefst 19 procent minder processors voor computers. Windows 10, inmiddels geïnstalleerd op 200 miljoen apparaten, leidt niet tot een opleving van de pc-verkopen: er is niet per se een krachtiger pc nodig om dit besturingssysteem te draaien. Een bloedsnelle computer is wél nodig als je een virtualrealitybril zoals de Oculus Rift koopt. Maar dat is vooralsnog een nichemarkt.

2. Waarom is Intel amper in smartphones te vinden?

De telefoon is nu onze primaire computer. Intel miste de mobiele revolutie toen Apple in 2006 aanklopte voor een chip voor de iPhone. Intel werd het niet; Apple koos voor technologie van concurrent ARM en sindsdien is bijna elke smartphone op een ARM-ontwerp gebaseerd. Sinds 2011 probeert Intel de achterstand in te lopen. Dat bleek te laat. De grootste telefoon- en tabletfabrikanten hadden hun keuze al gemaakt en hielden liever vast aan ARM: zuiniger en vaak goedkoper dan Intels chips.

3. Hoe kan Intel dan toch groeien?

De spierballen van Intel blijven nodig. Het bedrijf is vrijwel alleenheerser in datacentra: het levert 98 procent van alle chips voor servers. De chipfabrikant heeft hier de wind mee, want dankzij de groei van de cloud groeit het aantal datacentra en dus het aantal servers. Zo profiteert Intel indirect van de mobiele revolutie. De apps en diensten die je op je telefoon of tablet start, draaien achter de schermen vaak op een webserver met een Intel-chip.

Het rendement van de serverchips is hoger dan dat van processors voor laptops of desktop-pc’s: Intels servertak haalt een hogere operationele winst dan de pc-tak, terwijl de omzet (nog iets) lager is.

Intel zoekt verbreding in de cloud en kocht chipbedrijf Altera – gespecialiseerd in processors waarvan de interne ‘logische’ verbindingen achteraf nog programmeerbaar zijn. Die chips zijn nodig voor complexe taken in datacentra. Met de recordovername van Altera (16,7 miljard dollar, 15,3 miljard euro) wil Intel zich wapenen tegen concurrentie van andere chipfabrikanten, die met ARM-processors een plek in het datacenter willen veroveren.

4. Zijn drones en sporters de nieuwe computers?

Op de CES toonde Intel hoe makkelijk je mensen of machines met een chip, sensoren en draadloze internetverbinding kunt uitrusten. Handig, als je bijvoorbeeld topsporters wilt volgen – het publiek is live getuige van alle G-krachten die op de skateboarders en stuntfietsers worden uitgeoefend. Of neem Intels RealSense-technologie, waarmee drones automatisch obstakels vermijden. Intel loopt voorop in ‘sensorfication’, zegt Intel-topman Brian Krzanich. De ‘internet of things’-divisie is een klein, maar snelgroeiend onderdeel van de chipfabrikant. Als er in de toekomst, zoals verwacht, miljarden apparaten smart en connected zijn, wil Intel niet achter de feiten aan lopen. Deze revolutie kan het bedrijf zich niet permitteren te missen.