Hoe kijkt Connie Palmen terug op haar ‘omstreden’ roman ‘Lucifer’?

Zaterdagmiddag gaat de boekenredactie tijdens Winternachten in Den Haag in debat over Connie Palmens roman ‘Lucifer’. We vroegen de schrijfster hoe ze terugkijkt op haar ‘omstreden’ roman uit 2007.

Connie Palmen ANP INGE VAN MILL

“Het bevreemdde mij toen al wat er gebeurde. Ik heb het nooit heel goed begrepen. Dan is de roman heel slecht begrepen.” Aan de vooravond van een debat over haar ‘omstreden’ roman Lucifer (2007), verklaart Connie Palmen in gesprek met NRC Handelsblad nog steeds versteld te staan van de storm van kritiek die na de verschijning van haar boek in 2007 losbarstte.

Peter Schat

In Lucifer komt Clara Wevers, de vrouw van componist Lucas Loos, op een Grieks eiland om het leven na de val van een balkonrand. Vervolgens wordt beschreven hoe er na het ongeluk in de Amsterdamse vriendengroep van het stel geruchten rondgaan over mogelijke opzet. Met als gevolg dat Loos uit die groep gestoten wordt.

De verantwoording van Lucifer, een literatuurlijst met geraadpleegd werk, werkte explosief. Daaruit bleek dat Palmen zich had laten inspireren door het leven en werk van de componist Peter Schat (1937-2003). Diens vrouw Marina Schapers verongelukte in 1981 door een val in Griekenland. Schat maakte lang deel uit van de ‘Herenclub’ rondom Harry Mulisch, maar raakte gebrouilleerd met de auteur van De ontdekking van de hemel.

Karaktermoord

Het leverde Palmen fikse kritiek op van onder anderen Stephan Sanders (in Vrij Nederland) die haar verweet karaktermoord op Schat te plegen. Hij schreef:

“Je moet [...] concluderen dat een monstrum ter wereld is gebracht, ook in moreel opzicht. Zo geloven zowel de Herengroep als Palmen zelf dat de ten uitvoer gebrachte karaktermoord ook werkelijk tot de dood moet leiden. Die collectieve fantasie is niet alleen infantiel, maar ook megalomaan en sadistisch: hier wordt Palmen de collaborateur, het jongste lid van de Herenclub.”

Palmen zegt vooral tot doel te hebben gehad te beschrijven hoe geroddel tot karaktermoord en uitstoting uit een vriendengroep kan leiden. Dat haar vervolgens karaktermoord is verweten, noemt ze ironisch:

“Daar kan ik nu ook wel om glimlachen.”

Nieuwe weg

Palmen sloeg, zo verklaart ze nu, met de roman een nieuwe weg in. Voor het eerst sinds haar debuut De wetten (1991) stonden in een roman niet haar eigen geliefdes of ideeën op de voorgrond. Jij zegt het, haar vorig jaar verschenen roman over dichterspaar Ted Hughes en Sylvia Plath, had ze zonder Lucifer niet kunnen schrijven.

Vondel

Met Lucifer knipoogde Palmen nadrukkelijk naar het gelijknamige treurspel van Joost van den Vondel dat op 1654 in premiere ging in de Amsterdamse Schouwburg. De literaire kritiek, zo verklaarde Palmen tijdens een rumoerige debetavond in De Balie in 2007, had daar weinig oog voor gehad:

“Niemand heeft mijn roman vergeleken met Vondels tragedie. Dat kan ik alleen maar verklaren uit de onbekendheid van de Nederlandse critici met hun eigen literatuur.”

Maar wie is de Lucifer, de gevallen Engel, uit de titel? Die vraag stelde NRC-recensente Janet Luis in haar recensie van de roman:

“Is Clara de gevallen engel? Of toch Lucas, die een symbolische val maakte uit zijn zelfgeschapen muzikale hemel? Of nog eerder Connie Palmen zelf, die hier als schepper de strijd aangaat met God?”

Palmen wil er negen jaar later geen antwoord op geven. Ze laat het over aan de verbeelding:

(Video’s: Anouk Eigenraam)