Historische mode op catwalk van Fashion Week

Fashion Week Nederland opent met catwalkshows die een ode brengen aan de Nederlandse mode uit het verleden.

Een model tijdens de repetitie van Gletcher. Foto Remko de Waal / ANP

Een modeshow kijkt bijna per definitie vooruit: voor ontwerpers is een show een middel om de mode te laten zien die over een half jaar in de winkel ligt. Zo niet gisteravond, bij de start van de 24ste editie van Fashion Week Nederland, voorheen Amsterdam Fashion Week, op het Westergasterrein in Amsterdam. Die opende met shows die juist een ode brachten aan de geschiedenis van de Nederlandse mode.

In het Nieuwe Instituut in Rotterdam en Het Gemeentemuseum Den Haag zijn nu tentoonstellingen te zien over Nederlandse mode. Waarom, dacht Iris Ruisch, nieuwe programmadirecteur van de modeweek, zoiets niet naar de catwalk brengen?

Mode uit het verleden laten zien is in een show lastiger dan in een museum. Foto’s en zaalteksten zorgen bij een expositie voor context en schoenen, make-up en kapsels zijn optioneel. Bij een show moeten keuzes worden gemaakt: verwijs je met styling naar de periode waarin iets is gemaakt, of trek je voor outfits uit verschillende periodes een lijn? Stylist Ruud van der Peijl, verantwoordelijk voor de show met confectiemerken als Mac & Maggie, G-Star, Spijkers en Spijkers en zijn eigen Gletcher (1985-1991), koos voor het tweede.

Zijn modellen droegen grote, felgekleurde pruiken en over de zwaar opgemaakte gezichten zaten transparante plastic maskers. Ook mannen heupwiegden hier in vrouwenkleren. Niet voor alle merken werkte die aanpak: het effect was soms carnavalesk. Bovendien was het voor mensen die de merken niet kennen lastig inschatten uit welke periode kleding kwam en wat de stijl van zo’n merk was.

Dat lukte beter bij de coutureshow van Ferry van der Nat, die mode liet zien van Fong-Leng, Dick Holthaus en Viktor & Rolf. De modellen in zijn show hadden een moderne, bescheiden make-up en de styling was ondergeschikt aan de kleren, die uitstekend tot hun recht kwamen. De sfeer van de show was nostalgisch en een tikje campy, maar niet flauw. Terwijl een Franse ladyspeaker op soundtrack de namen van de ontwerpers opnoemde, stapten steeds drie modellen synchroon kleine, ronde podia op.

Tussen de twee shows door was een bescheiden expositie te bezoeken met werk van uiteenlopende namen als Jan Jansen en Iris van Herpen.

Punt gemaakt: er is in het verleden goede mode gemaakt in Nederland. Over naar de toekomst. Hopelijk wordt daar komende dagen ook een interessante blik op geworpen.