Falen is niet per se iets slechts

De drie genomineerde boeken voor de BNG-prijs gaan over falen. En al is Jamal Ouariachi met Een honger de gedoodverfde winnaar, de andere twee schrijvers zijn net zo goed en interessant.

Henk van Straten Foto Andreas Terlaak

De loser is dit jaar de winnaar. Want wat de drie genomineerde boeken voor de BNG Bank Literatuurprijs inhoudelijk gemeen hebben, is dat ze over falen gaan. Nu is pech of tragiek niets nieuws in de literatuur, maar je ziet niet vaak zo’n overtuigende loser als de hoofdpersoon van Underdog van Elfie Tromp, zo’n verkettering als van de hoofdpersoon in Jamal Ouariachi’s Een honger en zo’n tragische val als in Bidden en vallen van Henk van Straten.

En verliezen is niet per se iets slechts – dat weet de BNG-prijs als geen ander, als prijs voor verliezers, of sympathieker: voor nog-niet-winnaars. Schrijvers kunnen hem winnen als ze nog geen grote andere literatuurprijs hebben gewonnen, als ze ondanks meer literaire werken nog niet echt zijn doorgebroken en ze nog geen veertig jaar oud zijn.

Favoriet voor de prijs, die aanstaande donderdag wordt uitgereikt, is Een honger van Ouariachi, een wervelende roman over een man die er afwijkende normen over pedofilie op nahoudt en daarom gruwelijk in ongenade valt. Ouariachi prikkelt met even ongemakkelijke als overtuigende gedachten – het zou terecht zijn als die literaire duivelskunst geëerd wordt.

Dat neemt niet weg dat de twee potentiële runners-up ook goed zijn – en iets interessants zeggen over falen. Een beklemmende ervaring is het verhaal van de val van Tom Kuiper, in de eerste 160 bladzijden van Bidden en vallen van Henk van Straten (1980). Ogenschijnlijk is Tom de succesvolle witte man die alles heeft. Goede baan bij een luxe horlogemerk, duur huis, mooie vrouw, snoepige kinderen die Fuego en Birdy heten. Maar deze man, die zichzelf torenhoge succesverwachtingen opgelegd heeft, staat op het punt van imploderen. En hij gaat aan zijn overmoed ten onder.

Op een gefrustreerde zondagmiddag laat Tom zich in een parkje pijpen door een jongen – hij begrijpt niet goed waarom. Dat besef van controleverlies zet zijn zelfbeeld en zijn leven op losse schroeven, en Van Straten laat die schroeven almaar losser trillen. Tom zet misstap na misstap. En dan, op een middag als hij met zijn kinderen in een speeltuin is, wordt hij in elkaar geslagen, uit het niets, door een onbekende. De hersenschudding die hij oploopt en zijn paniek maken dat hij op zakenreis naar Hongkong zijn verstand verliest, waarmee Van Straten Toms verhaal in overtuigende, hallucinante waanzin laat eindigen.

Daarbij had het misschien moeten blijven, zo beklemmend is de val van deze prototypische yup. Maar Bidden en vallen gaat door, en we springen terug in de tijd en lezen over Toms vrouw Els, die ook met dingen worstelt, en over Farid, een Marokkaanse jongen die (ook) moet ‘vechten om niet te vallen’, en over Anne en Chris, de broer van Els, die bij de Kuipers op zolder wonen. Die verhalen zijn schetsmatiger, en minder sterk dan dat van Tom (pas bij Chris, een worstelende schrijver, wordt het weer prikkelend).

Verknoopte levens

De levens van alle personages blijken verknoopt, Bidden en vallen blijkt een bouwwerk – en zo krijgt Toms verhaal context, en daarmee zijn val. In zekere zin is dat jammer. De incoherentie die zijn leven steeds meer overnam, met de ongeplande pijpbeurt en de onverklaarbare klap, wordt zo weer teruggedrongen. Het is wellicht een kwestie van wereldbeelden: wie uitgaat van verklaarbaarheid, zal dat grote fictiebouwwerk waarderen, en de slimme terugkerende motieven – licht en vechten en vliegen en vallen – bewonderen. Wie denkt dat de dingen in het leven soms niet te verklaren en reconstrueren zijn, vindt het vervolg minder sterk.

Diezelfde wereldbeeldenstrijd maakt Underdog van Elfie Tromp (1985) interessant. Eerst denk je nog van doen te hebben met een wat smalende portrettering van een ultieme loser. Tromp schrijft over de volwassen Rein die zijn leven wijdt aan de game World of Warcraft, want de buitenwereld biedt hem louter ongunstiger scenario’s. ‘Hun gesprekken zijn afgemeten porties boodschap geworden’, schrijft Tromp over Rein en zijn moeder – en het enige wat hij doet is schoonmaken in de hondenfokkerij van zijn familie: ‘Als een ober staat hij daar met het deurtje in zijn hand. De reuen spritsen de randen van de kamer.’ Geniepig scherpe formuleringen, tragikomische zinnetjes die je bij niemand anders aantreft.

Sneuheid troef

Het is sneuheid troef, zowel de kennel als de gamewereld. Maar Tromp neemt haar personages steeds serieuzer, door hen juist niet in het onheil te storten. Underdog draait om de band van Rein en zijn zus Adelien, de baas van de kennel en een soort alfateefje. Zij, de fokker, gelooft in de maakbaarheid van succes; hij, de ambitieloze, laat zich niet opfokken en wil met rust gelaten worden.

Toch troont zij hem mee naar Australië, waar ze een missie heeft: het fantastische zaad van een Afghaanse windhond verkrijgen, waarmee ze de teefjes bij Stardust bv een kwaliteitsimpuls geeft en de noodlijdende kennel redt. De roman komt daarmee in een prettige stroomversnelling: er zijn hondenshows waar Tromp boeiend over schrijft, en er zijn verwikkelingen met een hondenfokker die uit een gangsterfilm lijkt te komen. Maar de diepte komt tegelijkertijd in de scherper wordende verhouding tussen broer en zus, in de consequenties van hun botsende levenshoudingen.

Dan blijkt ook dat Tromp in Underdog de ruimte biedt aan ambitieloosheid, en niet modieus kiest voor maakbaarheid – maar dat ook weer niet helemaal afzweert. Ze laat beide wereldbeelden bestaan, en falen is niet per se iets slechts – wat dat geconstrueerde begrip ‘falen’ dan ook precies inhoudt. Op het nippertje van Bidden en vallen geeft Henk van Straten ook te denken, trouwens: de rol van Chris, de berooide schrijver, mag niet onderschat worden. Dat hij in de val van zijn zwager een ‘universum van mogelijkheden’ ziet als romanschrijver, zet het coherente, geconstrueerde verhaal toch weer op losse schroeven.