Eindelijk blij met de binnenstad

Anders dan in 1968 is de Rotterdammer nu wel tevreden over het stadscentrum. Zorgen zijn er over de segregatie.

De koopgoot afgelopen december, op de warmste derde kerstdag sinds de temperatuur wordt bijgehouden. Foto Robin Utrecht/ANP

Trots en positief. Rotterdammers zijn blij met de binnenstad, dat is de duidelijkste uitkomst van een onderzoek naar de binnenstad van Museum Rotterdam en de manifestatie Rotterdam viert de stad.

Maar, dat springt ook in het oog, de bewoners van de meest multiculturele stad van Nederland zijn bezorgd over segregatie tussen de bevolkingsgroepen. Daarnaast zijn er in het centrum te veel auto’s en is er te weinig groen. Ook vrezen ze dat de binnenstad vooral aantrekkelijk wordt gemaakt voor ‘toeristen, hipsters en bakfietsers’, terwijl andere groepen, zoals ouderen, zich er minder welkom voelen.

De aanleiding voor het onderzoek is dat de stad dit jaar 75 jaar wederopbouw viert. Het onderzoek is gebaseerd op een invloedrijke, en indertijd schokkende studie naar de binnenstad uit 1968: bewoners bleken destijds veel minder tevreden met de wederopbouw dan bestuurders.

Bij de wederopbouw lag de nadruk op gebouwen en infrastructuur, en was de aanpak strak modernistisch. Functionaliteit stond voorop; burgers zouden geen behoefte meer hebben aan gezelligheid, maar juist aan doelmatigheid, en ongelimiteerd autoverkeer. Deze aanpak leverde Rotterdam indertijd internationaal veel waardering, en het stadsbestuur was trots op de herrijzenis van de stad. Des te groter was de schok toen uit een onderzoek van hoogleraar sociale psychologie Rob Wentholt in 1968 bleek, dat de bewoners massaal erg ontevreden waren over de binnenstad: het centrum was kil, koud, stijf, onherbergzaam, lelijk en ongezellig. Het gevolg van de studie was dat de decennia daarna het devies was: herstellen, in plaats van platgooien en iets nieuws neerzetten.

Ook nu zet de gemeente in op verdere verdichting van de binnenstad – zo zou die aantrekkelijker worden om in te verblijven. Met succes: de laatste jaren heeft Rotterdam, ook internationaal, veel waardering gekregen voor de binnenstad. „Er is een duidelijk verschil met ‘68”, zegt Jacques Börger, medewerker van Museum Rotterdam en een van de uitvoerders van het onderzoek. „Rotterdammers zijn echt trots op de stad. En als je vraagt waarom, noemen ze relatief vaak iconische gebouwen als de nieuwe markthal en het centraal station.”

Tegelijk blijkt dat burgers zich grote zorgen maken over de verdeeldheid tussen de bevolkingsgroepen, die zich toenemend in eigen kring terugtrekken. „De gemeente draagt te weinig zorg voor ontmoetingen tussen deze groepen. En dan bedoel ik niet samen gebakken banaan met rijst eten. Het ontbreekt, meer dan in andere grote steden, aan een ‘culturele humuslaag’ van betrokken burgers. Het moet nu niet meer gaan over gebouwen, maar over wat burgers daarin doen.”

Ook groen kan daarbij helpen, zegt hij. „Op het kleinste stukje gras zie je mensen bij elkaar gaan zitten.” Overigens is er weinig consensus over wat precies de binnenstad is, zegt Börger. „We vroegen op een kaart de binnenstad te tekenen. Er waren geen twee tekeningen hetzelfde. Vooral professionals rekenen de Kop van Zuid er wel bij, en anderen weer het gebied rond de Zwaanshals. Misschien is dat wel eigen aan Rotterdam.”

Donderdag 21 januari debatteren publicist Zihni Özdil en hoogleraar ‘Ontwerp en Politiek’ Wouter Vanstiphout over de studie naar een nieuwe ‘stadsopgave’. Timmerhuis, 20:00 uur.