Een nieuwe eigenaar voor monumentaal vastgoed

Het Rijk draagt vandaag 29 monumenten die geen rijkstaak hebben over aan de Nationale Monumentenorganisatie, van kasteel tot gedenknaald. Iedereen is blij, behalve Naarden.

Het is Naarden niet gelukt. Met een laatste noodgreep had het stadje beslag laten leggen op zijn vesting. Zo wilde het voorkomen dat deze door het Rijk overgedragen zou worden aan de nieuwe Nationale Monumentenorganisatie (NMo). En dat zag de gemeente Gooise Meren (waar Naarden deel van uitmaakt) niet zitten. Liever wilde ze zelf via een net opgerichte Stichting Goois Erfgoed de vesting Naarden overnemen.

De rechter besliste donderdag echter dat de vesting moet worden overgedragen aan de NMo. Dat gebeurde in een kort geding dat het Rijk had aangespannen tegen Gooise Meren. Het Rijk wil monumenten afstoten die geen rijkstaak meer vervullen, zoals bijvoorbeeld sommige kerken of gebouwen waarin gemeentelijke musea zijn gehuisvest. Of zoals de vestingwerken van Naarden.

Voorwaarde voor afstoting was dat dit zou gebeuren aan een organisatie „met ervaring en kennis inzake het beheren van rijksmonumenten” – de twee jaar geleden opgerichte NMo – en met een groot aantal rijksmonumenten tegelijk, aldus minister Stef Blok (Wonen en Rijksdienst, VVD). Maar Gooise Meren vreesde dat de NMo niet genoeg geld zou hebben om de vesting Naarden te onderhouden. Ook dacht de gemeente onvoldoende zeggenschap te krijgen. In december legde Gooise Meren daarom beslag op de vesting.

De rechter verwierp donderdag het verweer van Gooise Meren dat bij verkoop er een voorkeursvolgorde had moeten zijn en dat de gemeente voor had moeten gaan. Ja, die volgorde bestaat, maar het Rijk mag daar beargumenteerd van afwijken, aldus de rechter. Verantwoordelijk wethouder Miriam van Meerten zegt dat ze teleurgesteld is, „maar we hebben ook veel bereikt”. Ze doelt op de nieuwe Stichting Goois Erfgoed, die mogelijk gaat toetreden tot de NMo. De gemeente weet nog niet of ze in beroep gaat tegen het besluit.

Na de uitspraak van de rechter is vandaag, na een lange aanloop, de officiële overdracht van 29 rijksmonumenten aan de NMo. Die aanloop begon een jaar of vijftien geleden met de eerste besprekingen. In 2012 besliste toenmalig minister Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) dat het Rijk monumenten die geen rijksfunctie meer vervullen, kon afstoten. Vanaf 2013 zette minister Blok de verzelfstandiging door.

Publieksbinding: Engeland voorbeeld

April 2014 werd vervolgens de Nationale Monumentenorganisatie opgericht door acht organisaties op het gebied van monumentenbehoud, zoals Hendrick de Keijser, Natuurmonumenten, Gelderse Kastelen, BOEi en Utrechts Stadsherstel. „De monumentenwereld was gefragmenteerd”, zegt onafhankelijk voorzitter Anton Valk. „We hopen beter kennis te delen en schaalvoordelen te halen, nieuwe toepassingen voor monumenten te ontwikkelen, en grotere publieke belangstelling voor monumenten te wekken.”

Grote inspiratiebronnen zijn de National Trust en English Heritage dat 400 monumenten beheert, zoals Stonehenge, delen van de Muur van Hadrianus en Dover Castle. „Daar zijn we vorig jaar op bezoek geweest”, vertelt Valk. „Wij kunnen van ze leren hoe zij aan publieksbinding doen en daardoor monumenten op de politieke kaart zetten.”

Door de toevallige samenloop met de regeringsplannen krijgt de NMo – zonder track record – deze monumenten met een ‘instandhoudingsvergoeding’ van 61 miljoen euro. Dat gaat in een vermogensfonds: van de jaarlijkse beleggingsrendementen moet de NMo beheer en onderhoud betalen.

Het gaat om kastelen als Assumburg in Heemskerken en ruïnes als Teylingen in Voorhout. Om gedenknaalden zoals die van koning Willem III in Apeldoorn en kerken als de Baafkerk in het Zeeuwse Aardenburg. En om het Gotisch Huis in Kampen, dat nu gestut wordt tegen instorten en hard toe is aan een renovatie.

Nieuwe financieringsbronnen

Anders dan in Naarden zijn andere monumenten wel blij dat ze van de rijksvastgoeddienst worden verlost. „De enige doelstelling die het Rijk heeft is het instand houden van de stenen. Dat kan ook door dicht te blijven voor het publiek”, zegt Dimitri Arpad van de Stichting Heerlijkheid Brederode. Met een groep vrijwilligers houdt die stichting de ruïne van Brederode open en worden er onder meer kinderfeestjes en rondleidingen georganiseerd. „We willen nu graag passende horeca neerzetten. We willen een zeventiende-eeuwse hoeve die hier heeft gestaan terugbrengen. Met hulp van de NMo kunnen we op zoek gaan naar financiers.”

Toch waren er aanvankelijk bij meer beheerders aarzelingen. Kasteel De Slangenburg, waar Benedictijner monniken een sociaal gasthuis runnen voor iedereen „van arbeider tot intellectueel”, was bang dat die functie zou verdwijnen. „Alle partijen in de Kamer, van SP tot VVD, hebben zich hard gemaakt dat er een garantie kwam”, zegt directeur Wil Derkse. „Ook is vastgelegd dat de dienstwoningen niet omgebouwd mogen worden tot vakantiehuizen of horecabestemmingen, waardoor de rust verstoord had kunnen worden."

Nu ziet Derkse juist nieuwe mogelijkheden. „We willen het gebouw graag verduurzamen, al is het maar om de energiekosten terug te brengen. En we willen graag zeventiende eeuwse muurschilderingen in de eetzaal restaureren. We kunnen nu met de NMo fondsen gaan aanvragen bij de provincie, bij loterijen of bij fondsen als het Prins Bernhard Cultuurfonds. Als je bij het Rijk zit, willen die je allemaal niet helpen.”

Op 1 juli bracht de Raad voor Cultuur nog op verzoek van de Tweede Kamer een advies uit, waarin het adviesorgaan twijfels uitte of de 61 miljoen euro wel genoeg zou zijn. „Achter gesloten deuren hebben wij inmiddels de begroting per monument gezien”, vertelt directeur Jeroen Bartelse van de raad. „Volgens ons is het aannemelijk dat op langere termijn het onderhoud geborgd is.”

Uit de exploitatie zal de NMo vernieuwingen of restauraties niet kunnen financieren. Voorzitter Valk: „Bij vrijwel al onze monumenten moet er geld bij. En wij hebben geen grote cashcow, zoals English Heritage wel Stonehenge heeft. We moeten kijken hoe we de opbrengst kunnen verhogen. Maar het betekent niet dat de huren omhoog gaan.”