Een dierlijke Blauwbaard slaat zijn slag in Australië

Toen in 1971 de Australische Elizabeth Harrower (1928) haar uitgever belde, was dat om haar roman In Certain Circles, die op punt van verschijnen stond, terug te trekken. Waarom ze dit deed is altijd duister gebleven, maar betreurd werd het wel. Harrower stond op dat moment in het rijtje van Australische topauteurs als Christina Stead (van wie in 2009 zonder succes het schitterde gezinsdrama De man die van kinderen hield werd heruitgegeven, maar toen was de term herontdekte klassieker nog niet bedacht) en Nobelprijswinnaar Patrick White. Ze had vier goed ontvangen romans geschreven, waaronder The Watch Tower, dat nu in een voortreffelijke vertaling verscheen als De wachttoren.

De wachttoren speelt zich af in het Sydney van de jaren dertig, wanneer twee zusjes, Laura en Clare, alleen achterblijven. Hun vader overlijdt en hun ijdele moeder vindt Sydney te saai en vertrekt naar Engeland. Laura is secretaresse bij ene Felix Shaw, een man die bedrijfjes begint zonder dat hij persoonlijk een succes wordt. Hij stelt Laura voor te trouwen en Clare in huis op te nemen, maar uiteraard blijkt de man minder vriendelijk dan zijn aanbod doet vermoeden. Dat krijg je als een man ‘kijkgaten heeft, die een glimp boden van een bepaalde kracht, dierlijk, ijzingwekkend, volkomen onderaards.’ Als een soort Blauwbaard in Australië brengt hij de vrouwen geestelijk om zeep, althans daar doet hij redelijk geslaagde pogingen toe door ze te vernederen en te misbruiken. De wachttoren is een zelfde soort beklemmend gezinsdrama als dat van Stead, en bijna even goed, maar door het slot net iets minder.