Dominantie is het enige doel, empathie is verboden

Een vertaalde biografie van deze tycoon en Republikeins presidentskandidaat in spe laat zien hoezeer hij het product is van de Amerikaanse spektakelmaatschappij.

Foto Scott Audette/Reuters

Kun je je een weg naar het Amerikaanse presidentschap bluffen? Wie Nooit Genoeg uit heeft, de Trump-biografie van Michael D’Antonio, zou bijna denken van wel. Bluf heeft Donald Trump tot en met de kandidatuur gebracht, laat het boek omstandig zien. Dat Trump de Republikeinse nominatie of het Witte Huis verovert, is door het Amerikaanse kiesstelsel en de demografie niet erg waarschijnlijk. Maar D’Antonio maakt aannemelijk dat het gezien de tijdgeest niet onlogisch zou zijn.

D’Antonio sprak aanvankelijk met Trump zelf, maar die verbrak het contact toen de schrijver ook met zijn vijanden wilde praten. De voormalig journalist baseert zijn boek verder op eerder verschenen materiaal (waarbij hij ruiterlijk collega’s de eer geeft die hen toekomt). Nooit Genoeg komt daardoor niet dicht bij Trump. Het ontsnapt echter aan te grote oppervlakkigheid, doordat het meer is dan een reconstructie van de rondes blufpoker die Trumps opmars in de Amerikaanse werelden van achtereenvolgens projectontwikkeling, entertainment en politiek kenmerken. Het boek stelt ook telkens de vraag hoe Trump past in de maatschappij die hem voortbracht.

Naadloos, luidt het antwoord. Zoals Italië Berlusconi voortbracht, zo surft Trump behendig op Amerika’s culturele onderstromen, van de fascinatie voor tycoons en robber barons uit de Gilded Age tot de spektakelmaatschappij van nu. De spektakelmaatschappij (de consumptiemaatschappij in een een hysterische versnelling) kent waarde toe aan rijkdom en roem, grensoverschrijdend gedrag, narcisme (doorgeslagen individualisme) en het gelijk van de eigen groep (collectief narcisme). De (zichzelf bevoordelende) gevestigde orde, de klassieke instituties (elitair!) en de motieven van andersdenkenden (dubieus!) worden juist gewantrouwd.

Projectontwikkelaar

Trump werd volwassen in Tom Wolfe’s ik-tijdperk, schrijft D’Antonio. Hij wordt al sinds 1988, toen hij nog een eenvoudige projectontwikkelaar was, aangehaald als toonbeeld van narcisme. Hij veroverde de televisie rond het jaar 2000, ‘toen tv-kijken het Amerikaanse bewustzijn verving’. Hij gaat de politiek in, nu dankzij sociale media iederéén een permanente advertentie van zichzelf is, presidentskandidaten voorop.

Het kuddegedrag op internet maakt ondertussen dat feiten er in het openbare debat steeds minder toe doen; het draait om de kracht waarmee je je mening de ether in slingert. Zo is het verschijnsel truthiness geboren, schijnwaarheid die dient als ijkpunt voor gelijkgestemden. Trumps aanhang groeit als wordt aangetoond dat wat hij beweert, feitelijk onjuist of ongrondwettig is, zoals zijn oproep moslims uit de VS te weren. Wat telt, is niet of dat wat hij beweert klopt, maar of het de waarheid van Obama’s Washington in twijfel trekt of bespot.

Hoezeer ‘truthiness’ in Trumps eigen leven een rol speelt, laat het boek ondertussen overtuigend zien. @realDonaldtrump, zoals hij op Twitter heet, is voor een aanzienlijk deel een constructie. Veel van Trumps claims over zijn vermogen (dat volgens hem veel groter is dan zakenblad Forbes schat), zijn jeugd en zijn carrière zijn alleen waar omdat hij ze zelf gelooft.

Bepalend voor Trumps excessief zoeken van bevestiging lijkt zijn jeugd. Vader Fred Trump stelde uitsluitend eisen en onthield zijn zoon blijken van affectie. Ook essentieel lijkt de periode die Trump als tiener doorbracht op een strenge militaire academie. Daar was domineren het enige doel, discipline het hoogste goed en (militaire) bombast verplicht. Daar was de aanval de beste verdediging en werd ieder blijk van kwetsbaarheid of empathie afgestraft. Met die bagage betrad Trump het tijdperk van greed is good.

Hoe meer D’Antonio Trumps leven in hoofdstukken aaneenrijgt, hoe meer de paradoxen ervan in het oog springen. De man die presidentskandidaat voor de Republikeinen is, bouwde zijn zakenimperium door gunsten en belastingvoordelen die de Democratische bestuurselite van New York hem schonk. De legendarische dealmaker, die naar eigen zeggen altijd wint, maakte een aantal zakelijke faillissementen door en moest zich verschillende keren voor de rechter verdedigen wegens fraude.

De man die de blikkerende fata morgana is van de economisch onderuit gegleden Amerikaanse blanke middenklasse, is met zijn onderaannemers en werknemers vaak omgesprongen als een uitbuiter. De man die self-made lijkt, begon met het netwerk en het fortuin van zijn vader. De man die Washington haat, procedeert als hem een belastingvoordeel of subsidie wordt geweigerd.

Zakenmoraal

D’Antonio weidt het meest uit over Trumps bouwcarrière. Van de details van New Yorkse vastgoedcontracten kom je zo meer te weten dan je lief is. Maar zo ontstaat wel een goed beeld van de Darwinistische zakenmoraal in het vastgoed, waar de beste ondernemer de slimste opportunist is, en waar het algemeen belang iets is waar je munt uit moet slaan voordat een ander dat doet.

Het mag duidelijk zijn dat D’Antonio die moraal niet deelt. Hij doet zijn best zo nu en dan te benadrukken dat Donald Trump heel charmant kan zijn en een zwak heeft voor sommige mensen. Maar uiteindelijk is zijn boek een weinig vleiend portret van zowel Trump als het land dat hem voortbracht. Het is zoals politiek analist Norm Ornstein onlangs schreef in tijdschrift The Atlantic: ook al verliest Trump, ‘Trumpisme’ zal niet verdwijnen.