Column

De zon als lampje van de koelkast

Sifan Hassan in ‘Holland Sport’ (VPRO).

Goede sportdocumentaires, die verder gaan dan een plaatje en een praatje, beginnen een specialisme te worden van de Nederlandse Publieke Omroep. Denk aan de afleveringen van Andere Tijden Sport (NOS/VPRO), zoals die waarin discuswerpster Ria Stalman deze week bekende anabole steroïden te hebben gebruikt voorafgaand aan haar olympisch goud in 1984. Denk aan de grappige, maar soms wel degelijk hout snijdende reportages in Bureau Sport (VARA). Maar denk vooral aan Holland Sport (VPRO).

Af en toe herleeft die rubriek van Wilfried de Jong weer eens, deze maand met zes portretten van Nederlandse topsporters, geregisseerd en gedraaid door Rob Hodselmans. De eerste twee, over judoka Henk Grol en hardloopster Sifan Hassan, waren voortreffelijk. Zowel Hassan, deze zomer medaillekandidaat in Rio op de 1500 meter, als Grol heeft een hekel aan zilver en brons, alleen goud telt.

Nu was de obsessie met winnen van Hassan al wel ampel gedocumenteerd in de media. Ze maakte op mij in eerdere krantenstukken en tv-reportages altijd een beetje een verbeten en korzelige indruk. Daar blijkt weinig van te kloppen in het portret van De Jong en Hodselmans. De goede rapport met de atlete en het visuele vernuft resulteren in het beeld van een charmante, krachtige en geestige vrouw, die inderdaad heel hoge eisen aan zichzelf stelt.

Ook De Jong is er niet in geslaagd aan Hassan te ontfutselen waarom ze in 2008, als 15-jarige Ethiopische, asiel zocht in Nederland. Ze voelt zich hier inmiddels helemaal thuis en schenkt de camera een onweerstaanbare glimlach, nadat ze heeft gezegd: „Ik houd van kaas, ook pindakaas.”

Intrigerend is ook de tweestrijd tussen Hassans verplichtingen als moslim en wens om de snelste van de wereld te worden. Dat kan alleen in een korte broek, terwijl ze liever een hoofddoek en lichaamsbedekkende kleding zou dragen. Maar de sport wint het van de religie. Wel bidt ze vijf keer per dag.

En die kou vormt ook een steeds weerkerend probleem: „Als de zon schijnt in Nederland, dan lijkt het wel een lampje in de koelkast.” Heel mooi gefilmd is de training in de bossen van landgoed Groot Warnsborn, vlakbij haar flatje in het Arnhemse Dorp dat Mies Bouwman in 1963 met een grote inzamelingsactie opende.

Trainer Honoré Hoedt beschrijft zijn pupil als een roofdier, dat zijn prooi op het juiste moment van achteren benadert. Dat klinkt als een gevaarlijk cliché als je het over een Afrikaanse atleet hebt, maar het is in overeenstemming met wat je ziet in beelden van de races van Hassan. Ze blijft lang op de achterhand, soms zelfs net te lang om nog tijdig de inhaalrace tot een goed einde te brengen. Timing is alles, ook dat kun je leren. Er zijn niet veel topatleten die in zo’n korte tijd zo veel geleerd hebben dat ze nu al tot de wereldtop behoren.

Dat portret komt net op tijd om ook internationaal furore te kunnen gaan maken.