De Syriërs gaan naar Minerva

Studeren in Nederland is voor veel asielzoekers nog een lange weg. Dat blijkt tijdens een uitje naar de universiteit.

Drie witte Mercedesbusjes van het Rode Kruis vertrekken vanuit het asielzoekerscentrum Crailo in Het Gooi. Het is vroeg in de ochtend. In de busjes elf Syriërs en zes Eritreeërs. De sfeer is een beetje uitgelaten, als bij een schoolreisje.

De Syriërs en Eritreeërs zijn tussen de 17 en 25 jaar. Ze zijn de afgelopen maanden als vluchteling naar Nederland gekomen, hebben een middelbareschooldiploma en willen graag studeren. Dat kan pas als ze een (voorlopige) verblijfsvergunning hebben, waarschijnlijk een kwestie van enkele maanden: Syriërs en Eritreeërs mogen meestal blijven. Daarom gaan ze een bezoek brengen aan twee universiteiten: de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden, plus de dependance van Leiden in Den Haag.

De reis is een idee van Siham Atassi (24), een Syrische die ruim twee jaar in Nederland is en international studies studeert in Leiden. Ze is vrijwilligster voor het Rode Kruis. Jochum Jarigsma, een ondernemer uit Bussum die al verschillende activiteiten organiseerde voor bewoners van het azc, vond het een goed plan en hielp het regelen. Siham Atassi vindt het belangrijk dat jonge asielzoekers snel hun blik richten op de toekomst, zoals zij deed. Ze tolkt voor de Syriërs.

Mohammed Ali (21) heeft van de Syriërs het hoogste woord. Hij studeerde farmacie in Libanon, en wil hier tandheelkunde doen. Anderen willen tandarts worden, eentje dokter, weer een ander ambieert international studies.

Bilar heeft in Syrië Arabische literatuur gestudeerd. Hij was bijna klaar toen hij vluchtte. Wat hij daar in Nederland mee kan? Hij heeft geen idee. De Syrische Maya (17) wil naar de modeacademie. Ze heeft al uitgezocht waar dat kan in Nederland.

Leden van de Amsterdamse studentenunie ASVA zullen de asielzoekers rondleiden op de Roeterseilandcampus. In het CREA-studentencafé staat koffie klaar. ASVA-voorzitter Xandra Hoek vertelt over huisvesting en studentenleven, over democratie binnen de universiteit en verenigingen. Siham Atassi vertaalt snel. De jonge Syriërs en Eritreeërs kijken wat glazig.

In Leiden hebben leden van Minerva, een van de oudste en bekendste studentensociëteiten van Nederland, een bezoekje geregeld. Larmy (21) studeerde al twee jaar Engels in Syrië. Zij en Mohammed Ali (21) spreken van de Syriërs het beste Engels. Anderen spreken het matig, tot helemaal niet. Van de Eritrese jongeren spreekt ook slechts een enkeling Engels.

Ze fietst naar Bussum

Larmy krijgt twee keer in de week met een vriendin uit het azc Nederlandse les van een vrijwilligster. Ze fietst naar de bibliotheek in Bussum voor boeken en heeft een Nederlandse vrouw leren kennen bij wie ze soms gaat koffiedrinken. De andere jongeren zijn lang zo actief niet. Zolang ze geen asielstatus hebben, kunnen ze niet veel. En zelf activiteiten organiseren vergt daadkracht.

Dat ziet Jochum Jarigsma ook. „Er kwamen 28 jonge mensen uit Crailo in aanmerking voor deze dag”, zegt hij. „Zeventien van hen gaan mee. En die andere elf? Hebben die iets beters te doen?”

Verschraald bier

„Minerva. Besloten club”, staat op het bord bij de deur. Emily Cleyndert, Minerva-lid, leidt rond. Een jongen van begin twintig, in pak, kijkt verbaasd naar het bezoek. Drie Minerva-leden lopen de trap op, pilsje in de hand. Nu kijken de asielzoekers elkaar verbaasd aan. In de grote zalen ruikt het naar verschaald bier. Emily Cleyndert legt uit: hier discussiëren we samen, drinken we en hebben we lol.

De bibliotheek met oude boeken, fauteuils en ouderwetse studietafels spreekt meer tot de verbeelding bij de groep. Wat doen jullie hier, vraagt een van de Syriërs. „Hier kan je rustig studeren”, zegt Cleyndert. Zucht van verlichting. Even later, buiten, zeggen de Syriërs tegen elkaar: „We willen graag studeren in Holland, maar niet dáár!”

In een statig pand op het Haagse Lange Voorhout, dependance van de Universiteit Leiden, spreekt onder meer Marieke Both van UAF. Zij is van de organisatie die hoger opgeleide vluchtelingen helpt bij hun studie. Er is veel mogelijk, vertelt ze. Maar makkelijk is het niet. Dat hadden de Syriërs en Eritreeërs tijdens de dag al meegekregen, maar Boths verhaal laat er geen twijfel over bestaan: goed Engels is een voorwaarde. Anders accepteert een universiteit je niet. Goed Nederlands spreken een pré.

Lang niet alle Syrische en Eritrese diploma’s worden in Nederland op dezelfde manier gewogen als in het land van herkomst. Als je denkt dat je binnen twee maanden op de universiteit zit, is dat niet realistisch. Maar er is ook goed nieuws, zegt Marieke Both. Uiteindelijk is er veel mogelijk. Het UAF kan je steunen, en de doorzetters kunnen slagen – daarvan heeft ze voldoende voorbeelden.

Op de weg terug naar de busjes is iedereen een beetje stil. Een Syrische jongen die nog weinig heeft gezegd, praat met een Leidse studente die Arabisch spreekt. Ze vertaalt zijn woorden: „Om iets te kunnen bereiken, ben ik nog zeker tien jaar bezig.” De toekomst blijkt voor de meesten iets minder maakbaar dan verwacht.