Recht & Onrecht

De Politiecolumn: De doffe, gedempte vrees voor kritiek

Vlak voor de jaarwisseling viel het Tijdschrift voor de Politie op de mat. Jg. 77/nr.10/15. Jaargang 77. Het enige onafhankelijke opinieblad voor de politie in ons land met een rijke geschiedenis van hoofdredactionele commentaren. Pittige columns. Baanbrekende artikelen. Boekbesprekingen en interviews met spraakmakende bestuurders, officieren van Justitie, wetenschappers en politiemensen die geen blad voor de mond nemen. Al 77 jaar een platform voor mensen die een mening hebben over politie. Of, het niet eens zijn met de mening van een ander. Of, die zich mengen in een actuele discussie over veiligheid. De redactie wordt gevormd door een bont gezelschap van praktijkmensen en wetenschappers. De hoofdredacteur is vanouds een hoge politiefunctionaris. Illustere politiemensen als Perrick, de Nijmeegse hoofdcommissaris in de jaren zestig gingen de huidige hoofdredacteur Jaco van Hoorn voor. Jg. 77/nr.10/15 is een themanummer ‘De staat van de Nationale Politie’.

Het is een ongemeen themanummer. Als een rode draad loopt de politisering van de politie door de bijdragen van de vertrekkende korpschef Gerard Bouman (‘Het gaat altijd over macht’). De bestuurskundige Roel in ’t Veld (‘alleen het opheffen van het verstikkend detaillisme .. en een forse deconcentratie zullen de nieuwe korpschef een kans geven’) en de vergelijking met de nationalisering van de Schotse politie door Nicolas Fyfe (‘sparked an important debate about the relationship between police, politics and communities’) geven aan dat de vorming van een nationale politie een kruitvat is. In Schotland wordt gesproken over een fusie van korpsen, maar ook over de ‘overname’ door het grootste korps van de overige zeven korpsen. Nieuwe managementstijlen, nieuwe operationele tactieken en leiderschapsstijlen worden geïntroduceerd en landelijk uitgerold. En, dat leidt tot de vraag of dat wel verstandig is gezien de couleur locale. Het argument is dan dat politiewerk maatwerk moet zijn in een lokale context. Ook in een nationaal bestel. Wat werkt in grote binnensteden, werkt niet altijd in kleinere steden of in de provincie.

Het is dezelfde discussie die in Nederland wordt gevoerd op basis van de zogenaamde herijkingsnota. De burgemeesters die weer meer worden betrokken in de veiligheidsproblematiek. En, het opnieuw doordenken van de leiderschapsstijl van de korpsleiding plus het idee om meer ruimte te bieden aan de eenheden zelf.

We weten dat er ‘kramp’ zit in de vorming van de nationale politie. Deze ‘kramp’ heeft alles te maken met Bouman’s verzuchtingen over macht (‘zelfstandige wilsuitingen van de minister naast die van overige gezaghebbende instanties vergroten de kans op gebreken in onderlinge samenhang’). En het ‘detaillisme’ van in ’t Veld.

Macht kan ook een rol spelen in evaluatieonderzoeken. Dat blijkt uit het artikel in het themanummer getiteld ‘De evaluatie van de eenheid Oost-Nederland: een maat voor niets’, van Cyrille Fijnaut. De onafhankelijke Commissie Evaluatie Politiewet 2012 onder voorzitterschap van prof. dr. Rinnooy Kan heeft het onderzoek uitbesteed aan de Erasmus Universiteit en de universiteit Leiden. Fijnaut vindt het een ‘non-evalutie’ (‘grote gebrek aan onderzoeklogica’, ‘wezenlijke vragen niet gesteld’, ‘scheve selectie’ en ‘amateurisme dat het hele rapport kenmerkt’). En ergens daar doorheen de opmerking ‘dat het wensenlijstje van de minister het onderzoek heeft gedomineerd’.

De redactie van het Tijdschrift voor de Politie heeft de onafhankelijke onderzoekscommissie gevraagd om op het artikel van Fijnaut te reageren. Dit is niet gehonoreerd met als argument ‘dat het debat over het rapport wordt door/met de minister gevoerd’. Dit is de omgekeerde wereld. Een publiek debat over de vorming van de nationale politie is van maatschappelijk van belang. Onafhankelijke commissies, wetenschappers en vakbladen spelen een rol in dit publieke debat. Wetenschappers dienen bij te dragen aan meningsvorming. Hoe geloofwaardig ben je als wetenschapper als je verwijst naar de politiek? Als je niet een onderzoeksopzet, methoden en technieken, operationaliseringen en gebruikte bronnen toelicht? De vorming van de nationale politie is de grootste reorganisatie in het openbaar bestuur ooit. Onafhankelijke toezichthouders (o.a. de Inspectie OOV) en commissies (o.a. de Review Board) hebben vorig jaar kritische rapporten over de voortgang geschreven. Het proces heeft vertraging opgelopen. Is duurder dan begroot. Stuit op weerstand in bestuurlijke kringen. Er is sprake van een publiek debat alom, maar de onafhankelijke Commissie Evaluatie Politiewet 2012 is – als een van de weinige partijen - vrij positief. En, als dat methodisch ter discussie wordt gesteld moet de minister maar een uitspraak doen! Het woord labbekakkerig betekent ‘op een sullige manier laf’. Het grotere verhaal hier is dat organisaties en bestuurders door angst worden geregeerd. Er is een doffe, gedempte vrees voor alles wat kritisch, ruzieachtig en politiek wanordelijk zou kunnen zijn. Vrees voor kritiek. Voor reputatieschade. Voor Kamervragen. Om die reden worden onderzoeken steeds meer gemuilkorfd. Het patroon is steeds hetzelfde: een ‘onafhankelijke’ commissie wordt ingesteld om geen politiek gezichtsverlies te leiden. Bouman, Fyfe en in ’t Veld hebben de politieke dimensie van het politievraagstuk ongemeen onder woorden gebracht in het themanummer van het Tijdschrift voor de Politie over de staat van de Nationale Politie.

Download het laatste nummer van het Tijdschrift voor de Politie hier

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode en bijzonder hoogleraar Politiestudies en Veiligheidsvraagstukken aan de VU. De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld.

Blogger

Bob Hoogenboom

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode waar hij 'fraude en witwassen' in de accountantsopleiding en 'governance/corporate governance & pps' in het modulair MBA-programma doceert. Samen met Marc Schuilenburg geeft hij het mastervak 'Politie en Veiligheid' aan de VU. Bob schrijft blogs op maatschappijenveiligheid.nl en accountant.nl over actuele fraude- en politievraagstukken en twittert als @abhoogenboom. Sinds 1988 is hij als part time docent verbonden aan de Politieacademie. Voor zijn proefschrift Het Politiecomplex (1994) ontving hij de Publicatieprijs van de Stichting Maatschappij en Veiligheid.