Carrièremove: van skischans naar wielerpeloton

De Sloveen Primoz Roglic maakte een opmerkelijke stap: hij stopte als skispringer en is nu wielrenner, bij Lotto-Jumbo.

Primoz Roglic tijdens de presentatie van wielerploeg Lotto-Jumbo. „Ik voel me nog niet op mijn gemak in het peloton.” Foto BAS CZERWINSKI/anp

De skispringer komt diep door zijn knieën gezakt en met zijn armen recht achteruit van de schans in het Sloveense Planica gesuisd. Met ruim 100 kilometer per uur. Als hij zijn krachtige bovenbenen strekt om van de schans af te springen, voelt hij het meteen: dit was niet goed, dit was te vroeg. Eenmaal in de lucht is er geen houden meer aan. Zijn ski’s hellen eerst naar voren en dan naar beneden.

Bij de landing – head first in jargon – gaat het licht uit. Hij raakt onmiddellijk bewusteloos. Hij breekt zijn neus, loopt nog wat schrammen op, maar de helm die skispringers verplicht zijn te dragen redt zijn leven.

Het is niet die crash die Primoz Roglic uit Slovenië doet besluiten in 2012 te stoppen met skispringen, de sport die hij beoefent sinds zijn vijfde, destijds hoppend van kleine hoopjes sneeuw. „Nee, die val heeft me nooit bang gemaakt”, zegt de 26-jarige ex-skispringer in het hoofdkantoor van Brand Loyalty, een van de sponsors van de Lotto-Jumbo-wielerformatie die al heeft aangegeven tot 2018 door te gaan.

Roglic – zwart haar, een grote tatoeage van een kruis op zijn rechteronderarm en de gelaatstrekken van een jongen van amper achttien jaar – is zojuist aan de wereld gepresenteerd als een van de zeven nieuwe aanwinsten voor het komende wielerseizoen. Het idee is dat hij Steven Kruijswijk de bergen in de Giro d’Italia op begeleidt, zo lang mogelijk.

Roglic gaat verder, met een zekere nonchalance: „Crashen hoort bij het skispringen, dat weet iedereen. In 2012 wist ik dat ik de wereldtop niet meer zou gaan halen. Dat idee werkte niet bepaald motiverend. Mijn beste resultaten sprong ik in mijn juniorentijd: ik werd wereldkampioen met het Sloveense team. Bij de senioren heb ik ooit eens de top-dertig gehaald, meer niet. Daarbij kwamen nog problemen met mijn knieën door het vele springen en landen. Al met al vond ik het genoeg geweest.”

In en rond Kisovec, in het hart van Slovenië, vindt Roglic werk: hij gaat huis aan huis af om spulletjes te verkopen, maakt schoon in kantoorpanden. Diploma’s heeft Roglic niet; hij zat wel op de universiteit, maar maakte een opleiding niet af.

Om ook fysiek bezig te blijven, leent hij 3.000 euro van zijn vader om een racefiets te kopen: een volledig van carbon gemaakte Energia, een Sloveens merk. Als kind zat hij wel op een tweewieler, maar als schansspringer mocht hij geen fietstrainingen doen: „Daar zou je langzame spieren van krijgen, dus dat kon niet”, zegt Roglic schouderophalend.

Het hele jaar 2012 rijdt hij voor zichzelf in de rondte, hij traint amper maar wint wel wedstrijdjes bij de Sloveense amateurs. Als daardoor het besef binnensijpelt dat hij misschien in deze sport wel tot de wereldtop kan behoren, zoekt hij in 2013 via zijn voormalige universiteit contact met Miran Kavaš, een van de belangrijkste wielercoaches van Slovenië. Hij wordt opgenomen in het Sloveense team Aris Mobil en wint in zijn tweede jaar als prof meteen eindklassementen: die van de Ronde van Azerbajdzjan en de Ronde van Slovenië.

Vooral de wijze waarop hij die laatste eindzege pakt, is voor Merijn Zeeman, hoofdcoach bij Lotto-Jumbo, reden hem dit seizoen naar Nederland te halen: „Heb je gezien hoe hij in juni bergop Nieve op achterstand reed? Dat zegt heel veel over de exceptionele kwaliteiten die deze jongen heeft.” De Spanjaard Mikel Nieve fietst sinds 2014 bij het grote Team Sky van tweevoudig Tourwinnaar Chris Froome. Vorig jaar won hij een rit in de Vuelta, in het eindklassement werd hij achtste. Een klimmer pur sang, maar voormalig skispringer Roglic was hem de baas.

Een stuurfoutje en je gaat onderuit

De fysieke testresultaten die Roglic laat zien bewijzen dat hij bergop kan uitgroeien tot een sterke kracht in het peloton. Maar voorlopig is zijn belangrijkste taak om straks in de Giro, die op 6 mei begint in Apeldoorn, kopman Kruijswijk naar een hoge eindklassering te helpen. En als er tussendoor een kansje komt – „bijvoorbeeld in de Tirreno-Adriatico” – dan mag hij voor persoonlijk succes gaan. „Maar ik voel me nu nog niet op mijn gemak in het peloton. Iedereen zit zo dicht op elkaar, één stuurfoutje en je gaat onderuit. Als ik me in de groep kan leren ontspannen, gaat me dat veel energie schelen.” Merijn Zeeman: „Roglic is topsporter, maar nog geen wielrenner. Dit jaar moet hij leren dat te worden. Daarom gaat hij zo vroeg in het seizoen naar Australië.”

Roglic crashte ook als renner al stevig. Vorig jaar viel hij zo hard op zijn oogkas, dat er een titanium pin aan te pas moest komen om de boel bij elkaar te houden. Voortaan beschermt hij zijn gezicht en houdt hij zijn benen bij elkaar als hij valt. Bang is hij niet. Ooit viel hij van veel hoger.