Amerikaan moet niks hebben van Al Jazeera

De Amerikaanse versie van Al Jazeera stopt ermee. De oorzaak van de mislukking: een gebrek aan kijkers. Of toch de lage olieprijs?

De studio’s van Al Jazeera America in Washington: de Amerikaanse versie van de nieuwszender uit Qatar. Het kanaal trok soms op prime time niet meer dan 30.000 kijkers. Foto Ken Cedeno

De olieprijs was hoog in augustus 2013, toen de Amerikaanse versie van Al Jazeera werd gelanceerd. Negentig dollar per vat: het was een Bonanza voor oliestaten zoals Qatar, de financier van Al Jazeera. Nog geen drie jaar later is besloten het Amerikaanse kabelnetwerk in april op te doeken wegens tegenvallende resultaten. De olieprijs is gedaald tot 30 dollar.

Hebben de twee ontwikkelingen met elkaar te maken? Volgens (anonieme) bronnen in de Amerikaanse media wel. „De ondergang van het netwerk werd naar verluidt aangewakkerd door de vallende olieprijs”, berichtte CBS donderdag. „Sommige werknemers zien het als een stilzwijgende bekentenis dat dalende olieprijzen de reden waren”, aldus The New York Times.

Met het stoppen van Al Jazeera America (AJAM), verliezen de Verenigde Staten een zender vol solide nieuws– en achtergrondprogramma’s – met een toon die aan de BBC deed denken. Deze week nog wierp AJAM in de journaals een verfrissend rustige blik op de State of the Union van president Obama en de verhoudingen tussen Iran en de VS. Op de Amerikaanse kabel is het soms zoeken naar berichtgeving die niet hijgerig is. AJAM wilde dat gat vullen, en werd beloond met meerdere journalistieke onderscheidingen.

Maar vrijwel niemand keek. Vergeleken met directe concurrenten als Fox en MSNBC bleef AJAM een dwerg. En ook adverteerders bleven weg. De nieuws– en talkshows worden nauwelijks onderbroken door reclame. Dat is fijn voor de paar kijkers die AJAM wél weten te vinden, niet houdbaar voor wie wil overleven in het uiterst competitieve kabelnieuws.

In een verklaring sprak topman Al Anstey deze week van „ons zakelijk model dat simpelweg niet houdbaar is”. AJAM kampte vanaf het begin met een imagoprobleem. Een medium dat uitsluitend dankzij staatssteun bestaat is in de VS ondenkbaar – en verdacht.

Daar komt bij dat kabelnieuws het sowieso moeilijk heeft. De vernieuwing van de media vindt online plaats, waar jonge initiatieven zoals Vice succes boeken. De website van AJAM oogde ouderwets en kreeg geen prioriteit. Het idee dat AJAM nu alsnog digitaal wil opbloeien, wordt met scepsis ontvangen.

Belangrijker nog was dat het label ‘islamistisch’ aan AJAM kleefde. „Sommige mensen zullen nooit een zender vertrouwen als de naam begint met ‘Al’”, zei mediahoogleraar Robert Thompson in 2014 tegen NRC. In een tijd van toenemend radicaal-islamitisch terrorisme is een buitenlandse zender uit een Arabisch land misschien gedoemd te mislukken, zei Thompson.

AJAM werd in zijn korte bestaansperiode ook geplaagd door interne conflicten. Werknemers die vertrokken klaagden over antisemitisme en seksisme op de werkvloer. De eerste CEO, Ehab Al Shihabi, moest weg omdat hij een ‘angstcultuur’ binnen de diverse redacties zou hebben gecreëerd.

En de zender kwam soms in de problemen door opmerkelijke nieuwsitems die geen standhielden bij nader onderzoek. Ook dat ondergroef het imago van een zelfbenoemd kwaliteitsmedium. Zo werd er bericht dat American football-speler Peyton Manning, een geliefd sportman, doping zou hebben gebruikt. Manning was woedend, ontkende met kracht en dreigde met rechtszaken. AJAM wist de zaak nooit hard te maken; Manning juichte deze week het einde van AJAM toe.