Afstand nemen van alles en iedereen maakt het leven er niet beter op

De kunst van het verdwijnen – het is een populair thema in de letteren. Van Nathaniel Hawthorne tot Patrick Modiano, van Niña Weijers tot Robert Welagen, steeds wordt het onderwerp opnieuw onderzocht en gefileerd. Waarom dringt het verlangen te verdwijnen zich van tijd tot tijd op in een mensenleven? Wat brengt iemand ertoe daadwerkelijk de stap te zetten?

In Het voorgevoel geeft de Franse schrijver Emmanuel Bove (1898-1945), een verrassend duidelijk antwoord. Zijn hoofdpersoon, Charles Benesteau, verlaat familie en vrienden ‘uit afkeer en verachting’. Hij kan niet meer aanzien ‘hoe de mensen zich druk maken uit eigenbelang.’ Zijn kinderen zijn groot en ‘min of meer weggehouden van hun vader’, zijn vrouw vraagt kort na zijn verdwijning echtscheiding aan, hij doet dus ‘niemand kwaad’.

Hij heeft geen geldzorgen, huurt een huis in een andere wijk en voelt zich vrij, ‘in moreel opzicht is mijn leven nu honderd keer mooier’. Voor even dan. Want al snel blijkt Boves naïeve hoofdpersoon in zijn nieuwe omgeving omringd wordt door grotere graaiers dan degenen die hij achter zich liet. In zijn nieuwe buurt is hij, ondanks zijn goedheid, al snel een mikpunt van pesterijen – tot het definitieve verdwijnpunt zich aandient.

Het voorgevoel is een prachtig geschreven, melancholieke en goed vertaalde roman. Bove schreef tientallen romans, verhalenbundels en was een journalistiek broodschrijver. Hij werd ontdekt door de schrijfster Colette en later bewonderd door Rilke en Gide. Romancier van de middelmatigheid is Bove wel genoemd, zo bescheiden, kleurloos en alledaags zijn zijn personages. Het zijn doorgaans onzekere dromers, weinig daadkrachtige mannen die, net als Benesteau, op een soms absurdistische manier buiten de wereld staan.

Het leven na zijn verdwijning brengt deze hoofdpersoon evenmin vervulling of vreugde. Iedere avond zit hij aan zijn bureau om, ironisch genoeg, zijn herinneringen op te schrijven aan het leven dat hij achter zich liet. Maar ook het nieuwe leven heeft voor hem ‘niets bijzonders’, het is ‘zonder enige glans’. De kunst van het verdwijnen is bij Bove een klinkende mislukking.