Column

Aan voorzitter Arib de taak om het aanzien van de Kamer te verbeteren

Met de verkiezing van Khadija Arib (PvdA) is de Tweede Kamer toe aan zijn zesde voorzitter in twintig jaar. Net als bij de Kamerleden zelf is de omloopsnelheid van hun voorzitters de afgelopen decennia flink gestegen. Deze ontwikkeling ging ten koste van ervaring op de voorzittersstoel. Ervaring die met een zo snel doorstromend parlement als tegenwoordig juist wel gewenst zou zijn. Het echec van Anouchka van Miltenburg, die haar functie vorige maand na de zoveelste fout opgaf, heeft dit op niet mis te verstane wijze duidelijk gemaakt.

Ervaring heeft de woensdag na vier stemrondes verkozen Khadija Arib in elk geval wel. Zij was de afgelopen drie jaar eerste ondervoorzitter van de Kamer en leidde in die hoedanigheid al vaak de plenaire vergaderingen. Bovendien is zij op de leden Van Bommel (SP) en Van der Staay (SGP) na met zeventien jaar het langstzittende Tweede Kamerlid. Vlieguren zijn weliswaar geen garantie voor een geslaagd voorzitterschap maar een voordeel is het wel.

De benoeming van Arib geldt vooralsnog voor hooguit 15 maanden, tot de volgende reguliere Tweede Kamerverkiezingen. Aan haar de taak in deze betrekkelijk korte tijd het aanzien van de Tweede Kamer te verbeteren. Tijdens het debat dat gisteren aan de verkiezing van de voorzitter vooraf ging was dit een breed geuite wens. Overigens zijn het vooral de Kamerleden zelf die hieraan kunnen bijdragen. Als de voorzitter moet ingrijpen omdat het aanzien dreigt te worden aangetast is het eigenlijk al te laat.

Dat geen van de vier personen die zich voor het voorzitterschap hadden opgeworpen de gedroomde kandidaat was, blijkt uit de vele stemrondes die de Kamer nodig had. Het roept vragen op bij de procedure die sommige fracties in het parlement vanuit een blijkbaar onuitroeibaar machtsinstinct hanteren bij de kandidaatstelling.

Zo stemde de PvdA-fractie vlak voor het kersreces intern over de ‘eigen’ enige kandidaat die naar voren zou worden geschoven. De VVD-fractie handelde in 2012 precies zo. Maar het voorzitterschap van de Tweede Kamer is nu juist een functie namens de hele Kamer, niet namens een partij. Dat betekent dat iedereen zich kandidaat moet kunnen stellen en informele partijvoordrachten uit den boze zijn.

De Kamer heeft weer een voorzitter. Een vrouw, maar dat is gelukkig niet bijzonder meer. Wel uniek is dat met de van oorsprong Marokkaanse Arib iemand van allochtone afkomst tot dit ambt is doorgedrongen. Het is zeker in deze tijd vol etnische spanningen een welkom signaal. De volksvertegenwoordiging doet met deze keuze zijn naam alle eer aan.