Column

Zwembad

Ellen Deckwitz heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

Het zwembad is fantastisch: niet alleen zie je er nog eens wat, ook krijg je voor vier euro per keer de kans om te genezen van hernia, burn-out of obesitas. Ik zwem drie keer per week tegen klachten die door mijn kromme rug en hoofd worden veroorzaakt. Als je je er eenmaal overheen hebt gezet dat je anderen in een badpak ziet (en zij jou!) en dat niemand zijn oksels scheert, vallen er opeens dingen op.

Net zoals bij de buurtkroeg, herken je na verloop van tijd de vaste klanten. De oudere man met rode zwembroek en blauwe tromboseprikplekken in de arm zie ik eens per week, het meisje dat steeds dunner wordt (waardoor ik er steeds minder van durf te zeggen) zie ik elke keer. De woensdagavond is van de heren van het koffiehuis en de borstcrawlvereniging. Op vrijdagavond is het de beurt aan de bejaarden, maar die zitten vooral in het pierenbad te keten (zwambad).

Als je eenmaal vertrouwd bent geworden met de vaste leden, vallen nieuwelingen meteen op. Elke keer zijn er wel een stuk of twee, drie baddebutanten (die het vaak bij een eenmalige poging houden), maar er zijn dagen waarop het zwembad overspoeld wordt met onbekende zwemmers. Je zou denken dat de piek vlak na 1 januari zit, maar op basis van mijn jarenlange zwemervaring durf ik te zeggen dat dat niet zo is. Het is nog veel drukker wanneer de zomervakantie net voorbij is (kennelijk ook een periode vol goede voornemens). Maar het drukst is het rond 1 april en 1 september: inderdaad, de periode waarin belastingaangiftes moeten worden afgerond en ingeleverd. De angst voor onverwachte aanslagen, verloren bonnetjes en al uitgegeven BTW wordt er allemaal af gezwommen.

Dan zijn er nog pieken vlak na heftige wereldgebeurtenissen. Na de aanslagen in Parijs en de bijbehorende terreurdreiging leek het bad haast te overstromen. Ik ging naar de badmeester en vroeg hem of ik niet een paar jaaroverzichten van bezoekersaantallen kon krijgen, om te kijken of het nou aan mij lag. Die wilde hij me uit privacyoverwegingen niet geven. Ik was teleurgesteld maar veilig.

Het blijft opvallend dat de mens vooral in heftige tijden het water opzoekt. Als de sluitingstijd nadert en bad langzaam leegloopt, lijkt er iets in te zijn achtergebleven. De zwemmers staan als herboren onder de douche, hun angsten, frustraties en opgefoktheid liggen op de bodem. Woede is veranderd in hoop, zonde in deugd. Op dit soort dagen lijkt het vijftienmeterbad wel een extra large doopvont. Aan de rand van het zwembad drijft een aantal afgeweekte pleisters. Hun eigenaren kunnen weer even verder zonder hen.