Column

Zenmeditatie

Omstreeks de jaarwisseling viel bij veel Amsterdammers een flyer over zenmeditatie in de bus. Je kon ergens een gratis proefles krijgen en er was een boekje met zenlessen te koop met een aanbeveling van prof.dr. Jelle Barentsz, radioloog van het Radboud Medisch Centrum: „Met het mediteren hebben ze [de zenlessen] tot nu toe een zeer positieve invloed op de kwaliteit van mijn leven gehad.”

Zen, ach ja, wat is er tegen enige onthechting van de dagelijkse wanen? Ik las er vroeger enkele boeken over, zoals die van Janwillem van de Wetering, een detectiveschrijver die jarenlang in zengemeenschappen leefde, en Zen en de kunst van het motoronderhoud van Robert Pirsig. Interessante boeken, maar ze riepen geen verlangen in mij wakker om me aan welke zenmeester dan ook over te leveren. Het bleef allemaal nogal vaag.

Die flyer herinnerde me aan een boek dat nog ergens ongelezen in mijn kast moest staan: het vijf jaar geleden verschenen Leer ons stil te zitten van de Engelse schrijver Tim Parks. Parks stond altijd bekend als een scepticus, maar een zoektocht naar genezing van een chronische ziekte (mogelijk aan zijn prostaat) bracht hem bij zen. Ik werd met terugwerkende kracht nieuwsgierig: wat had hij precies moeten doorstaan en hoe was het met hem afgelopen?

Ik begon te lezen en moest me snel gewonnen geven, want Parks is een voortreffelijke schrijver. Hij schrijft zo indringend over de helse pijnen in zijn bekken dat je met hem móet meevoelen. De zoektocht naar genezing voert hem langs allerlei reguliere artsen die hem binnenstebuiten keren – om uiteindelijk niets te vinden.

Toch wordt de pijn steeds erger. Sommige artsen zijn bereid hem te opereren, maar ze kunnen geen succes garanderen; daarom weigert hij. Na lezing van het boek A Headache in the Pelvis van David Wise en Rodney Anderson neemt hij zijn toevlucht tot ademhalings- en ontspanningsoefeningen en uiteindelijk (zen)meditatie. Pas dan begint hij verlichting van de pijnen te voelen.

Hij schrijft er – wat bij andere auteurs zelden het geval is – zonder zweverigheid over. Leer ons stil te zitten ervoer ik zelfs als een spannend boek omdat ik steeds benieuwder werd naar de afloop. Zou hij helemaal van zijn pijnen afkomen? Hoe ging hij verder met zijn leven – bleef hij mediteren en botste dat niet met zijn schrijverschap?

Helaas, juist bij die vragen laat Parks het in zijn boek nogal afweten. De lezer blijft met halflege (of halfvolle) handen achter. Parks suggereert in zijn nawoord dat het veel beter gaat, maar hij is er niet helemaal duidelijk over. Ik moest op zoek naar interviews om meer uitsluitsel te krijgen. Op YouTube vond ik een lang interview (van Conscious TV, een spiritueel Brits tv-kanaal) waarin hij zegt: „Na twee jaar mediteren was ik van de pijn af. (….) Ik heb soms nog wel een terugval, een week waarin het slecht gaat, maar niet écht slecht.”

Aan Kathy Mathys van De Standaard vertelde hij dat hij minder obsessief aan zijn romans werkt dan vroeger. „Wat ook belangrijk is: ik voel me fysiek veel beter, ik kan de dag op een normale manier doorkomen. Ik geniet veel meer van het werk, pieker minder.”

Misschien is dat de kunst: de balans vinden tussen obsessie en onthechting.

Wie dit alles voldoende aanbeveling vindt voor een proeflesje zen – veel succes.