Regering ziet alleen poep, kijk ook naar de koe

De regering drijft melkveeboeren tot wanhoop. Met fosfaatrechten zijn koeien helemaal niet gebaat. Het is beter om minder buitenlands krachtvoer te importeren. Boer Harmen Treur vindt het tijd voor een diervriendelijke en duurzame oplossing.

WOERDEN - Bezoekers bekijken koeien op de jaarlijkse koeienmarkt van Woerden. De jaarlijkse traditie, waarbij de mooiste koe van Woerden wordt gekozen, is ontstaan in 1410. Foto Remko de Waal / ANP

Het artikel ‘Hoeveelheid fosfaat gaat door het plafond’ (NRC, 12 januari 2016) presenteert de cijfers van de fosfaatproductie in 2015. Voor het eerst hebben Nederlandse boeren meer fosfaten in de mest dan in 2002 met Nederland is afgesproken. Er wordt gespeculeerd over sancties en maatregelen in de vorm van fosfaatrechten, een logische eerste schrikreactie. Maar paniekvoetbal is gevaarlijk spel, het kan met name de kleine melkveehouders de kop kosten. Beter is het om te kijken naar de onderliggende vraag: hoe kunnen boeren op een verantwoorde manier fosfaat beteugelen? Melkveehouder Harmen Treur doet een voorzet.

Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken, nu Infrastructuur) dreef het afgelopen jaar de Nederlandse melkveeboeren tot wanhoop. Een jaar geleden was ze nog voorstander van afschaffing van het melkquotum door de toegenomen vraag naar zuivel op de wereldmarkt. Daarop anticiperend hebben kleine boeren massaal hun stal vergroot of een nieuwe stal gebouwd om hun bedrijf toekomstbestendig te maken.

Maar een half jaar later blokkeerde Dijksma de sector alweer door fosfaatrechten in het leven te roepen. Ze wil dat er voor elk melkveebedrijf een maximum te produceren hoeveelheid fosfaat wordt vastgesteld. Met zo’n zigzagkoers dupeert ze melkveehouders die flink hebben geïnvesteerd in uitbreiding. Bovendien is het de vraag wie of wat er precies met de maatregel is gebaat. Martijn van Dam, de nieuwe staatssecretaris (Economische Zaken), kan beter werken aan een langetermijnvisie op verduurzaming van de Nederlandse melkveehouderij.

Fosfaatrechten zijn in het leven geroepen door de dreigende overschrijding van het fosfaatplafond, een in 2002 vastgesteld maximum fosfaat dat via koeienpoep in de Nederlandse bodem terecht mag komen. Deze rechten worden toegekend volgens de referentiedatum 2 juli 2015, een datum waarop veel melkveehouders net bezig waren hun stallen te vergroten, maar nog hun oude aantal koeien hadden. Zij zitten nu met een te zware financiering, berekend op volledige benutting van de stal.

Ook worden kleine boeren gedupeerd, die nog niet hadden uitgebreid en dat nu ook niet meer kunnen. Bij de steeds kleiner wordende marge op melk hebben zij haast geen kans meer om nog te overleven. Alleen melkveehouders met grote stallen, die op de referentiedatum al vol stonden, worden niet getroffen.

Als de fosfaatrechten ervan gaan komen, zijn er voor boeren nog twee opties om toch te proberen een hoog rendement te halen. Zij kunnen proberen aan te tonen dat er op het bedrijf efficiënt met fosfaat wordt omgesprongen, wat in de praktijk zal neerkomen op sjoemelen met getallen. Of ze kunnen de melkproductie per koe proberen te verhogen, zodat de fosfaatrechten efficiënter worden benut en er toch meer melkgeld binnenkomt.

Het is de vraag of we dat moeten willen. Het uiterste vergen van een koe is net als bij topsport snel roofbouw. Melkveehouders zullen de grens opzoeken van een minimum hoeveelheid fosfaat in het voer. Te weinig fosfaat in het voer zorgt echter voor grote gezondheidsproblemen. Melkkoeien zullen sowieso minder in de wei komen, omdat finetuning voor een hoge productie en fosfaatefficiëntie beter te realiseren is in de stal.

Voor deze finetuning zal voornamelijk krachtvoer worden gebruik. Nu al adviseren leveranciers meer krachtvoer te gebruiken, zolang dit nog meer melk oplevert. Voor het produceren van dit krachtvoer, wordt tropisch regenwoud gekapt, om plaats te maken voor sojabonen, die vervolgens over grote afstanden vervoerd moeten worden.

Juist bij dit krachtvoer zou wel eens de oplossing kunnen liggen voor het fosfaatprobleem. We zouden in plaats van fosfaatrechten in te voeren, beter de hoeveelheid fosfaat uit buitenlands krachtvoer kunnen beperken. Behalve minder fosfaat levert dit ook grote klimaat- en milieuwinst op.

Minder fosfaat uit buitenlands krachtvoer sluit de fosfaatkringloop. De koe eet voornamelijk gras. Vers gras behoeft de minste eiwitcompensatie uit krachtvoer. Het fosfaat dat de koe produceert wordt in de vorm van koeienpoep weer over het afgegraasde grasland verspreid. Met behulp van dit fosfaat groeit er nieuw gras dat weer in de koe terechtkomt, enzovoort.

Kamerbrief van Sharon Dijksma, 2 juli 2015

Minder krachtvoer betekent natuurlijk dat er per koe minder melk wordt gewonnen. Boeren kunnen dat compenseren met een iets grotere kudde. Die kudde is overigens alsnog zeer begrensd omdat een boer altijd maar een beperkt aantal koeien mag houden per hectare landbouwgrond. Melkveehouders zullen dus inzetten op sterkere koeien die vooral op gras melk produceren, en er zullen meer koeien in de wei komen.

Rücksichtslos fosfaatrechten invoeren helpt de kleine melkveebedrijven om zeep. Wat overblijft is een spoor van nieuwe, niet afbetaalde stallen in het landschap. Ik zou pleiten voor groei, op een volstrekt duurzame manier, met eigen ruwvoer als basis. De fosfaat die via mest op de Nederlandse bodem terechtkomt, wordt er dan meteen weer uitgehaald. Tegelijkertijd is er een positief effect wat betreft CO2. Er hoeft minder regenwoud te worden gekapt en via het grasland leggen we CO2 vast in de bodem in de vorm van organische stof.

Verduurzaming en samenwerking met de natuur geeft een keten van positieve effecten en maakt van onze melkveehouders echte grasland- en bodemboeren. Een dergelijk beleid voorkomt dat alleen grote stallen in ons land zullen overleven. Melkveehouders hoeven hun koeien niet langer als fabriekjes te benaderen, maar als dieren in hun natuurlijke omgeving.