Russische regering waarschuwt voor zwarte economische scenario’s

De dalende olieprijs en de structurele problemen van de de economische basis eisen hun tol.

De Russische premier Medvedev tijdens een toespraak woensdag. FotoMaxim Shemetov / EPA

De overheidsbegroting van Rusland heeft nog geen maand stand gehouden. De dalende olieprijs en de structurele problemen van de de economische basis eisen hun tol. In een interview zei minister Aleksej Oeljoekajev van Economische Zaken donderdag dat extra bezuinigingen onvermijdelijk zijn.

De regering gaat een begroting opstellen die uitgaat van een olieprijs van 25 dollar per vat. Op 22 december ondertekende president Vladimir Poetin het staatsbudget voor 2016. Die begroting ging uit van een prijs van 50 dollar per vat. Drie weken later is dit budget al niet meer relevant voor de regering. De olieprijs daalde donderdag tot iets meer dan 30 dollar per vat.

Geen herstel in zicht

Volgens experts is herstel van de oliemarkt dit jaar niet in zicht. Volgens Oeljoekajev is het zelfs denkbaar dat de olieprijs „decennia” laag zal blijven. Omdat de regeringen van president Poetin tot nu toe niet bereid en in staat waren tot hervormingen van de economische structuur, is de Russische schatkist is nog altijd voor meer dan de helft afhankelijk van de export van olie en aardgas.

Oeljoekajev was donderdag niet de eerste die de alarmbel luidde. Premier Dmitri Medvedev en minister Anton Siloeanov gingen hem woensdag voor. Tijdens een symposium in Moskou, vernoemd naar voormalig vicepremier Jegor Gajdar, waarschuwde Medvedev dat Rusland niet langer kan interen op zijn reserves en zich moet voorbereiden op nog „slechtere scenario’s” dan in 2015. De crisis doet zich ook in de maatschappij voelen. Volgens Medvedev neemt het aantal werknemers, dat geen loon op tijd krijgt uitbetaald, gestaag toe.

Bezuinigingen onvermijdelijk

Snoeien in het staatsapparaat is nu onvermijdelijk, zei de premier. Als de olieprijs daalt tot 25 dollar, loopt het financieringstekort op van de huidige 2,6 procent naar 7,5 procent. Tot vorig jaar genoot Rusland een decennium bijna onafgebroken van budgettair overschot. In 2015 liep het tekort op tot 2 biljoen roebel, tegen de huidige wisselkoers 25 miljard euro.

De roebel werd gisteren voor de zoveelste dag op rij navenant minder waard ten opzichte van de euro en de dollar. Een euro kost nu 84 roebel. Volgens een grote Russische bank zal de roebelkoers naar 100 dalen, indien de olieprijs tot 20 dollar zakt.

Ook andere voormalige Sovjet-staten getroffen

Van alle olie- en gas producerende landen uit de voormalige Sovjet-Unie heeft de Russische roebel het meest te lijden onder de lage olieprijs. Maar de crisis is niet uniek. In Kazachstan en Azerbajdzjan nemen de tenge en manat ook snel in waarde af. In Azerbajdzjan heeft de regering vandaag de wisselkiosken op straat verboden. Deze kiosken waren afgelopen twee decennia gemeengoed. Valutahandel mag in Azerbajdzjan voortaan alleen door banken worden gedaan.

De crisissfeer in Moskou neemt zo’n vlucht dat premier Medvedev en andere regeringsfunctionarissen het deze week nodig vonden om expliciet te verklaren dat de toestand niet doet denken aan 1998. Ook de baas van de Rekenkamer nam vandaag de gelegenheid te baat om nadrukkelijk te verklaren dat Rusland zich nu in een „principieel andere situatie bevindt” dan in 1998. In dat jaar was de olieprijs tot onder de 10 dollar gedaald.

“Hollandse Ziekte”

Omdat de Russische staatskas ten tijde van toenmalig president Boris Jeltsin geen financiële buffers had, kon de overheid in de zomer van 1998 niet meer aan haar financiële verplichtingen voldoen. De crisis die toen uitbrak in Rusland, schiep mede de voedingsbodem die in 1999-2000 de machtsoverdracht aan FSB-chef en premier Vladimir Poetin mogelijk maakte. In zijn ontkenning van een mogelijke analogie met 1998 noemde Medvedev een voordeel dat kleeft aan de huidige begrotingscrisis. Door te bezuinigen op staatsuitgaven en de koopkracht voor de burgers kan Rusland zichzelf eindelijk genezen van de „Hollandse Ziekte”.

Daarmee doelde de premier op het gebruiken van olie- en aardgasbaten ter wille van het in stand houden van de verzorgingsstaat. Met tussenpozen lijdt Rusland al sinds begin jaren zeventig aan deze Hollandse Ziekte.