Column

Musea veranderen van kunsttempels in tijdmachines

In zijn nieuwe boek De navel van Daphne beweert filosoof Maarten Doorman dat het Rijksmuseum beter kan sluiten. Wat??? De schatkamer van de Nederlandse kunst is pas weer open en moet nu alweer dicht? Volgens Doorman is te veel aandacht voor het verleden niet goed voor een cultuur. Maar te weinig vast ook niet. Wie bepaalt wanneer het precies goed is?

Mij is het in ieder geval nooit genoeg. Elke aanslag op de immer voortschrijdende pijl van de tijd, dat lineaire monster, is toe te juichen. Zelfs de poging om tijdens het Nieuwjaarsconcert van de Bankgiroloterij, uitgezonden door de AVRO-TROS, oude meesters tot leven te wekken, kan op mijn sympathie rekenen. Goed, het was knullig, hoe meisjes in kostuums die uit de feestwinkel leken te komen melk inschonken en brieven schreven, maar juist daardoor wel aandoenlijk; Vermeer verminderd tot folklore. Als het melkmeisje naar carnaval. Wel is het treurig dat de historiezucht zo nationaal gericht blijft; het verleden is zoveel groter dan Nederland; de Nederlandse geschiedenis langer dan de zeventiende eeuw.

Doorman haalt er de negentiende eeuw bij, toen er in Nederland net als nu gezwelgd werd in ‘onze’ Gouden Eeuw. Maar belangstelling voor een andere tijd hoeft niet automatisch negatief uit te vallen. De verering van de Klassieke Oudheid was in de Renaissance bijvoorbeeld heel verfrissend en heeft schitterende kunstwerken opgeleverd.

Misschien is het idee dat kunst zich vooral in een museum moet bevinden wel aan herziening toe. Dat is een concept om afscheid van te nemen, net zo negentiende-eeuws als de neogotische kolos van Cuypers aan het Museumplein. Er zijn de laatste eeuw nogal veel plekken bijgekomen waar kunst valt te halen, van bioscopen tot woestijnen tot internet. Kunst verandert en met haar de plekken waar van die kunst genoten wordt. Dat betekent niet dat musea gesloten moeten worden, wel dat ze van functie veranderen: van tempels worden het steeds meer tijdmachines. Vermeer niet als kunst, niet als folklore maar als aangever van de historische sensatie, als schepper van een ander nu. Illusies om in te dwalen. Inderdaad, het onderscheid tussen kunst en andere dingen vervalt dan. Hoe verder we teruggaan in de tijd, hoe meer dat onderscheid futiel wordt. Een lepel of een mes kan net zo sensationeel worden als een schildering.