Column

Kamervoorzitter, moeilijk is het niet

Tom-Jan Meeus schrijft een wisselcolumn met Jutta Chorus.

Het goede van politici is dat zij liever niet met zichzelf bezig zijn. Zij richten zich nu eenmaal op de samenleving. Dus de Tweede Kamer begon het nieuwe jaar hoogst origineel: dagenlang aandacht voor de eigen voorzitter.

In de vermenging van politiek en entertainment die de moderne democratie eigen is: uitvergrote aandacht voor ego’s, amper voor het grote geheel. Debat over hun woorden, hun presentatie, hun (goede) bedoelingen. Zelfverklaring. En dat in de schitterende onwaarachtigheid die hoort bij momenten van decorum.

Aan het begin van de happening gisteren werd Anouchka van Miltenburg hartelijk op de plenaire vloer verwelkomd - alsof de Kamer laatst met diepe droefenis afscheid van haar voorzitterschap nam. Kort daarna zag ik VVD-kandidaat Ton Elias zijn voornaamste concurrent Khadija Arib hoogst integer voor de camera’s zoenen.

Zo ging het de hele dag. De afgescheiden VVD’er Houwers, eerder verdachte van hypotheekfraude, verklaarde in het debat dat ‘de integriteit’ van de nieuwe voorzitter voor hem cruciaal was. Henk Krol (50Plus) had zondag al getwitterd dat zijn keuze op PVV’er Martin Bosma viel - Henk is zoals bekend erg handig met sociale media - maar gisteren had hij niettemin vele vragen voor andere kandidaten. En Bosma zei in de (overigens erg geestige) toelichting op zijn kandidatuur dat het voor hem, jawel, een „erekwestie is op te komen voor minderheden’’.

Mensen met historische kennis zeggen dat zelden eerder zoveel gifmengers in de Kamer zaten. Kan zijn. Maar performen kunnen ze. En wegkijken ook. Zelden heb ik zoveel politici zo schitterend zien wegkijken, van de werkelijkheid en van zichzelf, dan gisteren bij de verkiezing van de nieuwe voorzitter.

Maar goed. Er kwam ten slotte een nieuwe, zij heet Khadija Arib, en het voornaamste lijkt mij nu dat we afscheid nemen van de gedachte dat dit, zoals je de laatste dagen steeds hoorde, een ‘lastige taak’ zou zijn.

Het bijzondere is dat de Kamer één partij heeft, de PVV, die er electoraal profijt van heeft zich tegen de politieke instituties te keren. Dat zal zij blijven doen, en op Arib rust de taak niet met Wilders te polariseren waar Wilders met haar zal blijven polariseren.

Verder heb je een reglement van orde, niet heel dik, en dat moet je even uit je hoofd leren. Dan ben je er wel zo’n beetje. Dus het zou goed zijn als het in Den Haag vanaf nu weer over het land mag gaan. Over burgers, niet over politici - en zeker niet over zelfverklaring.