Iedereen moet weten dat ik het ga maken

Wie de foto’s van Francesca Woodman in Foam bekijkt, ziet de zoektocht van een hopeloos romantisch meisje.

© Betty and George Woodman

Feministen zijn het er niet over eens. Zijn de foto’s van Francesca Woodman nou feministisch omdat ze zichzelf laat zíén, of juist omdat ze zichzelf verbergt? De eerste school zegt: kijk toch eens wat bijzonder, die jonge vrouw die het lef heeft om zichzelf bloot te geven (letterlijk, want Francesca Woodman is regelmatig naakt in haar foto’s). Ze schaamt zich niet voor haar lichaam, ze is actief, vrouwelijk, geen object voor de lens van een ander. Ze heeft als vrouwelijke fotograaf de controle over haar eigen beeltenis en neemt de vrijheid haar eigen lichaam zo weer te geven zoals ze dat zelf wil.

De tweede school beweert juist dat de foto’s van Francesca Woodman feministisch zijn omdat ze zich verbergt. In veel van haar beelden zien we haar gezicht nauwelijks, haar lichaam is verborgen achter behang, achter een kast, of slecht zichtbaar door een bewust gecreëerde onscherpte. Ze verdwijnt in de omgeving, bijvoorbeeld door naast de wulpse wortels van een boom te gaan liggen en zo op organische wijze één te worden met de natuur. Haar gezicht is meestal weggedraaid, of bedekt door haar lange, blonde haren. Zo onttrekt ze zich aan de mannelijke blik, zeggen zij van de tweede school, en geeft daarmee uiting aan de wens haar eigen wereld vorm te geven.

Of Francesca Woodman dit werkelijk allemaal zo bedoeld heeft zullen we nooit te weten komen, want de fotografe pleegde in 1981, op 22-jarige leeftijd, zelfmoord. Ze sprong uit een gebouw in New York nadat ze vijf maanden eerder al een zelfmoordpoging had gedaan en nadat ze in een afscheidsbrief had geschreven zo’n moeite te hebben met communiceren en de dagelijkse dingen zo anders te zien dan de rest van haar omgeving.

Volgens haar ouders, het kunstenaarsechtpaar George en Betty Woodman, zijn de feministische theorieën een typisch geval van over-interpretatie. In de indrukwekkende documentaire The Woodmans (2010) vertellen ze uitgebreid over hun dochter. „Haar werk wordt door feministen als politiek geduid, maar daar was zij helemaal niet mee bezig. Je hoeft er helemaal niet op die serieuze manier naar te kijken”, zegt moeder Betty. „Ze was alles nog aan het onderzoeken. De reden dat ze zichzelf zo vaak fotografeerde, was eigenlijk heel simpel: ze was zelf altijd aanwezig als ze foto’s wilde maken. Het was gewoon een kwestie van gemak.”

Een geest die door de ruimte zweeft

In Foam zijn nu ruim honderd foto’s en zes korte video’s van Francesca Woodman (1958-1981) te zien op de expositie On Being an Angel. Intense foto’s van een kwetsbare, jonge vrouw, opgegroeid in een artistiek gezin waarin er eigenlijk geen andere keuze mogelijk leek dan zelf ook kunstenaar te worden. „Ik zou niet kunnen leven met iemand die het maken van kunst niet interessant vindt”, zegt haar moeder in The Woodmans.

Francesca Woodman begint al op haar dertiende met fotograferen. Het meeste van haar werk dat nu zo beroemd is, maakte ze toen ze nog studeerde aan de Rhode Island School of Design. Al tijdens haar studie valt ze op door talent en is ze vastberaden een succes te worden. „Iedereen moet weten dat ik het verdomme ga maken”, schrijft ze in haar dagboek. Ze maakt voornamelijk zelfportretten die geladen zijn met symboliek en die verwijzen naar het surrealisme. Ze zijn sensueel en verleidelijk, maar gaan ook over verval of hebben een spookachtige uitstraling. Dat laatste wordt opgeroepen door de vaak leegstaande, vervallen ruimtes en verlaten kerken waarin ze fotografeert. Waar het stucwerk van de muren bladdert en het stof duimendik op de vermolmde houten vloeren ligt. Door de lange sluitertijden die ze hanteert, lijkt haar bewegende lichaam als een geest door de ruimte te zweven. Een creatuur uit een andere wereld die slechts even passeert, niet met haar hele wezen aanwezig in het hier en het nu.

In het werk van Woodman zijn invloeden zichtbaar van de modefotograaf Deborah Turbeville, die begin jaren zeventig met haar broeierige, provocerende beelden mode wat meer edgy maakte. Woodmans beelden waarbij ze haar benen met plakband afbindt en wasknijpers op haar lichaam klemt, doen denken aan het werk van de Duitse surrealistische kunstenaar Hans Bellmer, met zijn foto’s van ongemakkelijk ingesnoerde modellen en spookachtige poppen. En je ziet de invloed van de literatuur die ze las, Jane Eyre van Charlotte Brontë, in de foto waarin ze in haar Victoriaanse bloemetjesjurk met daaronder een vintage witte petticoat uitdagend de camera inkijkt.

Geobsedeerd door zichzelf

Je zou de foto’s van Francesca Woodman makkelijk kunnen afdoen als puur narcisme, een beetje kitscherige beelden van een adolescent die nergens anders door geobsedeerd lijkt dan door zichzelf. Maar daarmee zou je haar werk tekortdoen. Niet alleen omdat enige mildheid en begrip op zijn plaats is voor de zoektocht van een hopeloos romantische jonge vrouw naar haar eigen plek in de wereld, waar ze maar slecht in slaagt. „Ik maak alles verwarrend voor mezelf”, noteert ze in het laatste jaar van haar leven. Maar vooral omdat haar beelden ons nog steeds, meer dan 35 jaar nadat ze gemaakt zijn, raken door hun kwetsbaarheid. Want veel meer dan dat Francesca Woodman ons haar lichaam liet zien, toont ze ons een glimp van een gevoelige kunstenaarsziel. Eentje die borrelde van ambitie en ideeën en levenslust, maar uiteindelijk de wereld niet aankon.