Houd de duif!

Dit weekend mag je weer tuinvogels tellen in je tuin en op je balkon. Tijd om je vogelkennis op te frissen. 

Trek je vetbollen uit de kast en haal de vogelpindakaas tevoorschijn, want komend weekend is het weer zover: de Nationale Tuinvogeltelling. De spelregels zijn simpel: tel gedurende een half uur de vogels in je tuin of op je balkon (exemplaren die alleen overvliegen tellen niet mee). Per soort doet alleen het grootste groepje vogels dat je in één keer telt mee. Dus zie je in je half uur eerst drie merels en daarna nog twee, dan tellen alleen de eerste drie. De aantallen geef je door via tuinvogeltelling.nl of de Tuinvogel-app. ‘Valsspelen’ – in de vorm van extra vetbollen uit de kast halen – mag, maar dat moet je dan wel aangeven.

De gedoodverfde winnaar is de huismus. Sinds Vogelbescherming Nederland en SOVON Vogelonderzoek in 2003 met de telling is begonnen, staat hij steevast op nummer 1 (vorig jaar werden er maar liefst 177.480 exemplaren geteld), op de voet gevolgd door de koolmees en de merel. Huismussen vertonen zich meestal in groepjes en daardoor lopen de aantallen snel op. Toch is het nog steeds de moeite waard om de telling te organiseren. Buiten de topdrie veranderen de aantallen namelijk wel elk jaar. Zo werden in 2015 door het zachte weer veel winterkoninkjes en ijsvogels gezien – die overleven minder goed bij strenge vorst. Met de gegevens bepaalt Vogelbescherming aan welke tuinvogels ze meer aandacht moeten besteden.